Home

Voor Finn Berk veranderde de voetbaldroom in een nachtmerrie: ‘Voor mij is de jeugdopleiding een martelgang geweest’

Finn Berk had de droom om profvoetballer te worden en doorliep de jeugdopleiding van AZ. Dat was een bezoeking en dat kan, via een boek, maar beter iedereen weten.

Hopen, verlangen, dromen. Ex-profvoetballer Finn Berk (24) uit Haarlem kent die emoties. Van zijn 10de tot zijn 18de doorliep hij de goed aangeschreven jeugdopleiding van AZ, die Calvin Stengs, Myron Boadu, Owen Wijndal en de broers Peer en Teun Koopmeiners voortbracht. De oudste, Teun, sloot onlangs een miljoenencontract bij Juventus.

Voor veel kinderen wordt de droom een nachtmerrie, stelt Berk in het boek Voetbaldroom – Hoe ik verliefd werd op de bal maar ziek werd van de voetbalwereld dat hij met Jeroen Kleijne schreef. ‘In de wereld van de topsportopleidingen gaat het er vreselijk aan toe.’ En dat gaat verder dan ‘daar word je hard van’, ‘het hoort erbij’, en de kleedkamerhumor waarbij ze je onderbroek in een bidon stoppen. Nee, volgens Berk gaat het om een pedagogisch klimaat dat desastreus is voor kinderen.

In korte hoofdstukken rijgen de heftige scènes zich aaneen. Over een belangrijke thuiswedstrijd tegen koploper FC Twente bijvoorbeeld. Berk was 13 jaar en aanvoerder van AZ onder 14. Omdat veel spelers van zijn eigen team geblesseerd waren, deden er noodgedwongen veel jongens uit een jonger team mee. Ze verloren met 6-1.

De trainer gaat als eerste bij mij staan. ‘Finn, hoe vind je zelf dat je gespeeld hebt’? Ik weet dat ik op deze vraag beter geen antwoord kan geven en probeer de aandacht van mezelf af te leiden. ‘We hebben gestreden als team. Maar vandaag waren zij denk ik een maatje te groot voor ons.’ Opnieuw werpt hij me een boze blik toe. Hij verheft zijn stem. ‘Godverdomme, Finn, je zoekt naar excuses. Kijk naar jezelf! (…) Leer eens in de spiegel te kijken. Je speelt voor AZ, je draagt de aanvoerdersband. En je laat je team zo zinken…’

‘En ik was toen dus 13 jaar, maar dit zou zelfs na een verloren Champions League-wedstrijd belachelijk zijn’, zegt Berk.

Berk speelde uiteindelijk een paar jaar op het vierde niveau in Duitsland (vergelijkbaar met de eerste divisie in Nederland) en leefde het leven van een profvoetballer: luxe hotelkamers, mooie auto, volle stadions, handtekeningen, selfies met supporters.

‘Maar voor mij is de jeugdopleiding een martelgang geweest en daar heb ik een prijs voor betaald. Mijn haar viel uit, ik kreeg last van hyperventilatie en hartklachten. Via EMDR-therapie heb ik de grootste trauma’s verwerkt. Wat ook hielp: schrijven, dat werkte therapeutisch.’

Je hebt ervoor gekozen niet iedereen bij naam te noemen in het boek.

‘Nee, dan zou het te veel over mij en AZ gaan, terwijl deze manier van werken voor meer clubs geldt. Ik krijg veel reacties op mijn boek, ook van andere voetballers. Jongens van andere clubs laten me weten dat ze zich herkennen in mijn verhaal en dat ze het goed vinden dat ik het bespreekbaar maak. De voetbalwereld is een machowereld. We doen er allemaal aan mee, dat deed ik ook. Maar ik ben er nu open over. Ik kón mijn mond niet langer houden.’

Trainers reageerden. Berk: ‘Dan hoor je dat ook trainers last kunnen hebben van de cultuur. Eentje vertelde dat hij wist dat hij fouten maakte, dat hij zich nu schaamt, maar dat hij werd meegezogen. Als zijn team niet goed had gepresteerd, kreeg hij van het hoofd jeugdopleiding de wind van voren. Of collega-trainers legden voor de grap een ontslagbrief op zijn stoel. Vervolgens reageerde hij zich op zijn jonge spelers af.’

Natuurlijk hebben zijn ouders destijds gesprekken gevoerd met de trainers. Dat kreeg Berk op het veld terug. ‘Heeft je moeder een oogje op me ofzo’, grapte de trainer dan, zodat de hele groep het kon horen. Berk verbood zijn ouders sindsdien om een onderhoud met de staf aan te vragen.

Tijdens trainingen ging het er vaak fysiek hard aan toe. ‘Zat ik met ijs op mijn dikke blauwe enkels in de auto. Toen besloot pa om me wat trucjes te leren.’

Hoe ging dat dan?

‘In het begin vertelde ik alles thuis. Over de straffen, het schelden, als we door het zand moesten kruipen. Mijn moeder vond dat zo naar, dat mijn vader zei dat ik haar maar niets meer moest vertellen. Tijdens de autoritjes deelde ik mijn ervaringen nog wel met mijn vader. Dan zei hij: ‘Van ons hoeft dit niet. Stop er toch mee.’ Maar dat weigerde ik. Misschien is dat de topsporter in mij. Ik wilde me bewijzen, ik wilde het uiterste uit mezelf halen, optimaal presteren. En ik wilde die trainers bewijzen dat ik het wél kon.

‘Mijn vader besloot me weerbaarder te maken. Hij liet me bijvoorbeeld zien hoe ik mijn noppen altijd net iets hoger dan de voetzool van de tegenstander moest houden. En hij deed voor hoe ik in luchtduels mijn knieën meer moest buigen.’

Hielp het?

‘Niet echt. Er waren perioden dat ik me tijdens trainingen en wedstrijden probeerde te verstoppen. Ik deed af en toe alsof ik een blessure had, dat doen meer jongens als de druk ze te hoog wordt. Of ik ging in de rust extra lang naar de wc om het geschreeuw van de trainer niet te hoeven aanhoren. Tijdens een teambespreking verschool ik me soms achter een pilaar.’

Had je het er met teamgenoten over?

‘In de selectieteams is de onderlinge competitie groot. Iedere teamgenoot is een concurrent. De angstcultuur ging ook bepalen hoe we in de groep met elkaar omgingen. De trainers moedigden aan dat we elkaar corrigeerden en uitscholden. Dan schreeuwde een teamgenootje uit het niets tegen me dat ik strakker moest passen, ook al had ik een prima bal gespeeld. ‘Goed dat je hem scherp houdt’, zei de trainer dan. Ik ging mijn medespelers ook de les lezen, extra luid, zodat de trainer het hoorde. Het liefst met een paar scheldwoorden. ‘Wat een kutpass!’’

Hoe kijk je daar nu op terug?

‘Ik voel me er slecht over. Ik weet dat ik medespelers verbaal heb gekwetst. Maar zo ben ik niet, zo werd ik gemaakt.

‘Laatst was ik op een borrel van mijn uitgeverij, Atlas Contact. Ik raakte met iemand aan de praat. Een gemoedelijke, gelijkwaardige dialoog. Met een schok realiseerde ik me dat ik binnen de voetbalwereld nog nooit op deze manier een gesprek had gevoerd. In voetbal is de manier waarop mensen met elkaar omgaan doorspekt van stoerdoenerij en scheldwoorden.

‘Sportpsychologen zeggen dat al dat straffen en negatieve juist niet werkt als je topsporters beter wil maken. Maar ja, de wetten van de angstcultuur zijn sterk, die veranderen niet zomaar.’

Heb je nog contact met oud-teamgenoten?

‘Sommigen sturen een bericht via Instagram. Ze laten weten dat ze me steunen. Maar ze schrijven ook dat ze mijn bericht niet openbaar gaan liken. Ze zijn bang dat mensen dat zien, zeker als ze nu nog actief zijn in het voetbal. Ze vrezen voor hun eigen carrière.’

Inmiddels bouwt Berk in Haarlem aan een carrière als padelleraar. Hij voelt zich ontspannen en is gelukkig. Hij hoopt dat hij met zijn boek topsportkinderen en hun ouders op andere gedachten kan brengen. ‘Mensen zeggen dat het bij hun zoon niet zo’n vaart zal lopen. Of dat het in de sport die hun kind beoefent anders is. Dat het alleen bij het voetbal gebeurt. Maar ik ben er echt van overtuigd dat het elk kind in een topsportopleiding overkomt.’

En wat als je zelf een kind krijgt dat profvoetballer wil worden?

‘Als er tegen die tijd nog niets is veranderd in de jeugdopleidingen, dan zal ik het hem verbieden.’

Reactie AZ: ‘Niet exemplarisch’

AZ laat in reactie op het boek weten zich niet in het relaas van Finn Berk te herkennen. ‘Het is beslist niet exemplarisch voor hoe we bij AZ werken en hoe we met onze spelers, stafleden en andere collega’s omgaan. We streven met zijn allen naar een veilige werkomgeving. Daarbij is aandacht voor zowel de speler als de persoon. Ook de ouders/verzorgers en anderen uit de entourage van jeugdspelers nemen we daarin mee. Ook hebben we meerdere vertrouwenspersonen, zowel in het stadion als binnen de jeugdopleiding, maar ook een externe en onafhankelijke vertrouwenspersoon tot wie iedereen zich kan richten.’

Finn Berk en Jeroen Kleijne: Voetbaldroom.
Atlas Contact; 256 pagina’s; € 21,99.

Finn Berk
2000 geboren in Haarlem
2010 jeugdopleiding AZ, centrale verdediger
2016 mbo sport & coaching, Amsterdam
2019 Almere City O19
2020 Cambuur O21
2021 Greifswalder FC, Babelsberg, FSV Union Fürstenwalde
2022 zomer, stopt met voetballen
2022 padelleraar Haarlem
2024 boek Voetbaldroom (samen met Jeroen Kleijne, Atlas Contact)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next