Volgens Stichting Rugvin leven er minder bruinvissen in de Oosterschelde en de Noordzee dan vijf jaar geleden. Dat is te wijten aan windmolens, beweerden NU.nl-lezers. Maar onderzoekers leggen uit waarom het juist lastig is om te bewijzen dat windmolens schadelijk zijn voor zeeleven.
Vrijwilligers telden 26 bruinvissen in de Oosterschelde. Stichting Rugvin, die het initiatief tot de telling nam, maakt zich zorgen. Vijf jaar geleden telden onderzoekers er namelijk nog 55 bruinvissen. Er zijn dit jaar bovendien al 41 dode bruinvissen aangetroffen in Nederland - een verdubbeling ten opzichte van de afgelopen jaren.
Welke rol windmolens daarbij spelen, is volgens Frank Zanderink lastig te zeggen. Hij is onderzoeker en directeur van de stichting. "Bruinvissen en andere zeezoogdieren hebben met allerlei verstoringen te maken in de Oosterschelde en de Noordzee. De aanleg van windmolenparken kan er daar een van zijn."
Windmolenparken veranderen een zeegebied drastisch, legt Sophie Brasseur, onderzoeker aan Wageningen University & Research, uit. "Een gebied wordt geïndustrialiseerd. Ineens varen er heel veel schepen om het park aan te leggen. Daarna zijn het er ongeveer twee per week, om de turbines te controleren en onderhouden."
Vooral de aanleg van een windmolenpark kan problematisch zijn voor bruinvissen. Die zijn erg gevoelig voor geluid. "Horen is hun primaire zintuig", vertelt Lonneke IJsseldijk. Zij is universitair docent en doet aan de Universiteit Utrecht onderzoek naar de gezondheid van zeezoogdieren. "Ze gebruiken geluid om voedsel te vinden, te navigeren en te communiceren met soortgenoten."
Heien - het in de grond slaan van grote palen - maakt veel geluid. Dat zouden zelfs zeezoogdieren op tientallen kilometers afstand nog horen. Als bruinvissen daar te dichtbij zwemmen, kunnen ze gehoorschade oplopen of zelfs doof worden. "Een dove bruinvis is ten dode opgeschreven", zegt IJsseldijk. "Dat geldt eigenlijk voor alle walvisachtigen."
Maar wanneer ze het geluid alleen in de verte waarnemen, is het hoogstens overlastgevend. En wat dat precies met de bruinvissen doet, moet onderzoek nog uitwijzen. "Het zou kunnen dat ze daardoor een gebied mijden, maar het zou ook kunnen dat ze zich er niets van aantrekken. Het staat hoog op de wetenschappelijke agenda om uit te zoeken."
Het lijkt niet alleen slechter te gaan met de bruinvissen. Volgens zeehondenonderzoeker Brasseur van de Wageningen University & Research neemt de zeehondenpopulatie in het Waddengebied al enkele jaren af. Maar sinds ongeveer tien jaar geleden zijn ook veranderingen in het gedrag van de dieren te zien. "En dat komt overeen met de periode waarin veel windmolenparken zijn aangelegd."
Samen met haar Wageningse collega's werkt Brasseur al jaren met zenders die ze op de vacht van zeehonden plakken. Zo kunnen de onderzoekers zien waar een dier zich bevindt, hoelang en hoe diep het duikt en wanneer het op het land is.
Zo hebben ze vastgesteld dat zeehonden nauwelijks door windmolenparken heen zwemmen en dat ze reageren op heiwerkzaamheden. Verder brengen ze minder tijd op de bodem door en verandert hun duikgedrag. "Normaliter weten zeehonden ongeveer waar ze voedsel kunnen vinden en duiken ze recht naar beneden", vertelt Brasseur. "Tijdens het heien doen ze dat niet. Mogelijk kunnen de dieren daar minder goed zoeken naar voedsel."
Maar eigenlijk bewijst dat nog niets, benadrukt Brasseur. "We weten niet of en hoe andere veranderingen de zeehonden beïnvloeden."
Daar sluit Zanderink, directeur en onderzoeker bij Stichting Rugvin, zich bij aan. "Het gebied is in de loop van de jaren ook op andere vlakken erg veranderd. Zo is het water opgewarmd door klimaatverandering en kunnen er minder prooidieren zijn om op te jagen."
Daarnaast kunnen windmolens ook een positief effect hebben op de omgeving. Vissen is bijvoorbeeld verboden in en rond windmolenparken. En op de palen van de windmolens vestigen zich planten en dieren die er eerder niet waren. "Zo ontstaat er een rijk ecosysteem", vertelt universitair docent IJsseldijk. "Het kan dus zowel positief als negatief zijn. We moeten nog leren wat zwaarder weegt."
Source: Nu.nl algemeen