Home

Kunstenaar Peter Klashorst (1957-2024), steeds in de weer zichzelf naar de frontlinie te schilderen

Duizenden doeken schilderde hij, met duizenden vrouwen had hij seks. Klashorst wist zichzelf in de picture te spelen, maar van een (museale) doorbraak kwam het nooit.

Hoe wild kun je zijn, als kunstenaar? Héél wild, bewees Peter Klashorst. Niet alleen als kunstenaar, maar ook als persoon. De artistieke wildeman – hij schilderde eens 250 schilderijen in een week tijd en liet zich er graag op voorstaan met duizenden vrouwen en meisjes seks te hebben gehad – overleed eergisteren op 67-jarige leeftijd in het Amsterdamse AMC aan de gevolgen van lymfeklierkanker.

Naam had hij al vroeg gemaakt. Niet alleen omdat hij cum laude afstudeerde aan de Gerrit Rietveld Academie (waar hij zich al op zijn 14de voor aanmeldde) en in 1983 de Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst (tegenwoordig de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst) ontving, maar ook door zichzelf daarna al snel te katapulteren als de nieuwe Rembrandt van Rijn, Frans Hals en Karel Appel, in willekeurige volgorde.

Ambitie en gedrevenheid

De ambitie en gedrevenheid spatten ervan af. Bandlid van de punkband Soviet Sex, aanvoerder van de kunstenaarsgroepen Nieuwe Wilden en After Nature. Niet opkijkend van een klodder verf meer of minder. En steeds in de weer zichzelf een weg naar de frontlinie te schilderen – in the picture, letterlijk.

Het waren de jaren tachtig. Schilderkunst was al meer dan een decennium doodverklaard. Vooral figuratief schilderen. Het was de tijd van het conceptualisme, van abstractie, van seriële fotografie als beeldende kunst. Niemand leek te wachten op een revival van een geolieverfd portret, naakt of stilleven met bloemen en fruit.

Totdat in de westerse kunstwereld precies juist dát als uit het niets opkwam: robuust en onbesuisd geschilder, met olieverf en acryl op grote doeken, van de traditionele thema’s uit de kunstgeschiedenis. Het was een energiek verzet tegen het intellectualisme, het besloten ons-kent-onswereldje dat in de jaren zeventig was ontstaan.

No future-jaren tachtig

Internationaal leken de groepen en bewegingen als paddenstoelen uit de grond te groeien: de Neue Wilden in Duitsland, Figuration Libre in Frankrijk, Transavanguardia in Italië; in het Amsterdamse Stedelijk exposeerden Amerikaanse kunstenaars als Julian Schnabel en David Salle. Anders dan bij de generatie voor hen, met hun oorlogstrauma, leek het pad geëffend voor frivoliteit, huiselijkheid en klassieke onderwerpen, gekoppeld aan een anarchistische houding.

Algeheel kenmerk, zoals de Duitse kunstcriticus Wolfgang Max Faust het voor het eerst typeerde, was de ‘Hunger nach Bildern’, de honger naar beelden. Herkenbare beelden. Karakteristiek was een onverzadigbare schilder- en levenslust, wellicht juist om al schilderend de sombere no future-jaren tachtig te overleven.

In Nederland was Amsterdam van deze schilderopleving het epicentrum, met kunstenaars als Bart Domburg, Jurriaan van Hall, de broers Aad, Justus en Gijs Donker, en dus Peter Klashorst. Ze vonden onderdak bij de galeries Jurka, Hans Gieles en Torch.

Expliciete seks

Klashorst werd het bekendste gezicht. Hij wist de aandacht op zich te vestigen omdat hij het controversieelste werk afleverde, in duizendvoud, veelal met expliciete seks. Een hoge productie die de kwaliteit vaak vertroebelde. Reden waarom er van een grote (museale) doorbraak nooit iets is gekomen.

Ook niet door Klashorsts ambivalente verhouding met succes. Had hij het (nog) niet, dan tijgerde hij naar voren en beklaagde zich om het gebrek aan aandacht. Had hij het wel, dan leek het hem niets meer uit te maken. Of koos hij een nieuwe richting, zonder te weten waar die zou eindigen. Toen hij eenmaal beroemd was in Nederland en als bevestiging van zijn status een tentoonstelling in New York kreeg, begon hij daar ter plekke aan een reeks abstracte schilderijen.

Inschattingsfout

Het dramatische gevolg bleef niet uit: niemand snapte zijn overgang naar de stroming en stijl waartegen hij zich jarenlang had afgezet. Of het een inschattingsfout was geweest, opportunisme om te testen of hij in de VS voet aan de grond zou krijgen of de zoveelste actie om de kont tegen de krib te gooien, bleef onduidelijk. Feit was wel dat hij vroegtijdig met hangende pootjes naar het land van Rembrandt, Hals en Appel terugkeerde, en zijn oude metier als natuurschilder weer oppakte.

Zonder condoom

Naast de ‘honger naar beelden’ had Peter Klashorst (officiële naam: Peter van de Klashorst, eigen benaming: Peter Klasworst) ook een onstilbare honger naar vrouwen – het maakte hem even ‘legendarisch’. Niet in de laatste plaats door zijn controversiële opmerking nooit een condoom te gebruiken, omdat hij kon ‘ruiken’ of zijn partner aids had. Dat hij door deze risicovolle praktijk tien jaar geleden hiv-besmet raakte, was tot daaraan toe. Hoe het al die duizenden, veelal jonge vrouwen, met wie hij in Afrika en Zuidoost-Azië het bed deelde, is vergaan, daarover hoorde je Klashorst nauwelijks praten.

Vraag is nu of zijn levenswandel en seksleven uiteindelijk langer in het geheugen zullen blijven hangen dan zijn schilderijen. Op zijn best zijn het twee parallelle verhalen: het ene omstreden, het andere historisch interessant. Voor dat laatste moeten er dan tussen al die duizenden door Klashorst beschilderde doeken wel eerst een paar honderd prachtexemplaren uit de kelders worden opgediept – als ze er al zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next