Het was spitsuur en lijn 3 zat vol natgeregende mensen; buiten had de herfst met volle kracht toegeslagen. Tegenover me zaten twee forse vrouwen van een jaar of 50, van wie de een op hoge toon tegen de ander zei: ‘De mensen denken allemaal dat je een meloen kunt inschatten door erin te knijpen. Maar ik sta al dertig jaar met groente en fruit en dat is gewoon niet waar. Je moet een meloen niet knijpen, je moet eraan rúíken.’
De andere vrouw antwoordde niet, maar stootte haar buurvrouw aan, en maakte een veelbetekenende hoofdbeweging naar het meisje dat naast me zat. Ik keek tersluiks opzij. Zij was een jaar of 18, slank, met een bleek poppengezichtje, een nette, donkerblauwe regenjas en lang, goudblond haar in een lage paardenstaart. Ze zat te bidden; gebogen hoofd en gevouwen handen en al.
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Zij ging volledig op in haar gebed, als zat ze niet in een propvolle tram maar in een lege kerk. Met gesloten ogen prevelde ze voor zich uit terwijl de vrouwen haar zwijgend bekeken: de een met van verbazing openstaande mond, de ander de lippen misprijzend op elkaar geknepen.
Het bidden duurde lang, veel langer dan een Weesgegroetje of Onzevader. De meloenenvrouw tikte met haar wijsvinger op het voorhoofd, het bekende gebaar voor ‘niet goed snik’, besloot dat de kous daarmee af was, en hernam: ‘met wátermeloenen is het natuurlijk wat anders. Die moet je...’ Het meisje bad onverstoorbaar voort; een devote, blonde engel.
De tram stopte bij de halte Roelof Hartplein, mensen krioelden, en het meisje opende glazig haar ogen. Ze sloeg haastig een kruis en trok vervolgens uit haar jaszak een telefoon tevoorschijn, een recent model iPhone, in een hoesje met tijgerstrepen. Ze klikte hem open, en begon razendsnel -met haar duimen- te appen. Het was blijkbaar een leuk gesprek, want ze kreeg wat kleur in haar gezicht en lachte hardop; de schorre, brutale lach van een stout kind. De vrouwen keken elkaar aan en haalden expressief hun schouders op.
Ik dacht aan een kerk in het Engelse Exeter waar ik afgelopen zomer was. Daar hing een bord, waarop kerkgangers briefjes hadden geprikt met smeekbeden aan God. Ontroerende verzoeken, in het genre ‘Zorg alstublieft dat mijn nichtje Amy een gezonde baby krijgt’ en ‘Help alstublieft mijn vader, Matthew Stevens, met zijn hartproblemen’.
Maar er was ook een briefje bij, waarop in grote, kinderlijke letters stond: ‘Laat Arsenal de eredivisie winnen, alstublieft!!!’ en daaronder, klein en slordig, bij wijze van P.S: ‘En vrede op aarde.’
Toch fijn, dat God zo veelzijdig is.
Source: Volkskrant