De kwaliteit van het Nederlandse drinkwater staat onder druk, waarschuwen rivierwaterbedrijven. Door verouderde vergunningen hebben zij geen duidelijk beeld van de schadelijke stoffen die bedrijven in de Maas lozen.
Wat is het probleem volgens de rivierwaterbedrijven?
‘De Maas als bron van drinkwater van 7 miljoen mensen wordt niet effectief beschermd’, zo stelt het samenwerkingsverband van zes drinkwaterbedrijven die voor hun productie afhankelijk zijn van water uit de Maas. In zijn jaarverslag over 2023 waarschuwt Riwa-Maas dat duidelijk zicht ontbreekt op welke schadelijke stoffen in het water worden geloosd
Zo blijkt uit metingen van wateronderzoeksinstituut KWR van vorig jaar dat de helft van de pfas in het Maaswater ergens in Nederland in het water wordt geloosd. Onbekend is alleen waar en door wie dat precies gebeurt. Dat terwijl drinkwaterbedrijven jaarlijks zo’n 500 miljard liter aan water uit de rivier halen om te zuiveren.
Over de auteur
Thom Canters is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Dat zijn enkel de problemen binnen onze landsgrenzen. Een samenwerkingsverband van drinkwaterbedrijven die van de Rijn afhankelijk zijn trok vorige week al aan de bel over pfas-lozingen in Duitsland. Bij gebrek aan wettelijke afdwingbare afspraken over grenswaarden voor lozingen, wordt er op sommige plekken in Duitsland tot tien keer meer pfas geloosd dan waar de autoriteiten naar streven. Mede daardoor bevat het Rijnwater drie tot vier keer meer pfas dan door het RIVM wordt geadviseerd, waarschuwde Riwa-Rijn.
Wat voor gevolgen heeft dat voor het Nederlandse drinkwater?
Vooropgesteld: water uit de kraan is momenteel gewoon veilig, zegt Paul van den Brink, hoogleraar Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer aan de Wageningen Universiteit. Als de kwaliteit van het water niet aan de criteria voldoet, stoppen drinkwaterbedrijven met het innemen van oppervlaktewater. ‘Maar ik ben bang dat de drinkwaterbedrijven gelijk hebben: Nederland gaat de door zichzelf gestelde doelstelling op het gebied van waterkwaliteit niet halen.’
Daarmee doelt hij op de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), die stelt dat EU-lidstaten maatregelen moeten nemen om de waterkwaliteit te verbeteren, zodat er minder zuivering nodig is. Voor 2027 moet Nederland aan de Europese normen voldoen, maar zoals de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) vorig jaar al stelde in een alarmerend beleidsadvies aan het kabinet: de maatregelen die de overheid tot nu toe heeft genomen schieten sterk tekort.
In zijn jaarverslag over de waterkwaliteit van de Rijn in 2023 concludeerde Riwa-Rijn begin deze maand ook al dat drinkwaterbedrijven nog steeds meer vervuilende stoffen uit het water moeten zuiveren dan in 2000, het startjaar van de KRW.
‘Dit probleem heeft twee aspecten’, zegt Van den Brink. ‘Enerzijds heeft een overschot aan schadelijke stoffen negatieve consequenties voor de natuur, bijvoorbeeld voor de vissen in het water of de vogels die insecten uit het water eten. Anderzijds betekent het overschrijden van de normen dat het drinkwater duurder zal worden.’ Zolang Nederland niet aan de eisen voldoet, zal het drinkwater namelijk of ergens anders geproduceerd moeten worden, of zullen Nederlandse waterzuiveringsbedrijven nog meer moeten gaan zuiveren.
Hoe kan het dat er zo weinig zicht is op wat er wordt geloosd in het water?
Simpel gezegd: omdat bedrijven dat niet tot in detail hoeven te melden. Volgens Riwa-Maas vermelden vergunningen op dit moment slechts algemene stofgroepen en zijn ze daardoor onvolledig. Drinkwaterbedrijven hameren al langer op het creëren van een duidelijk overzicht van alle vergunningen van industriële afvalwaterlozingen. Daarin zou heel specifiek moeten worden opgenomen welke stoffen bedrijven zowel direct in het oppervlaktewater lozen, als indirect via het riool en de afvalwaterzuiveringsinstallaties.
Bovendien ontbreekt het aan regelmatige evaluaties van de vergunningen, meldde de Rli vorig jaar. Ondanks een plicht van de Nederlandse overheid om vergunningen actueel te houden, beschikken veel vervuilende bedrijven over permanente vergunningen voor het lozen van afvalstoffen. Overtredingen leiden echter niet zonder meer tot het intrekken van vergunningen.
Uit onderzoek van onderzoeksplatform Investico eind vorig jaar bleek dat de vergunningen van zo’n twaalf bedrijven, waaronder Tata Steel en de Shell-raffinaderij in de Rotterdamse haven, niet in de haak waren. Zo wezen testen uit dat hun lozingen de milieukwaliteit verslechteren, werden verplichte milieuonderzoeken niet uitgevoerd of bleken vergunningen sterk verouderd te zijn.
Wat zijn de consequenties als Nederland niet voldoet aan de normen?
De Nederlandse overheid loopt het risico dat het scenario van de stikstofcrisis zich herhaalt op het gebied van de waterkwaliteit. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) waarschuwde afgelopen april dat door het niet halen van de doelen ‘stilstand ontstaan in onder andere woningbouw en infrastructuur, met als gevolg grote economische schade’. Zo zouden rechters nieuwe vergunningen industriële activiteiten tegen kunnen houden of bestaande vergunningen van industriebedrijven die niet in orde blijken te zijn kunnen schrappen.
Hoewel toenmalig minister van Infrastructuur en Waterstaat Mark Harbers vorig jaar stelde dat het daar niet zo storm mee zou lopen, verwacht Van Den Brink wel verstrekkende juridische gevolgen. ‘Ik krijg niet het idee dat de politiek erg overstuur is van het feit dat we onze doelstellingen niet halen’, zegt Van Den Brink. ‘Dan blijft de rechter nog de enige mogelijkheid waar de burger zijn gelijk kan halen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant