Home

Waar is de ontvreemde letter uit het Homomonument gebleven? Een zoektocht

In 2022 werd de letter ‘v’ uit de dichtregel van het Homomonument te Amsterdam gestolen. De gemeente deed aangifte. Ivo van Woerden raakte gefascineerd door de absurde zaak en begon een zoektocht. In eerste instantie naar een dader, maar eigenlijk naar zichzelf.

De letter ‘v’ van het woord ‘VRIENDSCHAP’ is gestolen. Op de ochtend van 9 augustus 2022 was de dichtregel ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’ van het Homomonument op de Westermarkt te Amsterdam nog compleet. Daarna waren er zo’n tweehonderd demonstranten op het monument samengekomen en toen zij weer naar huis gingen, was de uitsparing waarin de v hoort te liggen, leeg. De gemeente deed aangifte van diefstal.

Whodunnit

Ik lees erover in Het Parool en ben direct gegrepen: wie steelt er een letter? En waarom van het woord ‘vriendschap’? Betekent dat iets? Waar is die letter nu? Ik ruik een whodunnit waar ik direct in moet duiken, een brandend gevoel dat me zegt dat dit een heel erg belangrijk verhaal is. Ik trek naar Amsterdam om onderzoek te doen.

Van de woordvoerder van de gemeente Amsterdam weet ik al dat de v van het woord ‘verlangen’ is gekopieerd om er de ‘vriendschap’ mee te repareren. De plaats delict ziet er daardoor ongeschonden uit.

Over de auteur

Ivo van Woerden is journalist en schrijver.

Ik meet desondanks met mijn voet uit hoe groot de letter is, maak foto’s van de dichtregel, zoek het plein af naar camera’s en hoe meer ik onderneem, hoe gekker ik me voel. Waar ben ik nou mee bezig? Wat zal ik zeggen als ze me vragen waarom ik hier foto’s sta te maken? ik druk die gevoelens weg, om me te kunnen focussen op het mysterie dat ik op wil lossen. Waar mijn fascinatie vandaan komt, zal vast gaandeweg boven komen drijven.

Heden, verleden, toekomst

Op 5 september 1987 werd het Homomonument onthuld. Het was het eerste monument ter wereld voor mensen die vanwege hun geaardheid zijn vervolgd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bestaat uit drie roze driehoeken op verschillende hoogten, die samen ook weer een driehoek vormen: eentje ligt op straatniveau, eentje steekt een meter lager als een aanlegsteiger de Prinsengracht in en eentje rijst een meter boven het plein uit. ‘Ze staan voor heden, verleden en toekomst’, zegt omgevingskunstenaar Karin Daan, de ontwerper van het monument aan de telefoon.

De driehoek verwijst naar het symbool dat homoseksuelen van nazi’s op hun borst moesten dragen. In de jaren zeventig en tachtig droegen homo’s en lesbiennes het als een politiek statement. Daan koos voor de dichtregel ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’ van Jacob Israël de Haan, die het lef had om een van de eerste Nederlandse romans te schrijven waarin een homoseksuele relatie centraal stond, Pijpelijntjes (1904). ‘De vriendschap gaat over de homoseksuele liefde, die geen liefde mag heten’, zegt Daan. ‘In de tijd van de totstandkoming van het monument stierven homoseksuele mannen aan de gevolgen van aids en zag je die dichtregel telkens weer in overlijdensberichten terugkomen. Hij gaat recht naar het hart.’

Het monument is ‘levend’: mensen lopen eroverheen, ontmoeten elkaar, nemen op een bankje plaats, leggen er bloemen, vieren het leven en de vrijheid en komen er samen om te demonstreren. Op 9 augustus 2022, een paar dagen nadat de boten van de Canal Pride door de stad waren gevaren en honderdduizenden mensen hadden gevierd dat iedereen er mag zijn, werd er gedemonstreerd tegen geweld waar queers het slachtoffer van worden.

Het verhaal van Sophie

‘Iedereen keek naar Sophie die op de verhoogde driehoek stond’, zegt Daan Smeelen, voorzitter van Stichting Homomonument. Sophie was na een queerfeest in Amsterdam met een andere vrouw in een Uber gestapt. Toen de chauffeur doorhad dat de vrouwen bij elkaar hoorden, was de sfeer omgeslagen, zo meldde Het Parool. De chauffeur probeerde, volgens de krant, het huis van de vrouwen binnen te komen en duwde een van hen tegen een stalen balustrade. Ze liep een hersenschudding, verwondingen aan haar gezicht en een zenuwbeschadiging op.

Het Openbaar Ministerie deed onderzoek en zou uiteindelijk in februari 2023 beslissen dat er te weinig bewijs was, ook voor discriminatie, en de zaak seponeren. Op het moment zelf werd het verhaal van Sophie door meerdere aanwezigen aangegrepen om tijdens de demonstratie verslag te doen van wat ze aan homohaat en -geweld hebben meegemaakt.

Uit de Veiligheidsmonitor (CBS) over 2021, het jaar voor de demonstratie, bleek dat mensen die zich als lesbisch, homo of biseksueel identificeren, vaker met geweld te maken kregen dan heteroseksuelen: 8,4 procent tegenover 5,3 procent (in 2023, toen de Veiligheidsmonitor opnieuw uitkwam, was dat percentage gestegen naar 9,6 procent, al zijn die cijfers niet helemaal te vergelijken omdat er voor het eerst ook geweld tegen transgender, queer en intersekse mensen is meegerekend).

Drie mannen en een vijl

‘Omdat de meeste demonstranten naar Sophie en de anderen keken, stonden ze met hun rug naar de letters in de tegels op het plein’, zegt voorzitter Smeelen. ‘Het blijft gissen of degenen die de v mee hebben genomen, onderdeel van de demonstratie waren, of juist gebruik hebben gemaakt van de afleiding die de demonstratie bood om de letter te stelen.’

Maar niet iedereen was afgeleid. Een zekere Kirill Khattyoev zei tegen AT5 iemand bij de letters te hebben gezien. De van oorsprong Russische Khattyoev keek toevallig om en zag drie mannen van middelbare leeftijd gehurkt bij ‘Vriendschap’ zitten, vertelt hij me aan de telefoon. Eentje had volgens hem een vijl in de hand. Khattyoev liep op hen af en vroeg wat ze aan het doen waren, waardoor de mannen onrustig werden en weggingen. ‘Ze zeiden iets tegen me in een Slavische taal, ik denk Pools,’ zegt Khattyoev. ‘Omdat ik Russisch ben, kon ik het een soort van verstaan. Ik wil het woord niet herhalen, maar het was homofoob.’

Khattyoev zag niet dat ze de v in hun handen hadden. ‘Maar ze hadden wel een rugzak mee’, zegt hij. Toen ze weg waren, zag hij dat van ’vriendschap’ de v ontbrak.

Khattyoev heeft een bijzondere band met het monument. Dit is de plek waar hij ieder jaar bloemen legt om zijn eerste liefde te herdenken, uit zijn puberjaren in Rusland. In de documentaire Incurable Me (Nikita Loyk, 2023) doet hij uit de doeken hoe ze werden gesnapt door de moeder van zijn vriend en hoe ze allebei door hun ouders naar conversietherapie werden gestuurd. Khattyoev werd opgenomen in een psychiatrische kliniek, zijn vriend werd naar een klooster gebracht waar hij mensonterend werd behandeld. De jongeman maakte uiteindelijk een einde aan zijn leven. Het maakte dat Khattyoev zich openlijk ging uitspreken tegen conversietherapie in een land waar homoseksualiteit juist steeds meer taboe werd. Voor zijn veiligheid vluchtte hij naar Nederland, inmiddels heeft hij de Nederlandse nationaliteit.

Meer dan metaal en stenen

De letterdiefstal emotioneert hem zeer ‘omdat die letters voor onze vrijheid staan’, zegt hij. Na ons gesprek stuurt hij me nog een bericht: ‘Mensen zullen zeggen: overdrijf niet, het is gewoon metaal en stenen. Maar het zijn de hoekstenen waarop de samenleving staat. Dit monument is een herinnering aan de prijs die betaald is voor onze rechten en vrijheden.’

Terwijl ik het bericht lees, bekruipt me een gevoel van schaamte. Ik ben homoseksueel, al jaren getrouwd en denk zelden aan wie hebben gestreden om ervoor te kunnen zorgen dat mijn man en ik voor de wet ‘ja’ tegen elkaar konden zeggen. Ik was nog nooit op het Homomonument geweest. Terwijl ik ook vind dat iedereen overal zichzelf zou moeten zijn, doe ik er eerlijk gezegd weinig voor om die boodschap uit te dragen. Waarom?

Dat rotgevoel druk ik weg door me op de feiten te richten. Er is een vermoedelijk wapen: een vijl. Er zijn verdachten: drie mannen, middelbare leeftijd, vermoedelijk Pools, met een rugzak, mogelijk gevuld met één letter. Vanwege het homofobe woord dat ze gebruikten, nota bene tijdens een demonstratie tegen homogeweld, zou er ook een motief kunnen zijn: homohaat.

Camerabeelden

Hoe vaak monumenten of kunstwerken worden beschadigd of vernield, is niet duidelijk. De Amsterdamse politie houdt dat niet bij. Hun woordvoerder weet alleen hoe vaak er aangifte en meldingen zijn gedaan van de vernieling van ‘objecten’: 3.755 tussen juni 2023 en juni 2024. ‘Maar een object kan alles zijn’. Landelijke cijfers zijn er volgens het CBS niet.

Als ik Richard Bronswijk, operationeel specialist kunstcriminaliteit bij de Nationale Politie, vraag of er een daderprofiel is voor mensen die kunstwerken beschadigen, heeft hij daar geen antwoord op.

Van de officiële instanties moet ik het niet hebben, daarom ga ik er zelf op uit.

De enige camera’s die ik rond het plein vind, staan gericht op de ingang van het statige pand op Westermarkt 2, dat uitkijkt op het Homomonument. Er komt net iemand aan die naar binnen gaat. Ik stamel iets over de vermiste letter en mag meelopen.

Binnen tref ik een baliemedewerkster aan die ik wat beschroomd naar de camerabeelden vraag. Ze legt me uit dat de camera’s wettelijk alleen maar op de ingang van hun pand gericht mogen staan. Er zijn dus geen bruikbare beelden. Ze neemt me wel mee naar een hoger gelegen etage zodat ik uit het raam over het monument uit kan kijken. Ik voel me opnieuw ongemakkelijk als ik foto’s maak.

Letter verkocht

Mijn schroom keert terug als ik bij het industrieterrein van Kapteijn Metaal Recycling Amsterdam op het Zeeburgerpad een medewerker aanspreek. Ik ben hier omdat ik ineens dacht: wat als de Polen die ik verdenk helemaal geen homofobe actie wilden uitvoeren, maar het ze te doen was om geld?

Het woord ‘homomonument’ spreek ik een beetje binnensmonds uit als ik de medewerker – type ruwe bolster, blanke pit – over mijn zoektocht vertel. Hij zegt niets van journalisten te moeten hebben, me al helemaal niet te willen helpen en dat ik ook niet zomaar onaangekondigd langs kan komen met gekke vragen over vermiste letters.

Als ik me om wil draaien om het ongemak uit de weg te gaan, zegt hij plots dat ik met hem mee kan lopen. Hij geeft een korte rondleiding langs allerlei bakken die voornamelijk oude kranen en tussenstukken voor kranen bevatten. Het metaal blijkt weinig waard te zijn. Voor een kilo aluminium krijg je 1 euro, messing doet 3 euro 50 en een kilo ‘rood’ (verchroomd koper) 6 euro.

Tijd voor de hamvraag: heeft Ruwe bolster, blanke pit toevallig een v voorbij zien komen, zo’n anderhalve voet groot? Ik wijs naar mijn schoenen. Het antwoord is een lachje en een harde ontkenning.

Zijn baas Jan van der Koppel laat me per mail nog eens officieel weten dat de v niet bij hen is aangeboden.

Onderzoek gesloten

Inmiddels krijg ik het gevoel dat een of andere lolbroek de v heeft meegenomen, dat er geen betekenis, geen reden, geen antwoord te vinden is. De politie zelf heeft geen duidelijke aanknopingspunten en verdachten gevonden, meldt de woordvoerder, waardoor het onderzoek is gesloten.

Ik kan de zaak toch niet loslaten. Liever zoek ik de wildste theorieën uit, dan dat ik de handdoek in de ring gooi. Online bekijk ik profielen van Poolse Victors omdat Homomonument-ontwerper Karin Daans eerste ingeving was dat de dader ‘Victor moet heten, of verliefd is op een Victor’. En ik voeg ‘dyslexie’ aan de zoektermen toe, omdat Daan ook nog te binnen is geschoten dat het Homomonument besmeurd was, een dag voor de onthulling in 1987. ‘Iemand had er ‘Vuile Vlikker’ opgekliederd’, zegt ze. ‘Met een V.’

Ik vraag me zelfs af of de daders weten dat letterontwerper Frank E. Blokland, zijn speciaal voor het Homomonument ontworpen letter ‘Cellini’ had genoemd, naar de renaissancistische Italiaanse beeldhouwer en edelsmid Benvenuto Cellini (1500-1571). Uit Cellini’s biografie leer ik dat Benvenuto onbeschaamd zichzelf was en meer dan eens was veroordeeld wegens sodomie.

Blokland meldt dat er meerdere jaren na de onthulling ook al enkele letters uit hun uitsparingen gestolen zijn. Helaas kan ik er in geen krantenarchief iets over terugvinden, waardoor enig verband met de onthoofde ‘vriendschap’ onduidelijk blijft.

We’re Here

Achteraf gezien zijn deze laatste stuiptrekkingen van mijn onderzoek uitstelgedrag omdat ik bang ben voor iets anders. Pas eind 2023, bijna anderhalf jaar nadat ik voet op het Homomonument heb gezet, begint dat op zijn plek te vallen als ik naar de documentaireserie We’re Here op HBO Max kijk.

Elke aflevering van We’re Here heeft dezelfde opbouw: drie dragqueens komen in al hun uitbundigheid aan in een stadje op het Amerikaanse platteland, waar iedereen die niet voldoet aan de heteronorm zo onzichtbaar mogelijk door het leven probeert te gaan.

De dragqueens nemen allemaal iemand uit die gemeenschap onder hun hoede en luisteren naar hun verhaal, geven advies, bouwen hun zelfvertrouwen op en bereiden hen voor op een optreden tijdens een show die ergens in dat stadje plaatsvindt. Onderwijl zien we hoe de lokale bevolking de dragqueens uitscheldt, beschimpt en er bij de gemeenteraad op aandringt de show te verbieden.

Die lokale weerstand, vaak met de Bijbel in de hand, maakt me kwaad: wat kan het die bekrompen mensen toch schelen wat een ander met diens leven doet? De dragshows werken toe naar een bevrijdende apotheose waarin ieders anderszijn uitbundig wordt gevierd. Ze geven me meer dan eens kippenvel, omdat alle deelnemers hun schaamte overwinnen en vaak voor het eerst compromisloos zichzelf durven te zijn.

Herkenning van schaamte

In het programma herken ik de schaamte die ik tijdens dit onderzoek heb gevoeld toen ik het Homomonument bezocht, de baliemedewerkster om camerabeelden vroeg en Ruwe bolster, blanke pit over de vermiste letters vertelde. Ik was al die tijd bezig geweest met een onderzoek naar een dader, maar de zoektocht die ik moest ondernemen ging over mijn eigen vriendschap met de lhbti-beweging. Want waarom deed ik wél al die moeite om de V-dief te vinden, maar nam ik niet de moeite naar Amsterdam af te reizen als er werd gedemonstreerd tegen homogerelateerd geweld? Terwijl ik meer dan eens te maken heb gekregen met homohaat.

Zo liep ik jaren geleden met mijn hond in het Rotterdamse Heemraadpark een bruggetje over, toen een man – kaalgeschoren kop, snelle zonnebril, zwart T-shirt – me tegemoet liep, voor mijn voeten tufte en me ‘vuile teringhomo’ toebeet. Daarna liep hij door.

Ik stond te trillen op mijn benen. Loop ik te vrouwelijk, was het eerste dat ik dacht. Kijk ik te blij? Hoe had ik dit kunnen voorkomen? Zo stoer en onbewogen mogelijk liep ik naar huis, om daar met bevende stem aan mijn man te vertellen wat er was gebeurd. Aangifte deed ik niet. Het waren maar woorden geweest, hield ik mezelf voor. Ik was bang geweest en dat was slecht. Mannen zijn niet bang. Ik moest voortaan beter opletten als ik buiten liep. In de praktijk won de angst voor een herhaling: ik begon het bruggetje te mijden.

Aanstoot aan zoenen

Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP, 2022) is gebleken dat 93 procent van de Nederlandse bevolking vindt dat mensen die tot de lhbti-groep behoren, het leven moeten leiden dat zij zelf willen. Maar 25 procent van diezelfde bevolking zegt het aanstootgevend te vinden als twee mannen elkaar in het openbaar zoenen. Bij twee kussende vrouwen is dat 16 procent en bij een heterokoppel 9.

Een op de vier neemt er dus aanstoot aan als ik mijn man op straat een zoen zou geven. Dat zou in principe het probleem van die mensen moeten zijn. Toch zoenen mijn man en ik elkaar niet in het openbaar. Ik behoor tot 57 procent van de groep Nederlandse lhbti-personen die volgens landelijk kennisinstituut Movisie (op basis van cijfers van het EU Fundamental Right Agency) zelfs nooit hand in hand loopt met hun partner.

Dat zou voort kunnen komen uit ‘minderheidsstress, die wordt veroorzaakt door het behoren tot een gestigmatiseerde minderheid in de samenleving,’ zoals het SCP dat noemt. Die stress heeft verschillende oorzaken: ‘het te maken krijgen met negatieve reacties, vooroordelen, discriminatie en stigma’s; de verwachting van mogelijke negatieve reacties en de waakzaamheid die dit vraagt; het geheimhouden van de seksuele oriëntatie en het internaliseren van negatieve beelden en vooroordelen die er in de maatschappij over lhbti’ers bestaan.’ Om die stress te voorkomen of te verkleinen, pas je je bij voorbaat aan.

44 jaar aan de zijlijn

Dat is precies wat ik doe. Om zo goed mogelijk te functioneren, heb ik daarnaast een wereld om me heen gecreëerd waarin ik negativiteit zoveel mogelijk op afstand kan houden. Om geen aanstoot te geven, hou ik mijn mening bijvoorbeeld vaak voor me en ik doe ook niet mee aan demonstraties.

Als journalist en schrijver sta ik liever aan de zijlijn om verslag te doen en achteraf een verhaal te vertellen. Een journalist hoort objectief te zijn: ook een veilig schild om me achter te verstoppen.

Ik ben inmiddels 44 jaar en vind het steeds vaker vermoeiend om zo voorzichtig door het leven te gaan. Ik verlang ernaar om me te bevrijden van al die zelfbescherming, om mezelf te tonen zoals ik ben, ook als dat anderen niet aanstaat.

’Niemand ontkomt aan schaamte’, zegt Aukje Nauta, bijzonder hoogleraar organisatiepsychologie aan de Universiteit van Leiden met een specialisatie in schaamte. ‘Iedereen verlangt naar verbinding en is bang voor afwijzing. In de tijd dat je relaties vormt, leer je door goedkeuring en afwijzing wat sociaal geaccepteerd is, wat er dus van je wordt verlangd in contact met anderen om erbij te mogen horen. Daar waar je afwijkt, bestaat de kans op afwijzing. Daar komt schaamte vandaan.’

Chronische schaamte

Nauta wijst op het onderzoek Are Gay Men in Worse Mental Health than Heterosexual Men? The Role of Age, Shame and Guilt, and Coming-Out (Bybee, 2009). Daaruit blijkt dat jonge homomannen vaker last hebben van chronische schaamte – dat je je altijd en overal voor je hele wezen schaamt. ‘Met de leeftijd wordt dat minder,’ zegt Nauta.

Dat komt overeen met het zelfhulpboek The Velvet Rage – Overcoming the Pain of Growing Up Gay in a Straight Man’s World (2005, in 2019 vertaald als Fluwelen Woede) van psycholoog Alan Downs. Dat boek is een hype geweest in de Amerikaanse en Nederlandse homoscene omdat Downs erin aan de hand van zijn homoseksuele clientèle uit de doeken doet welke rol schaamte speelt in het leven van een homoman. Downs deelt het leven van een homo in drie fases in: Hij ontdekt homoseksueel te zijn, is daardoor overweldig door schaamte (fase 1) en internaliseert het idee dat hij nooit goed genoeg zal zijn. Volgens Downs creëren homomannen daarom een wereld om zich heen waarin ze zo min mogelijk kans lopen om aan dat trauma herinnerd te worden, maar blijven ze hypergevoelig voor de afwijzing van anderen.

Om er alles aan te doen om die schaamte te compenseren (fase 2) probeert de homoman volgens Downs overal waar dat kan uit te blinken en zo bevestiging te zoeken: ze trainen zich bijvoorbeeld ongans in de sportschool, studeren zich te pletter, verdienen veel geld, zetten hun creativiteit in, neuken zich suf, zoeken een podium, worden steengoed in het verfraaien van zichzelf en hun omgeving, opdat al dat moois afleidt van de lelijkheid die ze over zichzelf voelen.

Feest der herkenning

Hoewel er veel op het boek af te dingen is, omdat er bijvoorbeeld meer redenen zijn om je anders dan de rest te voelen dan je geaardheid én je daarvoor te schamen, vind ik het lezen van The Velvet Rage een feest van herkenning. Het helpt me om mijn leven en gedrag door de bril van het door Downs beschreven stereotype te bekijken.

Ik wilde verkleed als prinses naar de basisschool gaan, had een hoge stem, wilde de rok van mijn moeder dragen omdat je daar lekker mee kon zwieren, was bovendien niet slank en daarmee een uitgelezen kandidaat voor pesterijen. Al jong leerde ik dat ik afweek, dat ik er niet zomaar bij mocht horen.

In 1993, ik was 13, keek ik op mijn zolderkamertje naar de televisie. Oprah Winfrey interviewde homomannen die vertelden over hoe ze ontdekten dat ze op mannen vielen en ik herkende me in hun verhalen. Dat betekende dat ik ook…?

Ik kon mijn kansen op een leuk leven wel vergeten, dacht ik. Ik was christelijk opgevoed en als ze ergens hadden bedacht dat er met homo’s iets mis was, dan was het in de kerk. Ik zou mijn ouders dus teleurstellen, ik zou nooit iemand vinden, ik moest er maar aan wennen dat ik het alleen moest zien te rooien in een wereld waar elke jongen in mijn klas op zoek was naar een meisje en andersom. De eenzaamheid die ik voelde was heftig, want ik durfde niemand in vertrouwen te nemen. Zolang ik dat niet deed, kon ik er misschien nog wat van maken. Ik nam me voor om veel vrienden te maken.

Dat lukte aardig. Vooral vrouwen lagen me goed, die voelden veilig, ook omdat het onder een aantal jongens in de klas een sport was elkaar voor ‘homo’ uit te schelden en ik bang was dat, als mij dat zou gebeuren, ik rood zou worden en mijn geheim op straat lag. Die jongens ging ik als het even kon, uit de weg.

De eenzaamheid en alle nachtmerriescenario’s die ik daaraan vastkoppelde, duurden twee jaar. Op mijn 15de kwam ik voorzichtig uit de kast bij enkele vriendinnen. Toen ik 19 was en net op kamers woonde, vertelde ik het mijn ouders.

Geaardheid als bevrijding

Hun reactie was liefdevol. Anderen reageerden ook altijd goed. Er bleek veel minder aan de hand te zijn, dan ik mezelf op mijn 13de had wijsgemaakt. Ik vond het een steeds minder groot geheim en ik had er ook steeds minder moeite mee om het te delen. Eigenlijk vind ik mijn geaardheid in bepaalde opzichten zelfs een bevrijding: voor mij geldt de druk om te trouwen, om een gezin te stichten, niet.

Maar dat betekent niet dat de gedragspatronen die ik tijdens mijn pubertijd heb ontwikkeld om met de schaamte om te gaan, zijn verdwenen. Alles wat me aan de schaamte herinnert, probeer ik uit de weg te gaan, ook tijdens dit onderzoek: mijn zichtbaarheid op het Homomonument, het vertellen van anderen wat ik uit probeer te zoeken en ook de lhbti-beweging, als die bijvoorbeeld demonstreert tegen homohaat.

Zo bezien ontbreekt de v van mijn eigen vriendschap met de mensen die ervoor hebben gevochten dat homoseksualiteit niet meer als een geestesziekte wordt gezien. Ik verlang ernaar een goede vriend te zijn, niet alleen voor de homobeweging, maar ook voor mezelf. Ik wil me laten inspireren door het lef van Kyrill Khatyoev, Jacob Israel de Haan, Benvenuto Cellini en de drag queens van We’re Here.

Open kaart spelen is volgens Downs nodig om door te groeien naar de derde fase waarin je authenticiteit creëert en schaamte niet meer hoeft te compenseren. Dat kan alleen door je kwetsbaar te durven opstellen, ook als dat betekent dat dat een afwijzing oplevert. Hoogleraar Aukje Nauta sluit zich daarbij aan in haar boek Nooit meer doen alsof. ‘Als we meer voor onze schaamte uit zouden komen, zouden we er minder last van hebben,’ zegt zij. Ze noemt dat ‘zelfonthulling’.

Tijd om de pen op te pakken en openlijk verslag van mijn zoektocht te doen. Het is de enige manier om de vermiste v terug te vinden en de vriendschap te herstellen.

Source: Volkskrant

Previous

Next