Twintigers van nu gaan later op zichzelf wonen dan tien jaar geleden. Ook hebben ze minder vaak een koopwoning. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In 2011 woonde 58 procent van de 23-jarigen niet meer in het ouderlijk huis. In 2022 was dat aandeel gekrompen naar 50 procent. Wanneer jonge twintigers uit huis gaan, zijn ze vaker alleenstaand. In 2022 woonde 65 procent van alle uitwonende 20-jarigen alleen, in 2011 was dit nog 63 procent.
Ook wat betreft een eigen koopwoning is sprake van een daling. In 2011 woonde 54 procent van de 29-jarigen in een eigen huis. In 2022 was dat nog maar 43 procent. Deze eindtwintigers hebben wel vaker een hoger inkomen en meer vermogen dan dezelfde groep in 2014.
Het bereiken van ‘mijlpalen’ als gaan samenwonen, zoals het kopen van een huis en het krijgen van kinderen, schuift al langer op voor twintigers, concluderen CBS-onderzoekers Paul Bokern en Jasper Menger. Het CBS stelde vijf jaar geleden ook al vast dat twintigers later het ouderlijk huis verlaten, langer onderwijs volgen en minder snel een vaste arbeidsrelatie of een koophuis hebben. De nasleep van de coronacrisis speelt een belangrijke rol in hun leven, maar ook het oplopen van huizenprijzen en studieschulden.
Het aantal hoog opgeleide twintigers nam de afgelopen tien jaar sterk toe. Van de 29-jarigen had vorig jaar 56 procent een hbo- of universitaire studie afgerond. Een decennium eerder was dat ‘maar’ 43 procent. De stijging van het opleidingsniveau leidde wel tot meer studieschuld dan tien jaar geleden.
Vrouwen zijn vaker hbo- of universitair geschoold dan mannen, al nam het verschil wel af. In 2023 had 59 procent van de 29-jarige vrouwen zo’n hogere opleiding afgerond. Bij de mannen was dat 53 procent. Tien jaar eerder was 49 procent van de vrouwen en 38 procent van de mannen hoger opgeleid.
Twintigers volgen niet alleen langer onderwijs, aldus het CBS, ze zijn ook vaker aan het werk. Vorig jaar was de netto arbeidsparticipatie van twintigers 84 procent, tien jaar eerder was dat 80 procent. Ook in de hogere leeftijdscategorieën was overigens sprake van een toename, van 76 naar 84 procent. Dat vertaalt zich mede in een hoger inkomen. De twintiger van nu heeft meer te besteden dan tien jaar geleden.
De ‘jonkies’ hebben wel vaker een flexibele arbeidsrelatie, regelmatig in de vorm van een bijbaantje naast hun studie. In 2022 was dit voor 53 procent het geval, tegenover 17 procent van de 30- tot 65-jarige werknemers.
Voltijdwerken blijft voor jonge mannen gebruikelijker dan voor vrouwen. Van de 29-jarige mannen werkte vorig jaar 85 procent in voltijd. Van hun vrouwelijke leeftijdsgenoten is dat 50 procent. In 2022 waren de meeste twintigers werknemer (65 procent) of student (21 procent). Een kleiner deel werkte als zelfstandige (6 procent) of had een uitkering (5 procent).
Het vermogen van uitwonende eindtwintigers was twee jaar geleden flink hoger dan tien jaar eerder; 40 duizend euro om nul. ‘Deze vermogensgroei komt mede door de stijgende woningwaarde’, aldus het CBS. Ook nam het inkomen van (vooral) deze groep flink toe.
Het gaat hier om het mediane vermogen; het midden van een reeks getallen die het vermogen aangeven (bezittingen min schulden). De mediane hypotheekschuld van eindtwintigers met een eigen woning was 211 duizend euro. Dat is minder dan de 256 duizend euro dan een decennium eerder.
De mediane studieschuld van twintigers met een studieschuld was 13 duizend euro in 2022 tegenover 11 duizend euro in 2011. De studieschuld steeg het meest bij middentwintigers. Met name na de invoering van het leenstelsel in 2015 is de studieschuld flink opgelopen.
CBS-onderzoekers Bokern en Menger pleiten voor een onderzoek naar de relatie tussen de oplopende studieschuld van twintigers en het afnemende bezit van een eigen woning. In studiejaar 2023-2024 is een einde gekomen aan het leenstelsel voor studiefinanciering.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant