De Spaanse regering ontving de Venezolaanse oppositiekandidaat en vermoedelijke verkiezingswinnaar Edmundo González zondag met open armen. Naar Spanje uitgeweken aanhangers van González demonstreerden dinsdagavond in Madrid voor internationale steun. ‘We zullen het echt van de internationale gemeenschap moeten hebben.’
Zodra de camera’s van de pers haar in het vizier krijgen, probeert Adalis Guevara (46) haar tranen te verbergen achter het vel papier in haar hand. ‘Voor de vrijheid van Venezuela’, staat op het geel-blauw-rode papier - en voor de vrijheid van Venezuela laat Guevara hier haar tranen.
‘We moeten moedig blijven’, huilt ze in de schaduw van de bomen voor het Congres in Madrid, de zetel van de Spaanse democratie. Om zo’n volwaardige democratie ook in haar eigen land af te dwingen, staat Guevara hier dinsdagavond samen met honderden andere Venezolanen. ‘Maduro, delincuente, crimineel!’, schreeuwen zij. ‘Edmundo, presidente!’
De man voor wie de Venezolanen bij het Congres hun stembanden kapot schreeuwen, is er dinsdag zelf niet bij. Edmundo González (75) is dan ook pas sinds zondag in Spanje. Hier, een oceaan verwijderd van zijn geliefde Venezuela, zal hij zijn dagen voortaan slijten als balling.
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Het is een lot dat González – na zich een maand te hebben schuilgehouden in de Nederlandse ambassade in hoofdstad Caracas – verkoos boven politieke vervolging door het regime. Nicolás Maduro, de zittende autocraat, verloor volgens alle aanwijzingen de presidentsverkiezingen van eind juli van Gónzalez, maar ontnam zijn uitdager de overwinning – en riep die zelf uit.
‘We zullen het broedervolk van Venezuela nooit in de steek laten’, zei José Manuel Albares, de Spaanse minister voor Buitenlandse Zaken, maandag in dagblad El País over de beslissing van zijn regering om González asiel te garanderen. ‘We hebben altijd gezegd dat we de politieke rechten en fysieke veiligheid van de oppositieleiders zouden garanderen.’
Van politieke onderhandelingen met het kamp-Maduro is volgens Albares geen sprake geweest. Media in Spanje speculeren dat de Spaanse ex-premier Zapatero (2004-2011), die relatief goede banden onderhoudt met het Venezolaanse regime, mogelijk een informele rol als bemiddelaar heeft gespeeld bij het regelen van de vrijgeleide voor González.
In zijn interview met El País ontkende Albares die bemoeienis van de ex-premier, net als hijzelf een sociaaldemocraat, niet. Tegenover de vrijgeleide staat in ieder geval ‘geen enkele tegenprestatie’ van Spaanse kant, beklemtoonde de buitenlandminister. Zeker niet een eventuele erkenning van Maduro als de rechtmatige president.
Tegelijkertijd deinst Spanje er vooralsnog óók voor terug om de gevluchte González formeel te erkennen als het nieuwe Venezolaanse staatshoofd. Daarmee wijkt de Spaanse regering niet af van de positie van de Europese Unie. Die stelde zondag - bij monde van de Spaanse buitenlandchef Josep Borrell - weliswaar dat González ‘de winnaar van de presidentsverkiezingen lijkt’, maar een formele erkenning is dat niet.
De demonstratie voor het Congres in Madrid, georganiseerd door de Venezolaanse oppositie, is een poging om ‘de hele wereld’ alsnog van het belang van die erkenning te overtuigen. ‘We zullen het echt van de druk van de internationale gemeenschap moeten hebben’, zegt Victalia Castillo (56). ‘Meer dan van onze soldaten. Die zijn allemaal omgekocht.’
Castillo, een petje in de kleuren van haar vlag op haar hoofd, vluchtte een jaar geleden samen met haar man Rómulo Zapata (73) naar Spanje. Ze hebben het hier beter, zijn in ieder geval veilig - maar denk niet dat ze zich hun land, dat van de mooiste stranden ter wereld en de vriendelijkste mensen, zomaar door Maduro laten afpakken. Zapata: ‘We kunnen de hoop niet opgeven. ‘We kunnen Venezuela niet opgeven.’
Dat de oppositie erin slaagde zoveel Venezolanen op 7.000 kilometer van hun land op de been te brengen, is minder opzienbarend dan het in eerste instantie lijkt. Alleen al in de eerste helft van dit jaar vestigden 44 duizend Venezolanen zich in Spanje, op de vlucht voor de politieke onrust en economische rampspoed in hun land. Zij voegden zich bij hun vrienden en familie in de diaspora in Spanje, die inmiddels zo’n 400.000 mensen telt.
Al voor de vlucht van González zaten in die groep ook prominente politici, zoals oppositieleider Leopoldo López en Antonio Ledezma, voormalig burgemeester van Caracas. Inmiddels wonen er zoveel leden van de Venezolaanse elite in Salamanca, een van de chiqueste wijken van Madrid, dat de wijk ook wel ‘klein Caracas’ wordt genoemd.
Verreweg de meeste Venezolaanse immigranten hebben echter onderdak gevonden in de minder welgestelde delen van Madrid, Barcelona en kleinere steden. Daar proberen ze met baantjes in de bouw en de horeca het hoofd boven water te houden.
Dat geldt ook voor Adalis Guevara, de vrouw die haar tranen probeerde te verbergen achter het papier. Zij trok twee jaar geleden naar Spanje en werkt er nu als kok. Ze is ontzettend dankbaar dat ze hier onderdak heeft gevonden, zegt ze. Dat ze de Spaanse vlag vanavond samen met de Venezolaanse over haar schouders draagt, is niet voor niets.
Toch verlangt ze maar naar één plek: thuis. ‘Zie je die zon?’, wijst ze op de weerkaatsing van het zonlicht in de glanzende ramen van het Congres. ‘Soms verdwijnt de zon achter de wolken, en wordt het donker. Maar ooit gaat de zon weer schijnen.’ Ook in Venezuela.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant