Na de moord op drie douaniers sloot Israël de enige grensovergang tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië. Aan beide kanten van de grens konden de getroffenen – allen Palestijnen – geen kant op. ‘Niemand kwam ons helpen’.
Lang heeft het niet geduurd, de sluiting van de grensovergang tussen de Westelijke Jordaanoever en Jordanië, maar voor degenen die erdoor werden getroffen – allen Palestijnen – is het uitermate vervelend. In een hal vol grijze stoeltjes ten oosten van de stad Jericho, zo’n 6 kilometer van de grens, zitten dinsdagochtend een paar honderd teleurgestelde en vermoeide mensen, een wit strookje met een nummer in de hand, te wachten op wat komen gaat.
Rima Abu Asaf, een van hen, had zondag in de Jordaanse hoofdstad Amman op het vliegtuig willen stappen voor een bezoek aan haar dochter in Dubai. Dat ging niet door. Een Jordaanse man schoot vanuit een vrachtwagen drie Israëlische douaniers dood. De grensovergang, die in Israël bekendstaat als de Allenbybrug en in Jordanië als de Koning Husseinbrug, werd tot nader order gesloten.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent in Istanbul voor de Volkskrant. Hij schrijft over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden. Voorheen specialiseerde hij zich op de buitenlandredactie in mensenrechten en het Midden-Oosten.
‘Dus haalde ik mijn vlucht niet’, zegt Asaf. ‘Ik moest een nieuw ticket kopen.’ Tussendoor ging ze twee keer heen en terug naar haar woonplaats Tulkarem op de Westoever, een tocht van drie uur. Maandag was de reis vergeefs, de grens was nog altijd dicht.
Nu heeft ze meer geluk. Haar nummer is zojuist omgeroepen. Ze kan zich vervoegen bij een van de loketten om haar paspoort te laten controleren en 172 shekel (41 euro) te betalen. Daarna kan ze in de eerste pendelbus stappen die deze ochtend weer richting de Allenbybrug rijdt. Haar bagage achterna, want die staat, zoals die van veel gestrande reizigers, sinds zondag al in Jordanië. De koffers waren de schietpartij net vóór.
Ezat en Rama Dahoud uit Salfit op de Westoever zijn nog niet zover. Ook zij hebben een nummertje, maar of het gaat lukken? Eerst zien, dan geloven. Ook zij wilden zondag naar Jordanië, ook zij moesten onverrichterzake terug naar huis, ook hun bagage staat al aan de andere kant van de Jordaan, de grens tussen de Westoever en Jordanië. ‘Daar kom ik vandaan’, zegt de 23-jarige Rama. ‘We gaan bij mijn familie op bezoek.’
Voorheen deden ze dat drie of vier keer per jaar, sinds 7 oktober vorig jaar waren ze nog niet één keer in Jordanië. Door de Gazaoorlog staat ook de Westoever onder hoogspanning, de bewegingsvrijheid van Palestijnen is sterk belemmerd. ‘Er wordt gepraat over een regionale oorlog’, zegt Ezat (28). ‘We zijn bang dat we dan vast komen te zitten in Jordanië.’
Wat zich hier wreekt is dat de Westoever voor Palestijnen die er wonen maar één in- en uitgang heeft: de brug die de Britse generaal Edmund Allenby in 1918 liet bouwen. Het bezet Palestijns gebied wordt niet alleen intern door het Israëlische leger gecontroleerd, met honderden controleposten rond de Palestijnse reservaten, maar ook extern. Palestijnen mogen Israël alleen in met een werkvergunning en ook de grens met Jordanië zit voor hen dicht, op die ene overgang na.
Bovendien heeft de Westoever geen vliegveld. Palestijnen moeten de luchthaven van Amman gebruiken. ‘We leven in een grote gevangenis’, zegt Ezat Dahoud, in een terminologie die doorgaans alleen voor de Gazastrook wordt gebruikt. ‘Als die ene grensovergang dicht gaat, zitten we vast.’
Hoe de verhoudingen liggen op de Westoever, wordt duidelijk uit de grensformaliteiten. Vertrekkende Palestijnen melden zich eerst bij het kantoor van de Palestijnse Autoriteit, de hal met de grijze stoeltjes. Het heeft de sfeer van een druk vliegveld, met taxfreeshop en al, maar in feite is het niet meer dan een logistiek centrum. Reizigers stappen er in pendelbussen voor het ritje van 6 kilometer naar de echte grensposten, eerst die van Israël, daarna die van Jordanië. Zij doen de veiligheidscontroles van personen en bagage.
En daar ergens ging het zondag dus fout, want blijkbaar was de Jordaanse schutter met een geweer door de Jordaanse controle gekomen. Pas toen Jordanië op aandringen van Israël de procedures had aangescherpt, kon dinsdag de grens weer open, zij het nog niet voor vrachtverkeer.
De achtergrond van de schietpartij is onbekend. De 39-jarige dader werd ter plekke doodgeschoten. In Amman werd zijn actie zondag door sommige heethoofden gevierd als vergelding voor de Palestijnse doden in Gaza, maar dat was niet gestoeld op enig feit. Ook gaat het gerucht rond dat de man boos was over provocaties van extreemrechtse Israëliërs jegens de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem.
Bij de hal met de stoeltjes komt later dinsdagochtend de eerste buslading aan van degenen die het meest te lijden hebben gehad van de sluiting: moslims die zijn teruggekeerd van pelgrimage naar Mekka en zondag aan de Jordaanse kant vast kwamen te zitten. Zij konden drie dagen lang nergens heen.
‘We hebben buiten geslapen, op straat en op bankjes’, zegt Sameh Rabaiah, tourleider van de georganiseerde hadj-reis. Hij had vanaf Mekka een bus vol Palestijnse pelgrims onder zijn hoede. ‘Niemand kwam ons helpen. Er was alleen een moskee en een dure supermarkt. Onze organisatie heeft sommige mensen aan voedsel geholpen.’
De 53-jarige hadj-ganger Nariman Salaymah is erg moe, na een paar slechte nachten in de moskee. En ze heeft nóg een zorg. Ze heeft gehoord dat haar woonplaats Hebron door het Israëlische leger is afgesloten. Op 1 september werden daar drie Israëlische politiemensen doodgeschoten. Een dag eerder ontploften er twee bommen, een actie die werd geclaimd door Hamas. ‘Misschien kan ik straks niet eens naar huis’, zegt ze. ‘Dan heb ik weer hetzelfde probleem.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant