Kent u die ene over die man die op vakantie was en niet naar huis wilde? Welnu. Op de voorlaatste dag van zijn vakantie stapte die man in zijn auto om boodschappen te doen. Bij terugkomst reed hij de camping op, zette de auto bij de receptie en laadde de spullen uit. Een paar minuten later stapte hij weer in de auto, startte, reed een stuk achteruit, een stuk vooruit en toen sloeg de motor af. De man startte zijn auto opnieuw en opnieuw sloeg de motor na een paar tellen af. Nogmaals startte de man zijn auto – terwijl er achter in zijn hoofd iemand heel hard ‘o shit nee’ begon te roepen. En na wat horten en stoten en puffen en zuchten sloeg de motor weer af.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
‘De auto start niet meer’, zei de man tegen zijn vrouw. ‘Alweer niet?’, zei de vrouw. Een paar weken eerder had de auto ook al niet gestart, omdat de tank helemaal leeg was. Wellicht was dat nu weer het geval. Een aardige Duitse man reed de man naar een benzinepomp om even wat benzine te halen. Dat hielp niet. De man belde de ANWB. Er zou zo snel mogelijk iemand komen. ‘Maar,’ zei de medewerker van de ANWB, ‘u bent niet in Nederland. Dus het kan wel even iets langer duren.’ De uren verstreken. Aan het begin van de avond werd de man teruggebeld door de ANWB. Ze hadden alle garages in de buurt gebeld, maar niemand kon komen.
Weet je wat het is, dacht de man, die auto moest gewoon even alleen zijn. Afkoelen. Ook auto’s hebben me-time nodig. ’s Avonds zal hij het gewoon weer doen. Maar nee. Samen met vier Spanjaarden duwde de man de auto naar een parkeerplaats. Daar probeerden ze de auto weer te starten en keken ze onder de kap. ‘Het is de accu’, zei een van de Spanjaarden, met 24-karaats overtuiging. ‘Weet je het zeker?’, vroeg de man. ‘Nee’, antwoordde de Spanjaard. Het was ook niet de accu.
De volgende ochtend was er nog niemand geweest. En die middag ook niet. Ondertussen moesten de man en zijn gezin hun bungalow verlaten. Pas ’s avonds zag de man hoe zijn auto achter op een sleepwagen werd gezet en uit het zicht verdween. Het was nu woensdag. Morgen was het een nationale feestdag en zou de garage gesloten zijn. Vrijdag werd de auto daar afgeleverd, maar vanwege verwachte drukte en beperkte openingstijden in het weekend, zou er pas maandag iemand naar kunnen kijken. De volgende dag zat de man op het strand. De zon scheen, het zand was zacht, het was weer een prachtige dag. Maar de man voelde of zag het niet. Hij had per se niet weg gewild. En nu had hij zijn zin gekregen. En nog iets meer.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant