Voor de een voelt onze wereld ingrijpend veranderd: ‘Ik mag ook niks meer zeggen.’ De ander ziet een wereld die niet wezenlijk progressiever wordt, zelfs terugglijdt naar het verleden. In de Verenigde Staten, waar de term ‘woke’ werd gemunt, worden in de campagne van de Democraten, evenals in het debat tussen Kamala Harris en Donald Trump dinsdagavond, referenties aan de sociaal-culturele emancipatie inmiddels vermeden.
Het Britse koningshuis presenteerde maandag een glossy video waarin Catherine, de prinses van Wales, vertelt klaar te zijn met chemotherapie. De video vertoont opvallende overeenkomsten met het nostalgische vrouwbeeld dat op sociale media hoogtij viert. In de natuur, omringd door ruisend koren en spelende kinderen, toont Catherine, gekleed in een prairiejurk, zich als het morele hart van haar gezin. De commercial verpakt de toekomst van de monarchie in de esthetiek van de tradwife. De opmerkelijke stijlkeuze toont de online zeggingskracht van een vrouwbeeld dat teruggrijpt op een verleden dat niet werkelijk bestaan heeft.
Voor progressieven tekent het schrikbeeld zich steeds duidelijker af: emancipatie als louter golfbeweging, trend, verkoopstrategie. ‘Het toppunt van woke is bereikt’, stelde de Duitse auteur Ijoma Mangold eerder dit jaar in Die Zeit. We gaan er halfhartig mee door, maar de betovering is verbroken. Een voorbeeld is de teloorgang van bodypositivity. Het bleek geen verkoopsucces. Modellen zijn weer dun, vrouwen worden als vanouds aangemoedigd aandacht, tijd en geld te verspillen aan het streven naar jeugdigheid. En het dwingende schoonheidsideaal is extremer dan ooit: botox voor twintigers is nu sociaal geaccepteerd, sommige jongens doen eraan mee, en de cosmetica-industrie richt zich inmiddels al op 6-jarigen. Ook op andere fronten lijkt het progressieve tij te keren: Gen-X’ers hadden de vooruitgang voor het gemak vast uitbesteed aan hun kinderen, maar jongeren lijken volgens de eerste cijfers vatbaarder te zijn voor traditionele standpunten dan gedacht.
Waar is de vooruitgang gebleven? Tussen 2010 en 2020 verschoof de houding ten aanzien van gender en diversiteit naar links. Zeker in cultureel opzicht: ‘woke’ nam een vlucht in de beeldtaal van de media en grote bedrijven, de casting van de filmindustrie, benoemingen aan de universiteit en in het openbaar bestuur. Niet voor niets heeft de nieuwe nadruk op sociale veiligheid vooral verstrekkende gevolgen gehad voor de culturele sector en de wetenschap. Geen enkele andere sector – denk aan het bedrijfsleven – heeft in eenzelfde mate rekenschap hoeven geven van machtsmisbruik op de werkvloer.
Dit alles duidt op een pijnlijk mankement: ‘woke’ was van meet af aan een elitair project, dat de pijlen vooral richtte op performatieve politiek. Een eenzijdige focus op taal en vorm, op hoe we over de wereld praten en hoe we haar verbeelden, is nu eenmaal gemakkelijker dan de strijd voor materiële en structurele verandering. Zo is het opspelden van een watermeloentje, een teken van steun voor de Palestijnen, sneller gedaan dan engagement met politiek die dicht bij huis komt, zoals het actief worden in een politieke partij of vakbond.
De sociale energie die ‘woke’ genereerde, heeft een belangrijke rol gespeeld in het absoluut noodzakelijke aankaarten van structureel racisme en seksisme, en in het geven van ruimte aan minder gehoorde stemmen. Maar de progressieve waarden waar ‘woke’ voor staat, zo kunnen we inmiddels stellen, zijn niet wezenlijk verankerd geraakt in de maatschappij. ‘Woke’ blijkt wel koren op de molen van zijn tegenstanders, gezien de enorme tegenreactie in Europa.
De contrareformatie is allang begonnen.
Over de auteur
Lotte Houwink ten Cate is historicus en deze zomer columnist voor de Volkskrant. Ze is aan Columbia University in New York gepromoveerd op de tweede feministische golf. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant