Home

‘U’ en ‘dankjewel’: welke goede manieren geef je je kind mee?

Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.

‘En wat zeg je dan?’ Het voelt soms wat kunstmatig om dat zinnetje op te dreunen wanneer je kind iets van een ander krijgt. Laatst sprak ik een vader die daar niet aan doet. Het zou nep zijn, iets voor de bühne, want het kind in kwestie meent het toch niet. Hoe belangrijk is het om je kind goede manieren aan te leren? En hoe doe je dat?

Dit zeggen de deskundigen

Ligt er in de hedendaagse opvoeding minder nadruk op correcte omgangsvormen? ‘Er zijn vaders en moeders die het nog altijd belangrijk vinden dat hun kind beleefd is, maar je hebt ook ouders die het kind centraal zetten en vinden dat het zich moet kunnen uiten, zonder belemmering’, zegt de Vlaamse etiquettecoach Delphine Bucsan.

Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft over grote en kleine levensvragen voor de Volkskrant. In de opvoedrubriek ‘Iedereen doet maar wat’ behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen.

Etiquettedeskundige Reinildis van Ditzhuyzen zat ooit in de trein waar een kind veel lawaai maakte, tot grote ergernis van de andere reizigers. Toen ze de moeder hierop aansprak, luidde het antwoord: ‘Laat hem toch kind zijn.’ Een vreemde reactie, vindt Van Ditzhuyzen. Een kind leren wat gewenst is en wat niet, hoort bij het opvoeden. ‘In het verkeer zeggen we ook niet: al die regels en borden aan de weg zijn lastig voor een kind, dus houden we ons er niet aan.’ Etiquette is niets anders dan het in goede banen leiden van menselijk verkeer. ‘Ik zeg altijd: ‘Wees geen botsauto. Houd rekening met anderen.’’

Het is een misvatting dat etiquette gaat om het afdwingen van specifieke regels zodat kindertjes braaf in het gareel lopen. ‘Het is ook niet chic, hautain of ouderwets’, zegt Bucsan. Het gaat om fatsoen, om hoe je met elkaar omgaat. ‘Dat je luistert naar de ander en je probeert in te leven.’

Weten hoe het hóórt, geeft in het latere leven veel houvast, zowel privé als professioneel. In die zin is het cultureel kapitaal. ‘Kinderen leren hoe ze als een joviaal en aangenaam persoon door het leven gaan. Dat zegt soms meer dan diploma’s.’

Hoe pak je het aan?

In haar boek De Kinder Ditz. Kinderen weten hoe het hoort legt Van Ditzhuyzen uit dat etiquette een toverstaf is. En dat er drie toverwoorden bestaan: ‘dankjewel’, ‘alsjeblieft’ en ‘sorry’. ‘Ze kosten niets, maar leveren veel op.’ Vroeg beginnen is belangrijk. ‘Wat ze met de paplepel ingegoten krijgen, dat wordt een tweede natuur.’

Neem de situatie waarbij er bezoek over de vloer komt. ‘Leer kinderen dat ze moeten opstaan om een hand te geven’, aldus Van Ditzhuyzen. ‘Dat ze zich netjes voorstellen en de ander aankijken.’

Het is belangrijk dat ouders de gedachte achter de regel uitleggen. Dat werkt beter dan enkel bevelen uitdelen. Vertel waarom je voor oudere mensen moet opstaan in de bus of de trein, adviseert de etiquettedeskundige. ‘Jij hebt jonge benen dus je kunt langer staan zonder moe te worden.’

Moeten kinderen altijd ‘u’ zeggen tegen ouderen? Bij onbekende mensen wel, vindt Bucsan, zeker als die persoon je helpt in een winkel of restaurant. Bij vrienden van de ouders die ze goed kennen is het niet nodig.

Toen ik onlangs in een winkel stond en de kinderen een chocolaatje kregen van de aardige mevrouw, hoorde ik het mezelf alweer zeggen: ‘En wat zeg je dan?’ Mijn 6-jarige zoon keek verstoord op. ‘Mam, ik heb allang dankjewel tegen hem gezegd!’

‘Tegen háár.’

Tja, het opvoeden houdt nooit op.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next