In het Limburgse Mesch begint donderdag in het bijzijn van koning en koningin de herdenking van tachtig jaar vrijheid in Nederland. Op 12 september 1944 zag de toen 6-jarige Jo van Reij in zijn dorp de eerste geallieerden het land binnenrijden. ‘Mijn vader was plots duivelsblij.’
De 86-jarige Limburger Jo van Reij heeft afgelopen weekeinde zijn blauwe overhemd gestreken met speciaal bezoek in gedachten. ‘Ik ben een keurig mannetje’, zegt hij, ‘en dat ik dit nog mag meemaken is onvoorstelbaar mooi.’
Van Reij woont in het kleine dorp Mesch, gemeente Eijsden-Margraten, op de grens met België in het zuidelijkste puntje van Limburg. Mesch is een bijzondere plek, vertelt Van Reij, die in zijn huis aan het Kerkplein werd geboren en er al die jaren is blijven wonen. ‘Alles is hier mooi en goed.’ Hij woont er in zijn eentje, tegenover de pastorie van het dorp met 362 inwoners.
Donderdag ontmoet Van Reij in de tuin van de pastorie van de Sint-Pancratiuskerk in Mesch de koning en de koningin. Op 12 september wordt hier in aanwezigheid van koning Willem-Alexander en koningin Máxima de viering van tachtig jaar vrijheid in Nederland afgetrapt.
Mesch is op 12 september 1944 het eerste dorp in Nederland waar de geallieerden vanuit België Nederland binnenkomen om Nederland te bevrijden van de Duitse bezetter. Al gaan ook stemmen op dat een dag eerder, op de Schansweg in Eijsden, Amerikanen werden gesignaleerd.
Van Reij staat rond kwart over vier die septembermiddag in de appelboomgaard achter het huis. Hij is dan 6, zijn vader, een twintiger die zijn hand vasthoudt, reageert plots ‘duivelsblij’. Daar komen de Amerikanen, in pantserwagens. Van Reij is een van de weinige inwoners van Mesch die zich dit nog kunnen herinneren.
De Amerikanen, dat is de 30ste infanterie Old Hickory. Old Hickory betekent vrij vertaald ‘ouwe taaie’ en dat is de bijnaam voor de zevende president van de VS, de democraat Andrew Jackson.
‘De 30ste’ is onderdeel van het 117de regiment en is onder meer gestationeerd in de Amerikaanse staat North Carolina. Op 11 februari 1944 vertrekt de groep uit de VS richting Europa, waar het in Engeland oefent voor de invasie in Normandië. Hier komt de infanterie op 11 juni 1944 aan land op Omaha Beach. Het is dan vijf dagen na D-Day.
In Mesch arriveren ze drie maanden later, maar blijven er niet lang. Ze laten in het Limburgse dorp mueslirepen, zeep, lucifers, chocolade en een ‘German phrase book’ met mosgroene kaft achter, te zien dit weekeinde in het kleine tijdelijke bevrijdingsmuseum in het gymzaaltje. Daar is vrijwilliger Edwin Pirson, voorzitter van de Stichting Bevrijdingscomité Mesch, deze week bezig met het inrichten van de expositie. De koning en koningin komen ook hier kijken.
De 30ste divisie, vertelt Pirson, trekt vanuit Mesch verder naar Aken. Daar wacht een bloedige slag tegen de Duitsers, vervolgens vecht de groep weken achter elkaar onafgebroken tijdens het Ardennenoffensief in december 1944. In totaal komen meer dan drieduizend militairen van de 30ste infanterie om het leven. Een deel van hen ligt op fietsafstand van Mesch begraven op de imposante Amerikaanse militaire begraafplaats Margraten.
In Mesch is maar kort gevochten, zegt Roy Driessens, die helpt met het inrichten van de expositie. ‘Meneer Pastoor’, heet hij voor Meschenaren. Hij is niet alleen pastoor, in het kleine pop-upmuseum in de gymzaal is hij tevens technicus, historicus, archivaris en vooral, lacht dorpsgenoot Pirson: ‘allesweter’.
Over de Duitse luitenant-generaal Hans Schmidt vertelt Driessens smakelijk, terwijl hij een lampje vastdraait boven een grote foto van een Amerikaanse soldaat die onder het bruggetje over de Voer in Mesch dekking zoekt. De Duitse Generalleutnant schijnt tussen de boomgaarden van Mesch de verkeerde afslag te hebben genomen en reed in de armen van de geallieerden. Ondanks een schotwond wist hij te ontkomen, al kwamen de kaarten met stellingposten van de Duitsers, die hij bij zich had, hierdoor in handen van de geallieerden.
Driessens vertelt ook over Leonard Hoffman, een 22-jarige Private First Class uit de Amerikaanse staat Pennsylvania van de 30ste infanterie, die als eerste Amerikaanse soldaat in Nederland sterft, vlak bij grenspaal 35. Zijn familieleden (de zoon van de oudere zus van Hoffman en diens zoon) zijn deze week in Limburg en zullen ook de ceremonie in Mesch bijwonen
Hoffman is volgens Driessens de enige Amerikaan die om het leven is gekomen in Mesch. Veel nazi’s hebben het dorp al verlaten als op 12 september de Amerikanen zich melden. Zes Duitse soldaten worden gedood.
Van Reij herinnert zich het moment waarop de bezetters vertrekken nog goed. Die waren daarvoor enkele maanden ingekwartierd in het huis van de familie Van Reij, bouwjaar 1935. ‘De meeste huizen in Mesch waren veel ouder. De Duitsers kozen nieuwbouw. Ons dus. Ze kwamen binnen en zeiden: geef ons de grote slaapkamer. Dus wij sliepen al die tijd met z’n allen in de kelder. Met de soldaten hadden we nauwelijks contact. Dat was veel te gevaarlijk.’
Maar dat laatste leert Van Reij pas op volwassen leeftijd. ‘Mijn ouders deden al die tijd of het normaal was dat Duitsers je slaapkamer innamen. Zij lieten ons nooit merken dat ze bang waren. Toch moeten ze dat wel zijn geweest. Ik weet nog dat de Duitse soldaten altijd met schoenen aan sliepen. De dreiging hing al tijden in de lucht.’
Na de bevrijding komen Amerikaanse en Canadese soldaten logeren bij de familie. De sfeer is volgens Van Reij dan stukken beter. Hij heeft een paar mooie herinneringen aan die tijd en die zal hij graag met de koninklijke familie delen.
Zo speelde hij met vriendjes bij de kapotgeschoten Canadese tanks verderop in het veld. ‘En mijn vader gaf een van de soldaten zijn rozenkrans. Die was heel belangrijk voor hem, hij had ’m van zijn moeder gekregen. Dat was een mooi moment.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant