Home

Karin Bloemen: ‘Vroeger dacht ik: ik moet sterk zijn. Nu voel ik me juist sterk als ik me kwetsbaar durf op te stellen’

Als deelnemer aan tv-programma Beste Zangers, dat zaterdag aan het zeventiende seizoen begint, doet Karin Bloemen wat ze het liefste doet: een verhaal vertellen met muziek. Vijf dilemma’s voor de cabaretier, theatermaker en zangeres die al ruim veertig jaar op de planken staat.

Zelf zingen of toegezongen worden?

‘Zelf zingen. Mijn ervaring is dat het altijd makkelijker is om te geven dan te ontvangen. Als ik geef, stel ik mij open, laat ik mijn kwetsbaarheid zien, wil ik anderen ontzorgen en hoop ik dat zij zich verwonderen. Dat vind ik heel prettig.

‘Ik kies ook voor zelf zingen omdat het mijn beroep is. Ik sta op het podium om via muziek een verhaal te vertellen. Bij Beste zangers ben je ook in een van de afleveringen de ontvangende partij. Dat ben ik helemaal niet gewend, dus dat was best bijzonder en dierbaar tegelijk.

‘Ik doe mee aan Beste zangers omdat ik daar kan doen wat ik heel goed kan: zingen. Dat is niet meer vanzelfsprekend op televisie. De mensen die tegenwoordig nog op televisie zingen, zijn de kandidaten van Holland’s Got Talent of andere talentenjachten. Zij willen heel graag het vak beoefenen, dat ik al veertig jaar beoefen. Dat vind ik af en toe best gek om te zien.

‘Als je vroeger werd gevraagd om een nummer op televisie te zingen, kreeg je daarvoor alle ruimte. Maar dat is niet meer zo. Ik weet nog dat De wereld draait door de één-minuut-regel invoerde. Werd mij vriendelijk gevraagd of ik even het middelste couplet eruit wilde halen.

‘Dat vond ik zo respectloos. Met mijn muziek wil ik een verhaal vertellen, maar zo zagen de makers van een televisieprogramma het blijkbaar niet. Plots realiseerde ik me: we zijn tot opvulling gebombardeerd.

‘Bij Beste zangers mag je andermans nummers helemaal zingen, ritmisch veranderen, interpreteren zoals jij het wil of er je eigen sausje overheen gooien. Dan komt het vakmanschap naar boven. Hoe mooi is dat?’

Een lach of een traan?

‘Een lach en een traan zijn beide enorm belangrijk. Als je niet kunt huilen, kun je ook niet lachen. Ik vind tragikomisch niet voor niks het mooiste woord dat er is.

‘Ook bij Beste zangers hebben we vreselijk hard gelachen en heel erg gehuild. Dat er tijdens het programma de nodige tranen vloeien, komt volgens mij doordat − en dan kom ik er weer op terug − zangers gewend zijn om te geven en niet om te ontvangen. Als ik zelf zing, sta ik boven de materie en gaat het niet om mijn gevoel, maar geef ik iets aan de mensen opdat zij kunnen voelen.

‘In Beste zangers zingt Hannah Mae mijn nummer Geen kind meer. Als een jonge vrouw van 25 dat zingt, raakt me dat als moeder. Het is de combinatie van je eigen nummer en het persoonlijke verhaal dat zij bij het nummer heeft. Als je dan nog niet geraakt wordt, ben je volgens mij een keiharde bitch of van steen.

‘Ik heb geleerd dat kwetsbaarheid ook een vorm van kracht is. Vroeger voelde ik dat anders. Toen dacht ik alleen maar: ik moet sterk zijn, ik moet sterk zijn. Nu voel ik me juist sterk als ik me kwetsbaar durf op te stellen.

‘Maar als ik echt moet kiezen tussen een lach of een traan, ga ik toch voor een lach. Ik weet dat een lach lucht geeft aan onderwerpen, maar ook aan pijn en verdriet. Als op een begrafenis iedereen vreselijk zit te huilen en iemand maakt een grap, dan kun je daar hard om lachen. De lach geeft even wat lucht aan je ziel. Daarom is de lach zo belangrijk voor mij.’

Mijn ware verhaal of Met vlag en wimpers?

‘Dan kies ik altijd voor Mijn ware verhaal. In het boek vertel ik over mijn traumatische jeugd. Ik ben van mijn 7de tot mijn 14de seksueel misbruikt door mijn stiefvader. Dat verhaal vind ik veel belangrijker om te delen dan de ups en downs in mijn carrière die ik beschrijf in Met vlag en wimpers.

‘Met Mijn ware verhaal wil ik aan iedereen die er nu mee te maken heeft of ooit mee te maken heeft gehad, laten zien: er is een way out. Ik voel het als mijn taak om jonge mensen te helpen bij het enorm zware letsel dat ze door een ander is toegebracht.

‘Ik heb zoveel positieve reacties op het boek gehad. Duizenden, en dan overdrijf ik niet. Van een vrouw van 84 die zei: ‘Toen ik jouw boek las, ben ik naar mijn psychiater gegaan en heb ik eindelijk verteld wie het bij mij was’, tot een meisje van 17 dat het boek altijd bij zich heeft. Als mensen niet snappen wat ze met incest bedoelt, zegt ze altijd: ‘Lees dit boek maar even.’

‘Veel slachtoffers schamen zich of voelen zich schuldig, terwijl het niet hun schuld is of niet hun schaamte hoort te zijn. Sommige mensen zijn hun leven letterlijk kwijt of komen niet tot bloei, omdat ze zijn beschadigd door de valse lusten van een ander. Het beïnvloedt een heel leven.

‘Ja, ook mijn leven. Bij Beste zangers hebben we het er ook over, en ik ben inmiddels 64. Het is niet wie ik ben, maar wel onderdeel van hoe ik mij als persoon gevormd heb. Het heeft mijn behoefte aan veiligheid bepaald en mij de noodzaak laten inzien om te praten over je verdriet. Mijn talent en beroep hebben daarbij geholpen.

‘Ooit leerde Arthur Japin (Nederlandse auteur, red.) mij: de veiligste plek is in de donkerste kast van het donkerste huis in de donkerste straat, óf de plek waar al het licht op je staat en iedereen je kan zien. Bewust of onbewust heb ik voor het laatste gekozen.’

Geen kind meer of Zuid-Afrika?

Geen kind meer. Het nummer biedt troost bij het afscheid van een moeder. Mensen herkennen zich er in. Het is toch prachtig dat muziek dat met mensen kan doen? Dat zij meteen bij hun gevoel kunnen komen.

‘Daarvoor moet ik de credits geven aan Jan Boerstoel, die verantwoordelijk is voor de tekst, en mijn man Marnix Busstra, die de muziek schreef. Ik vertolk het nummer slechts. Geen kind meer kwam in 1996 uit en staat nog elk jaar in de Top 2000.

Zuid-Afrika is ook een geweldig nummer en een knipoog naar onze maatschappij, maar het is natuurlijk wel een veel lichter onderwerp. Het is mijn eerste hit, dus zal mij altijd dierbaar blijven. Maar het gaat niet om mij. Wat voor mij dierbaar is, weegt niet op tegen de duizenden mensen die troost hebben gevonden in Geen kind meer.

‘Toen het nummer werd geschreven, leefde mijn moeder nog. Maar als ik ging repeteren, gebeurde het weleens dat ik al moest huilen. Ik dacht: doe effe normaal, je bent gewoon aan het repeteren. Soms heb je dat met een nummer. Dat raakt een soort universele emotie. Bij de gedachte dat je moeder zou overlijden, komt die al naar boven.

‘Mijn moeder is in 2015 gestorven. Ik dacht dat het nummer vanaf dat moment een andere lading zou krijgen, maar dat is niet het geval. Het heeft voor mij dezelfde lading en het is ook nog dezelfde moeder aan wie ik denk. En nogmaals: het gaat niet om mij, maar om de mensen voor wie ik het zing.’

Innerlijk of uiterlijk?

‘Het gaat natuurlijk altijd om het innerlijk. Iemand kan heel knap zijn, dat is leuk, maar weegt niet op tegen zijn of haar karakter. Het is zoveel meer waard als er een persoon is bij wie je je veilig voelt. Veiligheid is voor mij nog altijd het allerbelangrijkste, ook op mijn 64ste.

‘Het wil niet zeggen dat ik het uiterlijk niet belangrijk vind. Zeker in mijn werk speelt het een grote rol. Mijn ontwerper Jan Aarntzen, die een paar maanden geleden helaas is overleden, zei altijd tegen mij: ‘Karin, als jij het podium op komt, wil ik dat mensen denken: oh, wat een feest. Dan sta je al met 1-0 voor.’

‘Op het podium ben ik bezig met het uitoefenen van mijn beroep. Dat is zingen, entertainen, theater maken. Dat doe je niet in je pyjama, maar in een mooie jurk. De mensen willen toch niet de hele avond naar confectie zitten kijken? Dan kunnen ze net zo goed een half uur door de C&A lopen, dan zien ze dat ook.

‘Ik krijg weleens de vraag of ik mijn jurken ook thuis draag. Nee, natuurlijk draag ik die jurken niet thuis. Ik heb jurken van 5.000 euro. Daar ga je de afwas toch niet in staan doen? De theatrale uitingen gebruik ik beroepsmatig, omdat ik in het theater sta. Het hoort er gewoon bij. Thuis ben ik dezelfde persoon, maar dan het liefst zonder make-up en af en toe in een pyjama.’

Karin Bloemen

28 juni 1960 geboren in Alkmaar

1978: vwo-diploma (atheneum)

1979: studie Engels aan de Vrije Universiteit van Amsterdam

1980 - 1984: Kleinkunstacademie Amsterdam

1983: Start van haar professionele carrière met rol in de musical De zoon van Louis Davids

1985: Winnares Pall Mall Exportprijs, die als doel heeft de ontwikkeling van jonge artiesten te bevorderen. Bloemen gebruikte het prijzengeld om in New York drie maanden onder andere dans- en acteerles te nemen.

1986 - 1987: lid van de succesvolle theatergroep Purper

1989: Bosje Bloemen, eerste eigen theatershow

1994: oprichting productiebedrijf La Bloemen Productions

1997: Kameleon, eerste studio-album

2019: verschijning boek Mijn ware verhaal

Karin Bloemen is getrouwd en heeft twee dochters en een pleegzoon. Ze woont in Broek in Waterland.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next