Home

De financieel bewindvoerder staat er slecht op: ‘Er is slechts een handjevol fraudeurs, maar de gevolgen zijn groot’

Zo’n 270 duizend veelal kwetsbare Nederlanders hebben een bewindvoerder die hun geldzaken regelt. De beroepsgroep ligt onder vuur door een aantal fraudezaken. Schiet de controle tekort? ‘Vertel eens, ga je stelen van me, zeggen ze soms als grapje.’

‘Veel slechte verhalen’ had Martine (42) over bewindvoerders gehoord. Ook schaamde ze zich ervoor dat ze jarenlang haar ogen had gesloten voor haar steeds hoger opgelopen schulden. ‘Het duurde even voordat ik je vertrouwde’, zegt ze met een brede glimlach tegen Heleen Hellendoorn (47). De vrouw die sinds ruim een jaar haar financiën beheert, zit deze middag in een roze trui tegenover haar op de bank in Martines woonkamer. ‘Ik had eerder de stap naar bewindvoering moeten maken. Sinds jij mijn geldzaken regelt, voel ik me veel rustiger.’

Niet iedereen is zo enthousiast over haar bewindvoerder als Martine. De beroepsgroep heeft een slechte naam gekregen. In socialemediagroepen als ‘Stop bewindvoerder waanzin’ delen deelnemers hun ervaringen met lakse bewindvoerders en ook de fraudezaken die de media halen. In Rotterdam bestaat sinds deze zomer een meldpunt voor misstanden en ook in de landelijke politiek klinkt de roep om meer controle op deze beroepsgroep.

Over de auteur
Charlotte Huisman is verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over jeugdzorg en de nasleep van de toeslagenaffaire

Schiet de controle op het beheer van het geld van veelal kwetsbare mensen inderdaad tekort, is de vraag. Hoe vaak maakt de bewindvoerder er een potje van?

150 euro ‘leefgeld’ per week

Sinds Martine – ze wil niet met achternaam in de krant – onder bewind staat, beschikt ze niet meer over haar eigen geld. Haar inkomsten, in haar geval een uitkering, komen binnen bij haar bewindvoerder. Haar dossierbehandelaar Hellendoorn betaalt daarvan haar vaste lasten, zoals de huur, de energiekosten en de zorgverzekering. Wekelijks maakt ze 150 euro ‘leefgeld’ over naar Martine voor boodschappen voor haarzelf, haar vriend en haar drie kinderen.

‘Dat is heel krap’, zegt Martine. Met hulp van onder meer de voedselbank en socialemediagroepen voor gratis af te halen spullen redt ze het net. Nu Hellendoorn haar financiën in kaart heeft gebracht en heeft gestabiliseerd, kunnen ze naar de gemeente gaan voor de sanering van haar schuld van zo’n 150 duizend euro.

‘Bij het eerste gesprek was je op van de zenuwen’, zegt Hellendoorn, met eveneens een glimlach op haar gezicht. ‘Dat je er nu ontspannen bij zit, geeft mij voldoening.’

Van zo’n 270 duizend Nederlanders heeft de rechter beslist dat ze onder bewind moeten staan omdat ze hun eigen geldzaken niet kunnen regelen; onder wie bijvoorbeeld dementerenden, mensen met problematische schulden, een verslaving of een verstandelijke beperking. Meestal benoemt de kantonrechter de door die persoon gekozen bewindvoerder, als de rechter die daarvoor geschikt acht. Bij dementie is dat vaker een familielid, bij schulden vaker een professionele bewindvoerder. Van hen staan er zo’n zeventienhonderd in het register van de rechtbank.

Het is nogal wat om de zeggenschap over je persoonlijke financiën uit handen te geven. Dan moet je ervan uit kunnen gaan dat de beheerder van je portemonnee betrouwbaar is.

Dat is niet altijd zo. Zo ontsloeg de rechter eind juli een Rotterdamse bewindvoerder die tienduizenden euro’s achterover had gedrukt. Drie cliënten bleven achter met forse huurachterstanden. Een andere bewindvoerder werd die maand ontslagen omdat hij jarenlang geen belastingaangifte had gedaan en ook de zorgpremie niet op tijd betaalde, waardoor de cliënt dieper in problemen was geraakt.

Meldpunt voor misstanden

Dergelijke zaken waren voor de Rotterdamse PvdA-fractie aanleiding om deze zomer een meldpunt te beginnen voor misstanden bij bewindvoerders. Binnen een week kregen ze twintig meldingen. ‘Bijvoorbeeld over bewindvoerders die onbereikbaar zijn en geen inzicht geven in transacties’, vertelt PvdA-raadslid Sarah Reitema. ‘Ook vertellen mensen ons dat het moeilijk is om weer onder bewindvoering uit te komen.’ De kantonrechters die deze beroepsgroep moeten controleren, hebben daarvoor volgens haar onvoldoende capaciteit.

Dat de controle beter moet, vinden ook veel bewindvoerders zelf. Degenen die zichzelf als bonafide bestempelen vinden dat de rotte appels er te laat worden uitgepikt. Zij hebben last van het groeiende wantrouwen. ‘Door de negatieve verhalen komen mensen die hun financiën niet kunnen regelen nog later bij ons binnen’, zegt Simone van Rijn, eigenaar van het kantoor waar Martines dossierbehandelaar werkt. Het steekt haar dat nieuwe klanten steeds vaker haar betrouwbaarheid ter discussie stellen. ‘Vertel eens, ga je stelen van me, zeggen ze soms als grapje.’

Daarom vindt Van Rijn dat de rechtbanken veel sneller moeten ingrijpen. ‘Wij zien dat de rechter er soms pas na jaren achter komt dat een bepaalde bewindvoerder niet goed is, terwijl wij die signalen dan al een tijdje ontvangen.’

Wie aan de rechtspraak vraagt of bewindvoerders afdoende worden gecontroleerd, krijgt een heel ander beeld voorgeschoteld. Woordvoerder Maartje Bijl antwoordt dat de controle op bewindvoerders door de kantonrechters en de juridisch medewerkers in de elf rechtbanken goed op orde is. Sinds 2016 controleert een Landelijk Kwaliteitsbureau bovendien of de bewindvoerders de gevraagde hbo-opleiding hebben of de benodigde werkervaring, alsook een verklaring omtrent het gedrag (vog), waarna ze in het register worden opgenomen.

Maar hoe vaak het voorkomt dat de rechter een bewindvoerder ontslaat vanwege nalatigheid of zelfs fraude, dat houdt de rechtspraak niet bij. Nog geen tien keer per jaar wordt er fraude bij deze beroepsgroep geconstateerd, schat Bijl. ‘Het zijn er maar een handjevol, maar de gevolgen zijn groot. Deze nare verhalen komen meestal in het nieuws.’

Digitale controle

Hoe weet de rechtbank dat het toezicht goed is, als zij al niet bijhoudt hoeveel ‘foute’ bewindvoerders zij ontdekt en hoe hun fouten aan het licht komen? Bovendien is door het gebrek aan cijfermateriaal ook niet te zeggen of hun aantal toe- of afneemt. Daar komt nu verandering in, kondigt Bijl aan. Deze zomer is de rechtspraak begonnen met het bijhouden van het aantal fraudezaken bij bewindvoerders.

Niet de maatschappelijke discussie over bewindvoering was hiervoor de aanleiding, maar de digitalisering van het toezicht. ‘Daardoor kunnen we eenvoudiger zulke gegevens bijhouden.’ Met digitale controle kunnen de kantonrechters bovendien gemakkelijker onregelmatigheden signaleren dan van papier, waardoor het toezicht verbetert, verwacht Bijl.

Daarin loopt de rechtspraak achter. Het komt nog steeds voor, zegt Bijl, dat een groot bewindvoeringskantoor met een busje de grote stapels papieren jaarrekeningen en verantwoordingen van hun cliënten naar de rechtbank brengt voor de jaarlijkse controle.

Het is lastig om voor te stellen hoe de juridisch medewerkers en kantonrechters de jaarlijkse 270 duizend klantverantwoordingen van de bewindvoerders op onregelmatigheden kunnen doorvlooien. ‘We geven zaken aandacht die aandacht vragen’, zegt Bijl. ‘Er zijn kantoren die al jaren pico bello werk leveren. Als een rechter klachten krijgt over een bepaalde bewindvoerder of eerder onregelmatigheden heeft gezien, kijken we daar goed naar. Of als een cliënt problemen meldt of een energieleverancier aan de bel trekt over rekeningen die niet zijn betaald. Iedere bewindvoerder komt eens in de twee jaar op gesprek.’ Bewindvoerders die de regels overtreden worden van de lijst goedgekeurde bewindvoerders gehaald.

Door het gebrek aan cijfermateriaal vinden deskundigen het lastig om de precieze omvang van het probleem van slechte bewindvoerders vast te stellen. ‘Mijn indruk is dat er niet zo veel malafide bewindvoerders zijn, we horen juist ook goede verhalen uit de praktijk’, zegt Anna Custers, lector Armoede Interventies. ‘Wel zie ik dat bewindvoerders vaak weinig prikkels lijken te voelen om mensen ook weer uit te laten stromen naar financiële zelfstandigheid. Sommige gemeenten maken daar nu afspraken over met bewindvoerders.’

Een bewindvoerder kan niet eeuwig ongemerkt stelen of nalaten de vaste lasten te betalen, beklemtoont de bewindvoerders-branchevereniging NBBI. ‘Uiteindelijk valt elke falende bewindvoerder door de mand, omdat zijn cliënten in de problemen komen, door bijvoorbeeld huurachterstanden’, zegt hun woordvoerder Jan-Willem Wits. Uit solidariteit met de slachtoffers van het volgens de organisatie kleine percentage rotte appels gaat de brancheorganisatie een calamiteitenfonds opzetten voor compensatie van gedupeerden.

‘Een leegloop dreigt’

De beroepsgroep vindt het jammer dat deze discussie de aandacht overschaduwt van wat zij ziet als het werkelijke probleem. Dat is namelijk dat ze van de overheid te weinig uren betaald krijgen per cliënt, zo’n zeventien uur per jaar. Daardoor dreigt er volgens hen een leegloop, net als bij de sociale advocatuur. Uit nieuw onderzoek van hun brancheorganisatie blijkt dat ongeveer 40 procent van de bewindvoerders geen nieuwe klanten onder schuldenbewind aanneemt en de dienstverlening van de zittende klanten versobert vanwege de volgens hen ondermaatse tarieven.

‘Er blijven steeds minder bewindvoerders over’, zegt bewindvoerder Jenny Hoekstra. De veertiger met een blauwe lok in haar grijze haar is een eenpitter met een sober kantoor in een bedrijfsverzamelgebouw in Oud-Beijerland. Zij vindt het raar dat het Landelijk Kwaliteitsbureau, ter toetsing van haar integriteit, wel een vog wil, maar niet kijkt naar haar persoonlijke financiële situatie, of ze bijvoorbeeld schulden heeft; omdat ze alleen kantoor houdt, kijkt er immers niemand met haar mee. Zulke extra controle zou volgens haar helpen om het kaf van het koren te scheiden.

Hoekstra zegt dat ze het belangrijk vindt om een relatie op te bouwen met haar cliënten. Om ze te leren om uiteindelijk ook weer op eigen benen te staan, betrekt zij hen bijvoorbeeld ook bij hun uitgaven. ‘Dan krijgen ze zelf de mogelijkheid om keuzes te maken. Of ze een nieuwe telefoon willen of naar de kapper, allebei kan niet. Maar dat kan alleen als ik er meer uren in stop dan ik betaald krijg.’

Bewindvoerder Simone van Rijn pleit voor een persoonlijkheidsonderzoek, een assessment, waarin iemands geschiktheid voor het vak wordt getest. ‘Of iemand wel integer is en goed kan omgaan met mensen met psychische problemen of verslavingen.

‘Door de bezuinigingen op de zorg leggen cliënten vaak meer op ons bordje dan alleen hun geldzaken. Ze kampen met steeds zwaardere problemen.’ Ook Van Rijn zegt dat het onmogelijk is het werk goed te doen in de tijd die ze ervoor betaald krijgt. Om de kosten te drukken is ze net verhuisd naar een goedkoper kantoor dat de helft kleiner is. ‘Als het me niet lukt extra personeel aan te trekken, moet ik een cliëntenstop instellen.’

‘Gek hoe dat werkt in een hoofd’

Terug naar de huiskamer in Oostvoorne, waar Martine met haar dossierbehandelaar Heleen Hellendoorn de stap naar schuldhulpverlening bespreekt.

Soms vraagt ze wat extra geld aan Hellendoorn, meestal voor een aankoop voor de kinderen. Bijvoorbeeld geld voor een nieuwe broek voor haar 14-jarige dochter, toen al haar broeken kapot waren.Door haar eigen ervaringen is ze een tegenstander geworden van kopen op afbetaling. ‘Ik probeer mijn kinderen uit te leggen dat je pas iets kunt kopen als je het geld ervoor hebt.’

Martine vertelt hoe ze als eind twintiger het gevoel had dat het allemaal niet meer uitmaakte, nadat haar moeder was overleden. Een periode gebruikte ze veel cocaïne. Een restschuld van 50 duizend euro hield ze over na de verkoop van het koophuis van haar en haar ex. Jarenlang bestelde ze dan eens spullen hier, dan weer daar. Of ze sloot ergens een lening af die later een hoge rente bleek te hebben.

Er werd beslag gelegd op haar loon als beveiliger. Maar ook toen nog brak niet het besef door dat het zo niet verder kon. ‘Het is gek hoe dat werkt in een hoofd’, zegt Martine. ‘Toen ik het overzicht was verloren, dacht ik: laat maar gaan, ik kan het toch niet meer oplossen.’

Door de stress belandde ze in de ziektewet, nu hoopt ze weer snel aan het werk te gaan. Ze merkt dat bewindvoering haar de daarvoor benodigde rust geeft. ‘Uiteindelijk moet ik mijn financiële zaken zelf weer kunnen regelen’, zegt Martine. ‘Ik ben als de dood dat ik weer nieuwe schulden maak. Dat wil ik nooit meer.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next