Twee maanden na haar aantreden is landbouwminister Femke Wiersma (BBB) tot de overtuiging gekomen dat het mes in de veestapel moet. Om de mestcrisis het hoofd te bieden is niet alleen een forse vermindering van het aantal koeien nodig, ook varkens- en pluimveehouders moeten het met minder dieren doen.
Daarmee zet Wiersma het beleid van haar voorganger Piet Adema (CU) in grote lijnen voort, bevestigen bronnen rond het kabinet na berichtgeving van De Telegraaf donderdag. Boerenorganisaties dreigen met rechtszaken, nog voordat de plannen officieel zijn gepresenteerd.
BBB-leider Van der Plas, die campagne voerde tegen inkrimping van de veestapel, laat weten dat ze ‘baalt’ van de situatie, maar legt de blaam bij Wiersma’s voorgangers. ‘Ministers uit vorige kabinetten hebben onhaalbare en onuitvoerbare afspraken gemaakt in het verleden met de Europese Commissie. Hierdoor moet Femke Wiersma als BBB-minister nu, zo goed en zo kwaad als het gaat, de scherven oppakken.’
Adema zag zich in april van dit jaar gedwongen met een ingrijpend pakket met maatregelen te komen om de mestcrisis het hoofd te bieden. Na jaren van coulance komt er dit jaar een einde aan het mestvoordeel (derogatie) dat Nederlandse boeren bijna twee decennia genoten binnen de Europese Unie. Veehouders rijden dusdanig veel mest uit dat het Nederlandse oppervlaktewater ernstig vervuild is.
De Europese Commissie eist met spoed maatregelen om veel minder mest op het land te krijgen. Dat dreigt duizenden veehouders in grote financiële problemen te brengen. Het afvoeren van overtollige mest kan een boer duizenden tot tienduizenden euro’s kosten.
Over de auteur
Avinash Bhikhie is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Alles over politiek vindt u hier.
De plannen van het vorige kabinet behelzen in de kern voorstellen die moeten leiden tot een kleinere veestapel. Zo schrijft het plan-Adema voor dat de productierechten (het recht om een bepaald aantal dieren te houden) bij doorverkoop vanaf 2025 automatisch met 30 procent worden afgeroomd. Adema wilde in 2025 ook nog een generieke stoppersregeling voor álle veehouders openstellen, om de veestapel maar zoveel mogelijk op vrijwillige basis te laten krimpen.
BBB verzette zich dit voorjaar hevig tegen de plannen. Volgens de boerenpartij is er geen mestprobleem en zijn er andere oplossingen zoals het aanpassen van de waterkwaliteitsnormen of het bouwen van mesttanks om de overtollige mest in kwijt te kunnen. Ook zou het kabinet in Brussel met de vuist op tafel moeten slaan om een nieuwe mestuitzonderingpositie af te dwingen.
BBB-minister Wiersma lijkt er nu achter te zijn gekomen dat de voorstellen van haar partij onvoldoende zijn. Hoewel de exacte plannen vrijdag bij de presentatie van het regeerprogramma bekendgemaakt worden, weten Haagse ingewijden te melden dat Wiersma het plan-Adema grotendeels zal omarmen. Naar alle waarschijnlijkheid worden de productierechten bij doorverkoop in haar voorstel met iets minder dan 30 procent afgeroomd. Maar een krimp van de vee-, pluimvee- en varkensstapel blijkt ook in haar voorstellen onontkoombaar.
Het is overigens nog maar de vraag of de koers van Wiersma voldoende is om Brussel gerust te stellen. De Raad van State oordeelde onlangs vernietigend over het plan-Adema. Het adviescollege ziet onvoldoende onderbouwd dat de maatregelen tot de benodigde mestreductie leiden. Met een afzwakking van de huidige plannen zal de raad hoe dan ook niet tot een positiever oordeel komen.
Donderdagmiddag worden de boerenbelangenorganisaties op het ministerie van Landbouw bijgepraat over de plannen. Als blijkt dat inderdaad ook het mes gaat in de varkens- en pluimveestapel, dan zullen deze boerensectoren een gang naar de rechter overwegen.
Boerenbelangenclub LTO reageert ‘ontstemd’ op de uitgelekte plannen. ‘Voor de pluimvee- en varkenssector geldt dat deze beperkt bijdragen aan het mestoverschot’, aldus LTO. ‘Gedwongen krimp van deze sectoren, bij buitenfamiliale overname, is dan ook niet te verdedigen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant