Home

Een hand met zand is verworden tot het symbool van Israëlische verdeeldheid

In Israël zet een hand zand de verhoudingen tussen links en rechts op scherp. De door velen verguisde minister van Nationale Veiligheid Ben-Gvir, zette vrijdag voet op het strand van Tel Aviv, waar hij niet bepaald met open armen ontvangen werd. Met de arrestatie van een 27-jarige tot gevolg.

Terwijl het dodental in Gaza blijft stijgen, de Israëlische gijzelaars nog altijd vast zitten en het ook op de Westoever al zo’n beetje oorlog is, gaat het in Israël over een in de richting van een minister gegooid handje zand. Het incident is voor beide zijden ‘een nationale metafoor voor haat’ geworden, volgens de site YNet News.

Centraal in het drama staat Noa Goldenberg, een vrouw van 27 die vrijdag op het strand van Tel Aviv was. Daar werd de zomerpret verstoord door de komst van een illuster groepje; de minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir maakte zijn opwachting, vergezeld van zijn gezin en een kordon beveiligers.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.

Dat werkte als een rode lap op een stier bij de badgasten. Het strand van Tel Aviv is het summum van links en seculier in Israël en de extreemrechtse Ben-Gvir geldt als de meest gehate minister in de regering van premier Benjamin Netanyahu. Tegenstanders houden Ben-Gvir in het bijzonder verantwoordelijk voor het uitblijven van een bestand in Gaza, en daarmee voor de recente dood van zes gijzelaars. ‘Moordenaar’, werd er geroepen.

Er vloog een bal nat zand door de lucht, in de richting van het groepje. Een echte treffer werd het niet, de bal viel tijdens de vlucht in korrels uiteen. Een deel daarvan zou het achterhoofd en de rug van de minister hebben geraakt. Op video’s van het incident zijn geen vlekken te zien op het hagelwitte overhemd van Ben-Gvir.

De vermeende dader werd afgevoerd. Goldenberg bracht een nacht door in de cel, en werd volgens haar familie ondervraagd terwijl ze haar bikini nog droeg. Haar moeder zette een foto op X van haar dochter, handen en voeten geboeid, en schreef dat de ‘dictatoriale politie’ haar leven in gevaar had gebracht. De jonge vrouw zou lijden aan een ‘chronische ziekte’ en doordat niemand wist waar ze was, kon ze haar medicijnen niet krijgen.

De politie zegt ‘het vergrijp van het aanvallen van een overheidsdienaar’ zeer zwaar op te vatten. Bij haar voorgeleiding maandag werd ze tevens aangeklaagd wegens het hinderen van een politieman in functie. Op beide delicten staat maximaal 3 jaar celstraf. Goldenberg ontkent overigens het zand te hebben gegooid.

‘Traumazorg’

Wat de minister op het strand kwam doen, is niet duidelijk. Ben-Gvir staat bekend om zijn provocerende daden en uitspraken. Vorige maand bezocht hij de Tempelberg, in de Oude Stad van Jeruzalem, om zijn eis kracht bij te zetten dat Joden daar moeten kunnen bidden. Hij zei een synagoge te willen bouwen op het terrein van de Al-Aqsamoskee. Een dergelijke bezoek aan de Tempelberg van politicus Ariel Sharon in september 2000 deed de tweede intifada ontploffen.

Volgens YNet News is de ophef over de bal zand illustratief voor de wederzijdse haat (tussen voor- en tegenstanders van de regering-Netanyahu) die het land in zijn greep heeft. ‘We moeten die haat stoppen, voordat de zandstorm verandert in een aardbeving die ons verzwelgt.’ Noa Goldenberg ‘is de vijand van rechts geworden, en de agenten die haar arresteerden de vijanden van links’.

In de krant Haaretz kiest columnist Rogel Alpher een iets luchtiger toon. Om te beginnen condoleert hij de minister met het ‘diepe trauma’ dat het handje zand moet hebben veroorzaakt. Hij spreekt de hoop uit dat de traumabehandeling van de slachtoffers van ‘7 oktober’ niet ten koste zal gaan van de nazorg voor de familie Ben-Gvir.

Dan, iets serieuzer: dat Ben-Gvir zijn gezin meenam naar het bastion van progressief Israël, bewijst dat hij wist dat hij niet echt gevaar liep. Vergelijk dat eens, schrijft Alpher, met het risico dat de linkse parlementariër Ofer Cassif zou lopen bij een bezoek aan radicale Joodse kolonisten op de Westoever. ‘Er zou dan heel wat meer dan nat zand naar hem gegooid worden.’

Ben-Gvir voelde intuïtief aan, aldus de columnist, ‘dat links in Israël nooit zijn agressie op het object van zijn haat richt; links pleegt altijd zelfmoord’. Het zandincident ‘onthult, in een notendop, het verschil tussen rechts en links in de Israëlische burgeroorlog: links valt zichzelf aan, en rechts valt ook links aan’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next