Laaggeletterdheid
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Een op de zes mensen in Nederland heeft moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Ze hebben er wel les in gehad op school, maar niet goed genoeg om helemaal mee te komen in de maatschappij. Het betekent vaak ook dat ze moeite hebben met digitale vaardigheden die tegenwoordig onmisbaar zijn. Dat heeft grote gevolgen in het dagelijks leven van deze 2,5 miljoen mensen.
Het is sympathiek dat de NOS is begonnen met een dagelijks Journaal in makkelijke taal. Hopelijk bereikt het de mensen voor wie dit wordt gemaakt, zodat zij kennis kunnen nemen van onderwerpen die in het nieuws spelen. Mooi is hoe moeilijke begrippen op een terloopse manier worden uitgelegd. De eerste aflevering leerde de kijker wat het ‘vroegpensioen’ is waarvoor schoonmakers en anderen met zwaar werk staken, wat de ‘Paralympische Spelen’ zijn en waarom er minder bruinvissen zijn door zoiets als ‘overbevissing’.
Het Journaal in makkelijke taal is niet het enige initiatief om laaggeletterden tegemoet te komen. Tijdens de coronapandemie werden de maatregelen die het kabinet afkondigde vertaald in begrijpelijke taal en uitlegvideo’s. Bij verkiezingen wordt sinds enige jaren eveneens vereenvoudigde informatie verspreid. Ook de dingen die het leven leuk maken kunnen lastig zijn als je niet goed kunt lezen. Het tijdschrift Flair bracht deze maand een speciale editie uit voor (en over) laaggeletterden.
Het is goed dat op allerlei manieren wordt geprobeerd deze doelgroep te betrekken. Maar daar mag het niet bij blijven, want het aandeel van de Nederlandse bevolking dat moeite heeft met taal en/of rekenen is de afgelopen drie decennia schrikbarend gegroeid: van 9,4 procent in 1995 naar nu 18 procent. Dit heeft deels te maken met de vergrijzing - onder ouderen zijn laaggeletterden oververtegenwoordigd - en de komst van nieuwkomers die weinig onderwijs hebben genoten. Maar ook door de dalende basisvaardigheden van scholieren. De leesvaardigheid van Nederlandse 15-jarigen ligt inmiddels ver onder het gemiddelde van de OESO-landen. Dat betekent dat ze een bijsluiter bij medicijnen of een brief van de overheid niet begrijpen.
Volgens de Stichting Lezen en Schrijven bedragen de maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid 1,13 miljard euro per jaar. Laaggeletterden hebben vaak hogere zorgkosten, krijgen vaker een uitkering, verdienen als zij werk hebben minder geld en dragen dus ook minder belastingen af.
Een initiatief als het Journaal in makkelijke taal is mooi maar slechts symptoombestrijding. Om te voorkomen dat de laaggeletterdheid nog verder groeit, moet het lerarentekort worden opgelost, zodat scholen voldoende capaciteit hebben om vroegtijdig te signaleren welke kinderen extra aandacht nodig hebben om goed te leren lezen, schrijven en rekenen.
Ook volwassenen met een achterstand hierin moeten de kans krijgen om die in te halen. Het is onbegrijpelijk dat de overheid aan volwasseneducatie tegenwoordig nog maar een derde van het budget besteedt dat er twintig jaar geleden was, terwijl het aantal laaggeletterden zo hard groeit.
Als Nederland dit probleem serieus wil aanpakken, moet er voor alle 2,5 miljoen laaggeletterden onderwijs zijn waar zij makkelijk de weg naar kunnen vinden. Dat dit nu deels wordt overgelaten aan bibliotheken is wrang: juist dat zijn plekken waar je laaggeletterden niet snel zult vinden.
Source: NRC