Twee maanden na zijn aantreden presenteert premier Schoof het regeerprogramma van zijn ploeg. Weten de bewindslieden hun eigen stempel te drukken op het hoofdlijnenakkoord?
Veel is wrang aan het uitvallen van NSC-leider Pieter Omtzigt deze week, en dat geldt zeker voor de timing: deze vrijdag maken de bewindslieden van het kabinet-Schoof hun regeerprogramma openbaar. Zonder Omtzigt zou dat er nooit zijn gekomen.
Wat moet er in een regeerprogramma staan? Niemand die het weet, want op het Binnenhof loopt niemand rond die het zo al eens heeft gedaan. De laatste keer dat een kabinet aantrad zonder tot in detail dichtgetimmerd regeerakkoord was in 1973, toen premier Den Uyl het moest doen met een ‘werkdocument’ van de deelnemende partijen. Ministers kregen veel ruimte om het beleid zelf uit te werken.
Over de auteurRaoul du Pré is chef van de politieke redactie van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
Mede in reactie op de zeer roerige en polariserende jaren zeventig, ontstond daarna de gewoonte om de afspraken tussen regeringspartijen in de formatie zoveel mogelijk dicht te timmeren. Dat leidde de afgelopen jaren tot de steeds luidere kritiek dat kabinetten in de praktijk te veel gehinderd worden bij het reageren op de steeds veranderende actualiteit, en dat het een belangrijk deel van het parlement (dat van de regeringsfracties) buitenspel zet bij het controleren van de regering. Wie bij aanvang al tekent voor een gedetailleerd regeerakkoord, zet zichzelf voor een paar jaar vast. Omtzigt is de belangrijkste heraut van die kritiek.
Het was dan ook zijn belangrijkste voorwaarde voor het toetreden tot deze coalitie: het kabinet moet ‘op afstand’ van de Kamer opereren. Nederland heeft er de partijloze premier Dick Schoof aan te danken. Vandaag volgt stap twee met het regeerprogramma. Daarin moet het ‘hoofdlijnenakkoord’ van de vier regeringspartijen verder worden uitgewerkt.
Wat dat in de praktijk voorstelt, moet nog blijken. Treden ministers inderdaad uit de schaduw van hun partijleiders? Durven ze hun eigen koers uit te zetten? Op belangrijke en precaire dossiers, zoals het asiel- en immigratiebeleid, konden de partijleiders het niet laten en maakten ze in hun hoofdlijnenakkoord toch zeer gedetailleerde afspraken. Als PVV-minister Faber alleen uitvoert wat in dat akkoord staat, heeft ze haar handen al vol. Veel ruimte voor variatie is er niet.
Andere ministers, zoals Ruben Brekelmans van Defensie, hadden het relatief makkelijk en hebben hun uitwerking al gepresenteerd. In zijn Defensienota maakte Brekelmans vorige week bekend hoe de vele extra miljarden uit het hoofdlijnenakkoord worden besteed, daarbij handig gebruik makend van de voorbereidingen van zijn voorgangers uit het vorige kabinet.
Weer andere ministers, zoals Eppo Bruins van Onderwijs, moesten het in het hoofdlijnenakkoord met zeer summiere teksten doen en hebben dus veel ruimte. Ambtenaren waarschuwen echter al enkele weken dat deze zomer voor veel ministers te kort was om echt hun eigen accenten te zetten. Sommigen zijn zich nog volop aan het inwerken en zullen meer tijd nodig hebben.
En dan zijn er ook nog ministers, zoals Femke Wiersma van Landbouw, die inmiddels onder ogen zien dat de partijleiders zich er misschien wat al te gemakkelijk vanaf hebben gemaakt in de formatie. Over de mestcrisis schreven ze niet meer op dan dat die ‘urgente aandacht’ verdient en dat ‘noodmaatregelen’ wellicht nodig zijn. Donderdag lekte uit dat Wiersma tot de conclusie is gekomen dat ze in grote lijnen het beleid van haar voorganger Piet Adema moet doorzetten om een nog grotere mestcrisis te voorkomen. Dat is inclusief een forse sanering van de veehouderij, tot verbijstering van de boerenorganisaties.
Daarmee is Wiersma deze vrijdag waarschijnlijk de eerste die echt uit de schaduw van het hoofdlijnenakkoord treedt. Het zal in hoge mate van de reacties vanuit de regeringspartijen afhangen of andere bewindslieden haar in de komende weken en maanden durven te volgen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant