Draghi pleit voor meer Europese integratie, terwijl de animo daarvoor alleen maar kleiner wordt.
Bij de presentatie van zijn rapport over de erosie van de concurrentiekracht van de Europese economie deinsde Mario Draghi maandag niet terug voor apocalyptische woorden. Als Europa zijn aanbevelingen niet overneemt, zei de voormalige voorzitter van de Europese Centrale Bank, dan wacht het een ‘langzame doodsstrijd’.
Europa staat voor een existentiële uitdaging, aldus Draghi. Als het economisch nog meer terrein verliest aan de Verenigde Staten, China en andere landen, wordt het moeilijk om de Europese welvaart te behouden, inclusief de verzorgingsstaat die de Europeanen zo dierbaar is.
In een doorwrocht verhaal analyseert Draghi, niet als eerste overigens, de zwakke punten van de Europese economie. Het wegvallen van goedkope Russische energie, de concurrentie met Amerikaanse en Chinese bedrijven die ruimhartig door hun overheden worden gesteund, de almaar toenemende technologische achterstand op de VS en China, de vergrijzing, de geopolitieke spanningen die Europa kwetsbaar maken, als continent dat arm is aan grondstoffen en afhankelijk is van de wereldhandel.
Volgens Draghi moeten Europese bedrijven en overheden jaarlijks 800 miljard euro extra investeren. Draghi pleit ook voor gemeenschappelijke Europese leningen, iets wat door Nederland en Duitsland altijd is afgewezen.
Gemeenschappelijke leningen (eurobonds) zijn aanvaardbaar om urgente problemen op te lossen. Toch is de Noord-Europese huiver wel begrijpelijk. Het gevaar is groot dat er een nieuw subsidiecircuit ontstaat met bureaucratische regels en bijbehorende politieke gevechten, omdat elke lidstaat zijn deel wil hebben.
Europa zou juist minder log en complex moeten worden. Bedrijven hebben niet alleen te maken met ingewikkelde Europese regels, maar ook met nationale regels.
Officieel is de EU één interne markt van 450 miljoen consumenten, maar in de praktijk valt zij vaak uiteen in 27 nationale stukjes. Dat geldt ook voor de kapitaalmarkt, waardoor er onvoldoende geld beschikbaar is voor techbedrijven die willen groeien. Veelbelovende bedrijven verhuizen daardoor naar de VS, constateert ook Draghi.
Hoe overtuigend Draghi’s analyse ook is, zijn aanbevelingen zullen op grote politieke problemen stuiten. Het terugdringen van bureaucratie op de interne Europese markt klinkt als iets waar niemand tegen kan zijn. In de praktijk betekent het echter dat lidstaten nationale regels opgeven en zich conformeren aan Europese regels, zodat bedrijven in de hele Unie simpel zaken kunnen doen.
Maar de animo voor meer Europese integratie wordt alleen maar kleiner. In veel lidstaten groeit de invloed van radicaal-rechts, met zijn nationalistische oriëntatie op het eigen land. Bovendien maken de belangrijkste lidstaten, Duitsland en Frankrijk, een periode van ernstige politieke zwakte door. Zij zijn niet in staat tot het leiderschap waarom het rapport van Draghi vraagt.
De erosie van het Europese concurrentievermogen verloopt zo langzaam dat zij niet als crisis wordt ervaren, zeker niet zolang de werkloosheid structureel laag blijft.
Ten onrechte. Draghi laat ten overvloede zien hoe kwetsbaar Europa is. Zijn rapport zou een kompas moeten zijn voor de komende jaren, niet alleen voor de Europese Commissie, maar ook voor de lidstaten die zo gefixeerd zijn op hun eigen politieke problemen, dat zij onvoldoende oog hebben voor de veel ernstiger verzwakking van de positie van Europa in de wereld.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant