De Duitse poging om middels grenscontroles ongewenste migratie in te dammen, kan een domino-effect in omringende landen veroorzaken. Toch zal het aantal asielzoekers door de grenscontroles niet afnemen.
Is de invoering van grenscontroles door Duitsland het begin van het einde van de Schengenzone of een staaltje machteloze symboolpolitiek van een regering die in paniek is door de aanslag in Solingen en de winst van de extreemrechtse AfD bij de deelstaatverkiezingen in Saksen en Thüringen?
Groot was de schok toen Duitsland de controles maandag aankondigde, maar bij de presentatie van minister Nancy Faeser van Binnenlandse Zaken bleek de soep dinsdag toch niet zo heet te worden gegeten. De meeste automobilisten en vrachtwagenchauffeurs zullen er weinig van merken. De controles zijn gericht op voertuigen waarvan de grenswacht vermoedt dat er irreguliere migranten aan boord zijn. Alleen migranten die eerder asiel hebben aangevraagd in een ander EU-land worden geweigerd.
Over deze rubriek
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Er zijn redenen genoeg om de Duitse grenscontroles te relativeren. Het is niet de eerste keer dat een Schengenland weer grenscontroles invoert, en het zal ook niet de laatste keer zijn. De controles zijn beperkt in opzet en omvang, en het einde van Schengen is hiermee niet in zicht.
Toch begeeft Duitsland zich op gevaarlijk terrein. Ook buurlanden kunnen zich nu genoodzaakt voelen om grenscontroles in te voeren, al was het maar omdat zij bang zijn dat migranten zich nu in grotere aantallen aan hun grenzen zullen melden. In Nederland toonde de PVV zich meteen enthousiast. Oostenrijk en Polen kondigden ook direct scherpere controles aan. Zo dreigt een domino-effect. Probleem is dat het aantal asielzoekers niet afneemt door de grenscontroles. De controles zorgen er alleen voor dat de lidstaten van de EU proberen asielzoekers op elkaars bord te schuiven, nog meer dan zij toch al doen.
Dat kan leiden tot groeiend onderling wantrouwen, aangewakkerd door het nationalisme van radicaal-rechts. Waarschijnlijk zal de radicaal-rechtse FPÖ eind september de verkiezingen in Oostenrijk winnen, terwijl de nieuwe Franse premier Michel Barnier afhankelijk is van de gedoogsteun van Marine Le Pens Rassemblement National om een motie van wantrouwen in de Assemblée Nationale te overleven.
Zo kan een situatie ontstaan waarin landen elkaar gaan overbieden in pogingen asielzoekers tegen te houden, waarbij ze de grenzen van de Europese afspraken over Schengen opzoeken of zelfs overschrijden. Als die ontwikkeling doorzet, kan het zo diep gekoesterde ideaal van het vrije verkeer in Europa wel degelijk in gevaar komen.
Uiteindelijk kan het asielvraagstuk alleen in Europees verband worden geregeld. Onlangs werd een Europees migratiepact aangenomen dat voorziet – althans in theorie – in de screening van asielzoekers aan de buitengrenzen en een eerlijker verdeling van vluchtelingen over het continent.
Het pact moet in 2026 in werking treden. Na de aanslag in Solingen en de winst van de extreemrechtse AfD liep de politieke temperatuur in Duitsland zo hoog op dat de regering hier niet op wil wachten. Maar als het in Europa ‘ieder voor zich’ wordt, zal het alleen maar moeilijker worden om in 2026 het migratiepact van de grond te krijgen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant