Natuurkundige, econoom en filosoof Stijn Bruers speurt actief naar valkuilen waar de wereldverbeteraar, die hij ook graag wil zijn, intrapt. De juiste keuze maken blijkt soms tegen alle gevoel in te gaan.
‘Wat is de ernstigste vorm van discriminatie, van ongewenste willekeur, op aarde? In mijn ogen is dat de omgang van mensen met dieren. Er is geen enkel valide argument om een dier minder goed te behandelen dan een mens. Toch gaan we wel uit van de lichamelijke integriteit van een mens, zie de verboden op doden, kannibalisme, verkrachting en slavernij, maar doden we wel jaarlijks miljarden dieren om ze op te eten. De strijd tegen die willekeur heeft voor mij de hoogste prioriteit, meer dan andere vormen van discriminatie, zoals die van vrouwen.’
De redenering typeert Stijn Bruers – als natuurkundige, econoom en filosoof wenst hij de juiste levenskeuzen op wetenschappelijk beredeneerde basis te maken. Goed doen voor anderen ziet hij als zijn levenstaak, daartoe is hij voorzitter van Effectief Altruïsme Vlaanderen. De mondiale beweging ervan, met zijn ongeveer 10 duizend leden, stimuleert hem vast te stellen wat dat goede precies is door ‘diep na te denken’.
Over deze serie
In Het Ideaal interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
De 43-jarige Bruers, als econoom verbonden aan de universiteit van Leuven, doet dat in zijn laatste boek, Goed Bedoeld, waarin hij ‘dertig valkuilen voor de wereldverbeteraar’ opsomt. Diverse geloofsartikelen van de milieubeweging neemt hij onder vuur, van de biologische landbouw via het verzet tegen de pesticide glyfosaat tot de afkeer van kernenergie: ‘Ik ben gefascineerd door morele illusies. Dit boek had ik willen lezen toen ik als activist begon. Dan had ik verkeerde keuzen kunnen vermijden.’
Dat dierenwelzijn bij hem bovenaan staat, houdt verband met zijn eigen omgang met dieren in zijn jeugd. Wonend in een dorp in de Vlaamse Kempen helpt hij op een boerenbedrijf. ‘Met schaamte’ denkt Bruers, inmiddels veganist, terug aan hoe hij koeien met stokslagen de stal indreef en hoe hij assisteerde bij het weghalen van een pasgeboren kalf bij de koe: ‘Als kind dacht ik dat dat normaal was.’
De schaamte voelt hij als student, wanneer hij zich in de verhouding tussen mens en dier verdiept. Als lid van Bite Back, een groep dierenactivisten, confronteert hij winkelend publiek met ‘schokkende foto’s’, zoals koeien met keizersneden en varkens met tumoren: ‘Dat leverde pittige discussies op.’ Naast zijn studies neemt zijn activisme een steeds grotere plaats in, met als hoogtepunt in 2007 een ‘niet ongevaarlijke’ reis naar Antarctica om, ‘als eerste Belg’, te protesteren tegen de walvisvangst.
In de daaropvolgende jaren neemt zijn kritische houding tegenover de milieubeweging steeds grotere proporties aan. Vanaf 2015 voelt hij zich thuis in de ‘effectief altruïsme’-beweging, waarvan ‘kritisch naar eigen standpunten kijken’ het handelsmerk is.
Wat zette u aan tot uw kritische houding tegenover de milieubeweging?
‘In 2009 ging ik werken voor EcoLife (een Vlaams kenniscentrum voor ecologische gedragsverandering, red.), waar ik verantwoordelijk werd voor voetafdrukberekeningen, ik was zogezegd de cijfermens. Ik maakte er rekenmethoden voor CO2-uitstoot, ecologische impact, waterconsumptie enzovoort. Dat leidde tot mijn twijfels over de biologische landbouw, toen ik meta-analyses over de milieu- en gezondheidsaspecten doornam. Die brengt ongeveer een kwart minder op dan gewone landbouw, dus voor dezelfde hoeveelheid voedsel heb je aanzienlijk meer land nodig. Dat betekent een grotere aanslag op de natuur, meer ontbossing, wat slecht is voor het klimaat. Ook de claim dat biologisch voedsel gezonder is, bleek niet hard te maken. Toch blijven veel milieuactivisten en hun organisaties de morele illusie koesteren dat biologische landbouw goed en gezond is.’
U bent ook van standpunt veranderd over kernenergie, na u eerder aan hekken van kerncentrales te hebben vastgeketend.
‘Als Greenpeace-activist heb ik inderdaad aan dat soort acties meegedaan, terwijl ik me pas later echt in kernenergie ben gaan verdiepen. Bij kernenergie is er geen CO2-uitstoot, dus voor het klimaat is het goed. De kritiek van de milieubeweging is gebaseerd op denkfouten in de risicoanalyse. De ramp in Tsjernobyl in 1986 was een belangrijke aanleiding om kernenergie in de ban te doen. Er kwam destijds veel straling vrij, omdat het een grafietreactor was. Dan vind ik het willekeurig om je tegen alle kernreactoren, dus ook de veilig functionerende, te keren.
‘Bovendien moet je ook naar de gevolgen van zo’n kernuitstap kijken. Het leidt tot een groter beroep op fossiele energiecentrales, zoals in Japan en Duitsland is gebeurd. Die centrales zijn aantoonbaar schadelijker voor het klimaat en de gezondheid. Ook het afvalprobleem van kernenergie wordt overdreven. Cijfermatig bezien is dat klein en beheersbaar. Je kunt het afval diep onder de grond in vaten stoppen, gevaarlijk wordt het pas wanneer het in je lichaam komt – een realistisch verhaal over doden in een verre toekomst overtuigt allerminst. Toch blijven Greenpeace en andere milieuorganisaties vasthouden aan de morele illusie dat kernenergie niet deugt.’
Waarom is verandering van zo’n standpunt zo lastig?
‘Als ik naar mezelf kijk: ik vond het emotioneel erg lastig mijn acties tegen kernenergie als verspilde moeite te zien. Ze waren zwaar geweest: in de regen vastzitten aan zo’n hek, zonder naar het toilet te kunnen, dan worden gearresteerd en op het politiebureau vastgehouden, het is niet niks. Ik had er flink in geïnvesteerd, dus ‘dit was zinloos’ erover zeggen was pijnlijk. Voor een milieuorganisatie als Greenpeace is het misschien nog moeilijker tegen de eigen donateurs te zeggen: we hebben jullie geld slecht besteed, het heeft meer kwaad dan goed gedaan. Eigenlijk zouden ze dat moeten doen, maar ik begrijp wel hoe moeilijk dat voor ze is.’
Kwam u door uw activisme bij moraalfilosofie terecht?
‘Tijdens discussies op straat had ik gemerkt hoeveel inconsistenties in ons denken over dierenethiek zitten, ik wilde op dat vlak steviger in mijn schoenen staan. Mijn onderzoek richtte zich op animal equality, de gelijkheid van mensen en dieren. Alle mensen worden gelijk en vrij geboren, stellen de mensenrechten, maar wat betekent het dan wanneer mensen en dieren gelijkwaardig zijn?
‘Neem het basisrecht dat jouw lichaam niet tegen je wil mag worden gebruikt voor andermans doelen, tenzij met je toestemming. Toegepast op dieren is het evident dat we ons daar niet aan houden. Terwijl er geen valide argumenten te bedenken zijn om een dier wel op te mogen eten, maar een mens niet.’
Hoe komt u tot die conclusie?
‘Die vloeit voort uit een vergelijking tussen een dier en een mentaal zwaar gehandicapt weeskind. Varkens hebben geen besef van de dood, daarom mag je ze doden en opeten, kun je stellen. Maar een mentaal gehandicapt weeskind heeft dat besef ook niet. Of je stelt: varkens hebben geen bewustzijn om morele concepten als rechten te kunnen begrijpen. Maar dat bewustzijn heeft zo’n kind evenmin. En ten slotte: een varken heeft geen bezorgde ouders. Ook dat gaat bij zo’n weeskind niet op. Er is geen rechtvaardiging te vinden voor het opeten van een dier. Zo ben ik diep van het veganisme overtuigd geraakt. Mijn grote vijand in de ethiek is ongewenste willekeur – het niet opeten van mensen, maar wel van dieren vind ik het sterkste voorbeeld.’
Welke praktische gevolgen heeft die redenering?
‘De grote winst van geen vlees eten is dat het een hele reeks idealen dichterbij brengt – je kunt geen effectievere leefregel bedenken. Het voorkomt niet alleen dierenleed, maar is ook veel beter voor het milieu en het klimaat. Ook is de volksgezondheid erbij gebaat: geen vlees eten verkleint de kans op obesitas, hart- en vaatziekten en diabetes. Er is voldoende bewijs om te stellen dat iemand die gezond veganistisch eet een gezondheidsvoordeel heeft op de gemiddelde omnivoor.’
U omarmt het idee van effectief altruïsme, wat is de waarde ervan?
‘Voorop staat dat je de wereld wilt verbeteren door anderen te helpen, waarbij je zoekt naar de meest effectieve methoden. Altruïsme wordt nogal eens geassocieerd met zelfopoffering, maar dat berust op een denkfout. Bill Gates heeft met zijn Foundation miljoenen levens gered, maar zich niet hoeven opofferen. Ik zou me aan vrijwilligerswerk in Afrika kunnen wijden, maar ga ik daarmee veel levens redden?
‘Effectiever is het om hier geld te verdienen om dat aan effectieve, goede doelen te doneren. Daarom doneer ik al jaren de helft van mijn inkomsten aan doelen als Doneer Effectief. Toen ik in 2015 bij de beweging kwam, was ik onder de indruk van een geheel andere cultuur dan bij andere goede doelen. Het zelfkritisch vermogen wordt gestimuleerd, onder meer door een prijs van vijfduizend euro voor een essay dat een standpunt van de organisatie onderuithaalt. Om de wereld te verbeteren heb je niet alleen morele verontwaardiging en empathie nodig, maar ook kritisch denken en bereidheid je mening bij te stellen.’
Uw beweging roept weerstand op – woorden als kil en betweterig vallen nogal eens.
‘Ik begrijp dat wel. We stellen vast dat een kleine minderheid van projecten en maatregelen aanzienlijk meer goed doet dan veel andere. Daarmee krijgen veel mensen te horen dat wat zij doen minder effectief is – of zelfs contraproductief, zoals de strijd tegen kernenergie of tegen genetisch gemodificeerde gewassen. De gemiddelde milieuactivist of milieuorganisatie onderneemt wel positieve acties, maar die zouden zoveel effectiever kunnen.
‘Binnen onze beweging denken wij rationeel en kritisch na, wat leidt tot voor ons doordachte standpunten, maar anderen ervaren dat niet direct zo. In discussies heb ik moeten leren anderen niet voor schut te zetten. Toen ik op straat met mensen over vlees eten debatteerde, wees ik op foute risico-inschattingen, denkfouten en morele illusies. Maar iemand als dommerik te kijk zetten, is natuurlijk niet effectief. Tegenwoordig gebruik ik gesprekstechnieken die mensen zelf hopelijk tot andere inzichten brengen.’
Uw beweging is eigenlijk een evaluatiemethode, loopt u niet het risico dat het een identiteit wordt?
‘Zeker. Je kunt nu al zeggen dat het een ideologie is, want het is een -isme. Als je zegt: ik ben een effectief altruïst, is het al een identiteit. Maar kenmerken van een effectief altruïst zijn wel dat hij zich niet identificeert met een ideologie en dat hij vindt dat je altijd van standpunt moet kunnen veranderen. Stel nu dat uit gedegen psychologisch onderzoek zou blijken dat de effectiefste methode om de wereld te verbeteren is: niet-flexibel in je standpunten zijn. Dan zullen we ons voortaan zo moeten opstellen. Dus we kunnen zelfs afstand nemen van ons standpunt dat we bereid moeten zijn van standpunt te veranderen. Zolang dat er maar toe leidt dat we anderen zo effectief mogelijk helpen.’
Wat hoopt u uiteindelijk te bereiken?
‘Ik hoop in mijn leven per saldo meer goed dan kwaad te doen. Dat lijkt simpel, maar dat is het niet, als ik kijk naar al het vlees dat ik heb gegeten en mijn bijdrage aan CO2-uitstoot. Voor je het weet heb je een negatieve impact op een ander voelend wezen, alleen al als je op een mier trapt. Maar ik kom toch wel tot een positieve balans; voor het dierenwelzijn door anderen te hebben overtuigd geen of minder vlees te eten; voor een betere wereld door de helft van mijn inkomsten weg te geven. Al hebben we nu een zoontje waardoor dat percentage in deze levensfase mogelijk lager uitvalt. Maar gemeten over mijn hele leven ga ik het wel halen om de helft van mijn inkomsten te doneren.’
Boektip: Effectief altruïsme, Peter Singer
‘Stel je ziet een kind verdrinken: zou je het redden, ook al gaat je dure kleding eraan? Natuurlijk! Waarom besteed je dan geld aan dure spullen, in plaats van aan goede doelen die kinderen redden? Met dit boek over de effectiefste goede doelen stimuleerde filosoof Peter Singer me tot diep nadenken.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant