De kunst- en cultuursector dreigt vanaf 2026 een klap van 200- tot 350 miljoen euro per jaar te krijgen als gevolg van de voorgenomen btw-verhoging, de korting op het gemeentefonds en een stapeling van andere financiële maatregelen van het kabinet.
Tot die schatting op basis van openbare cijfers komen het Cultuurfonds, belangenorganisatie Kunsten ’92 en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Hoewel in het hoofdlijnenakkoord niets over cultuurbeleid was opgenomen, hangt de sector via het ministerie van Financiën alsnog een bezuiniging boven het hoofd. De stapeling kan even hard uitpakken als de subsidiekorting van 200 miljoen euro in 2011, onder het door de PVV gedoogde eerste kabinet-Rutte.
Over de auteur
Alex Burghoorn is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.
Namens het consortium van drie organisaties brengt Kunsten ’92 deze boodschap woensdag tijdens een kennismakingsgesprek over aan minister van Cultuur Eppo Bruins (NSC). Gezamenlijk roepen ze hem op ‘regie te nemen’ om ‘kaalslag’ te voorkomen en, met andere woorden, zijn collega op Financiën op andere gedachten te brengen. Vooralsnog wijst niets erop dat er in het regeerprogramma dat het kabinet-Schoof vrijdag presenteert aparte ambities voor cultuurbeleid zijn opgenomen.
De kunst- en cultuursector tekende meteen in mei al protest aan tegen de verhoging van de btw van 9 naar 21 procent op ‘culturele goederen en diensten’ met uitzondering van de bioscopen. De hogere belastingafdracht zou bij veel instellingen onherroepelijk leiden tot hogere prijzen, omdat ze door hun reserves heen zijn na de coronajaren, de opgelopen energie- en loonkosten en de inflatie. Niet alleen maakt dat cultuur volgens de sector minder toegankelijk, ook lopen de inkomsten door lagere kaartverkoop terug.
Maar in het hoofdlijnenakkoord zitten meer maatregelen die samen een ‘ongecoördineerde stapel’ vormen, die de economische motor onder de kunsten ontregelt. ‘Het kabinetsbeleid veroorzaakt een domino-effect, doordat financiers elkaars gaten niet kunnen dichten’, zegt Cathelijne Broers, directeur van het Cultuurfonds, dat in 2024 met ruim 40 miljoen euro uit giften en loterijgelden culturele projecten steunt. ‘De financiers zullen vooral ‘risicomijdende’ projecten gaan steunen, wat ten koste zal gaan van kleine en middelgrote instellingen en makers.’
De cultuursector draait op een mengsmering van subsidies (50 procent), kaartverkoop en andere eigen inkomsten (40 procent) en particuliere giften (10 procent). Raakt de btw de kaartverkoop, plannen om de giftenaftrek te verlagen en de kansspelbelasting te verhogen raken particuliere fondsen en instellingen met een kring van donateurs. De korting op het gemeentefonds in 2026 en een algemene bezuinigingsopdracht aan alle ministeries kunnen ten koste gaan van kunstsubsidies.
Hoe alle maatregelen precies op elkaar inwerken laat zich moeilijk voorspellen, blijkt wel uit de ruime bandbreedte van 200- tot 350 miljoen euro verlies op een totaal van 4,7 miljard aan jaarlijkse inkomsten. Het Cultuurfonds, Kunsten ’92 en de VNG beperken zich daarbij nog tot de musea en de podiumkunsten muziek, theater en dans. Maar zeker is dat ‘waardevolle samenwerkingen’ voor ‘cultuuraanbod en talentontwikkeling, die buiten de Randstad al minder aanwezig zijn’ in gevaar komen, zegt de Tilburgse wethouder van Cultuur Marcelle Hendrickx (D66).
De gezamenlijke gemeenten zijn de grootste subsidieverstrekker aan de culturele sector: 1,3 miljard euro per jaar, naast 800 miljoen van de Rijksoverheid. Het vorige kabinet boekte al een korting van het gemeentebudget in van 3 miljard euro voor 2026, dat daarmee al in ambtelijke kring het ‘ravijnjaar’ wordt genoemd. Het nieuwe kabinet draait die maatregel niet terug, en dus zullen gemeenten moeten zoeken naar bezuinigingen. Uitgaven voor cultuur zijn daarbij een makkelijk slachtoffer, omdat gemeenten niet wettelijk gebonden zijn aan het faciliteren van cultuur, zoals ze bijvoorbeeld wel verplicht zijn jeugdzorg te bieden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant