Home

Marino Pusic, voetbaltrainer in Oekraïne: ‘Je mag je niet laten leiden door angst’

Trainer Marino Pusic (53), tot vorig jaar langdurig werkzaam in het Nederlandse betaald voetbal, beleeft sportieve hoogtijdagen bij Sjachtar Donetsk. Hoe bewaakt hij de mentale gezondheid van zijn spelers, te midden van het oorlogsgeweld?

Thuis in Arnhem, waar hij een paar dagen op adem kwam tijdens de interlandperiode, wijst Marino Pusic naar een kast met medailles en andere onderscheidingen. Kampioen met FC Twente, in de eerste divisie. Kampioen met Feyenoord, als assistent van Arne Slot. Finale Conference League met Feyenoord. Titels in het zaalvoetbal. Plus twee medailles uit Oekraïne: kampioen en bekerwinnaar met Sjachtar Donetsk, sinds een jaar zijn club.

De Bosnische Kroaat, die al ruim dertig jaar in Nederland woont, is trots: ‘Ik heb veel kampioenschappen meegemaakt, maar deze prijzen hebben een bijzonder randje.’

Over de auteur
Willem Vissers is voetbalverslaggever voor de Volkskrant.

Voetballen, en dat ook nog op aantrekkelijke wijze, in tijden van oorlog. ‘Een topclub hoort aan te vallen. De intentie moet altijd zijn: aanvallen, verzorgd aan de bal zijn, iets bieden aan de mensen. Maar ik ben ook realist. Dus als het even niet gaat, willen we gewoon winnen. De wijze waarop we deze titels wonnen, was groots, zeker onder deze omstandigheden. Met ruim 90 procent Oekraïense spelers. En we wonnen in de groepsfase van de Champions League een keer van Barcelona.’

Hij is soms emotioneel, lacht veel en legt situaties uit door met kopjes en schotels over tafel te schuiven. ‘Topsport is een mentaal schaakspel. Alles begint in het hoofd. Voetbal wordt met het hoofd gespeeld, in het hoofd beleefd en met het hoofd voorbereid. Ik ben altijd op zoek naar intelligentie, naar mensen die het voetbal snel zien, situaties herkennen en kunnen uitvoeren. Intelligentie is vaak verbonden aan mentale gesteldheid.’

Nooit in Donetsk geweest

Op die sportieve laag ligt de mentale component van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, met ‘alle emoties die een mens niet wil voelen’. Laatst zei iemand tegen hem dat zijn werk bij Sjachtar als een doctoraat is, qua moeilijkheidsgraad.

Pusic vertelt over het vorige seizoen, het kampioensjaar: ‘Stel je voor: je speelt thuis zonder publiek in de competitie. Je gaat dan de Champions League in, voor zestigduizend mensen. Drie dagen later speel je weer in een leeg stadion, met een bepaalde angst, met oorlogsdreiging. Al die mentale verschillen, en dan toch winnen, dat is bijna niet te bevatten. Dat is een ultieme sportprestatie. Daarom ben ik zo trots op mijn spelers. Wij spelen nooit in onze eigen stad en toch zijn we kampioen.’

Donetsk ligt in het door de Russen bezette oosten. ‘Pas geleden was de loting voor de Champions League. Ik moest meteen lachen, toen ze onze thuiswedstrijden noemden. We spelen die duels straks in Gelsenkirchen.’

Het normale ritme van voetbal, een keer uit, dan thuis, enzovoorts, is verdwenen. ‘Dat vraagt veel van spelers.’ Veel voetballers komen uit Donetsk, waar ze nooit verblijven. Pusic is nog nooit in Donetsk geweest. Hij zag het stadion tijdens een videopresentatie. Spelers wonen in Kyiv of in Lviv. Hij laat soms familie toe in het trainingskamp in het buitenland, laatst in Slovenië. Vijf weken trainingskamp. ‘Deze situatie vraagt maximale flexibiliteit, maximaal inlevingsvermogen, maximaal adaptievermogen.’

‘Buitengewoon bijzonder’

Marino Pusic was vijf jaar assistent van Arne Slot, eerst bij AZ en daarna bij Feyenoord. Ze zaten op één lijn, qua filosofie. Nauwkeurig opbouwen van het spel, snel druk zetten, altijd proberen aan te vallen, veel intensief en gericht trainen en daardoor verbetering zien.

En toen ging Pusic naar Oekraïne, nota bene. ‘Een avontuur, een uitdaging. Het gevoel was niet te weerstaan.’ Zijn vrouw was eerst niet blij, maar ze reist bijna altijd met hem mee, al is ze iets vaker dan hij in Nederland, om de volwassen kinderen te zien. ‘Dit is een buitengewoon bijzonder project, waarvan ik veel opsteek. Het is in alle facetten een mentale stap, als persoon en als professional. Het is een kwestie van meemaken en ondergaan, van mezelf staande houden op elk vlak.’

De oorlog is ook een mentale uitputtingsslag. ‘Ik laat niet toe dat mijn voetballers mentaal sterven. Ik herken emoties en deel mijn ervaringen. De beste remedie is op het veld staan. Als je een bal ziet, word je door speelse elementen weer het kind dat graag met het spelletje bezig is. Dat is verfrissend. Ik houd geen langdurige, ellendige besprekingen. Uiteindelijk wil ik dat ze vreugde ervaren uit het spel waarvan ze vroeger droomden.’

Alleen: telkens is er een aanval op dat naïeve gevoel van lekker sporten. ‘En telkens doen we ook weer een tegenaanval. Dat verklaart de hoge moeilijkheidsgraad, voor mij en mijn stafleden. In het leven telt maar één ding: niet gisteren, niet morgen, maar hier en nu. Hier en nu moet je op de top van je kunnen zijn, binnen de mogelijkheden en omstandigheden. De rest telt niet: wat gisteren was, wat morgen zal zijn. Ik geniet van het hier en nu.’

7,5 uur met de bus

In de huidige, pas begonnen competitie zijn alleen verre uitwedstrijden gespeeld om straks, als ook de Champions League begint (PSV ontvangt Sjachtar in november) niet zo veel te hoeven reizen. Dan is er een reeks thuisduels in de competitie, met de aantekening dat echte thuisduels niet bestaan. Meestal zijn ze in Lviv, richting de Poolse grens. Op de tafel tekent hij afstanden: Lviv, Poolse grens, Kyiv. ‘Wij kunnen niet vliegen. Dat is verboden. Van Lviv naar Kyiv is zevenenhalf uur met de bus. Wij reizen alles met de bus.’

Laatst voetbalden ze in Kryvy Rih. ‘Dat was de zwaarste week tot nog toe. Vier dagen voor onze wedstrijd daar is het hotel dat wij hadden geboekt, kapot gebombardeerd. Niemand wilde nog gaan. Ik heb veel gesprekken gevoerd en tegen de club gezegd dat we daar niet gingen overnachten. We verbleven in een plaats op twee uur van Kryvy Rih, omdat daar minder alarm was. Dan konden we tenminste slapen.’

Zeven uur in de bus, twee uur naar die plaats van de overnachting, daarna voetballen, acht uur terug. En de wedstrijd werd niet uitgespeeld. Om 6 uur was de aftrap, in het begin van de tweede helft ging het luchtalarm. Mogelijk volgt die reis nog een keer, voor het restant. Bij zo’n alarm vlucht iedereen naar de schuilkelders. Sjachtar leidde met 1-0. ‘Om in die omstandigheden alsnog te presteren, is bijna bovenmenselijk.’

Mede door opleidingen in het verleden – Pusic werkte ook met moeilijk opvoedbare jongeren – is hij didactisch onderlegd. ‘Angstregulatie is belangrijk. Motivatie vinden om zelfs met angst te kunnen spelen en tot prestaties te komen. Ik ben hier nu een jaar, maar ik heb het gevoel dat het al vijf jaar is.’

Pusic communiceert in veel talen, eventueel met hulp van een tolk. ‘Mensen die op energetisch niveau dicht bij elkaar zitten, begrijpen elkaar vrij snel. Je ziet soms de radeloosheid in de ogen van spelers, als het weer alarm is geweest. Het is niet alleen angst. Maar de ochtend daarna is de wereld weer normaal, tussen aanhalingstekens. Dat is discrepantie. De scheidslijn tussen doodsangst en een normaal leven is ontzettend dun. Maar ze trainen fantastisch. Dat heb ik ze ook gezegd, dat ze voor mij sporthelden zijn, in de juiste context.’

Mentale kracht

Pusic vluchtte met zijn familie naar Nederland, nog voordat de burgeroorlog in Joegoslavië begon, in 1991. Bepaalde ontwikkelingen in Mostar beangstigden hem destijds, reden om spoorslags te vertrekken. ‘Het krachtige beeld is, en dat zag ik al als jongen in voormalig Joegoslavië, dat je mentaal nooit mag sterven. Als je mentaal sterft, is het klaar. Je moet blijven leven en zo veel mogelijk in het normale stramien blijven. Dat is belangrijk. Dagelijkse routines. Naar je werk gaan.’

Intussen blijft Sjachtar een topclub, groot gegroeid dankzij Rinat Achmetov, zakenman en eigenaar. Vroeger kocht Sjachtar zeer talentvolle, jonge Brazilianen, van wie menigeen uitgroeide tot international. Nu zijn er nog steeds Brazilianen, al zijn die nog veel jonger. Echte toppers kopen is onmogelijk door de oorlog. ‘We ontwikkelen de bovenkant van de selectie, onder meer dankzij de opleiding. Wij halen alles uit training en potentie van jonge spelers.’

Sjachtar ontmoet meestal compact verdedigende tegenstanders in de competitie en probeert die kapot te spelen via dominant aanvalsspel. Dat vergt concentratie. Vaak slaat de ploeg toe in de slotfase, als de tegenstander vermoeid raakt.

Thuisduels zijn in Lviv, dat een soort tweede thuis is voor Sjachtar. De stad heeft zelf twee teams in de hoogste klasse. ‘Wij spelen ook in het stadion. De linkerkant van het stadion is omgedoopt tot onze kant, met veel oranje. Onze foto’s hangen in de gangen en in de kleedkamers, als we thuis spelen.’

Intussen blijft de angst, zeker nu de strijd oplaait, Oekraïne op Russisch grondgebied doordringt en de Russen steden in Oekraïne bestoken. ‘Als mens ben ik niet angstig, maar ik ben wel voorzichtig. Angst is normaal. Die moet je voelen en ervaren, maar je mag je niet laten leiden door angst. We zeggen altijd: met volle angst vooruit. Met volle moed vooruit. Angst is een diepe, zware, negatieve emotie, een interne trigger van verlamming, van terugtrekking. Als je je laat leiden door angst, zullen de vervolgstappen negatief uitpakken. We weten allemaal dat het morgen weer rustig kan zijn. Op de ene dag zit je in zak en as, de andere dag is er niets aan de hand. Maar ik merk aan alles dat het erger wordt. De strijd is geëscaleerd.’

De vraag is dan: waartoe dient voetbal nog? ‘Het is de enige remedie, althans qua beleving van sport, om in een ander stramien te zitten. Maar het is een terechte vraag, die ik me onlangs voor het eerst heb gesteld. Ik ben altijd positief en ambitieus, maar even vroeg ik me af waar het nog om gaat. We hebben angstige momenten meegemaakt. Maar we blijven zoeken naar de mentale balans, naar de gevoelsbalans, en dat kan alleen door te relativeren, hoe moeilijk dat ook is. We blijven met elkaar praten. Het kan weer beter worden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next