Pensioen is bij uitstek een kwestie van planning. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn, ook als ze pas over jaren willen stoppen.
Vluchten kan niet meer. Wie het debat over het vroegpensioen tot nu toe aan zich voorbij liet gaan en de afgelasting van Feyenoord-Ajax ook niet als groot ongemak ervoer, gaat nu toch echt de gevolgen ondervinden van de snel oplopende onvrede in werknemerskringen. Maandag werd op Schiphol niet schoongemaakt. Dinsdag staken de medewerkers van het stadsvervoer in de Randstad. Woensdag rijden in het hele land geen treinen. In het weekend is de politie weer aan de beurt.
De achtergrond is bekend: al sinds er, vijftien jaar geleden, een politieke meerderheid ontstond voor verhoging van de AOW-leeftijd, stokte het debat bij de vraag wat er dan moest met de ‘zware beroepen’ – de sectoren waar mensen meer slijten dan gemiddeld. Over de stratenmakers was iedereen het snel eens, maar bij de conducteurs, de agenten en de buschauffeurs werd het al ingewikkelder. Om maar niet te spreken over de mensen bij wie de slijtage vooral mentaal van aard is.
Elke definitie van ‘zwaar beroep’ sluit mensen buiten, maar intussen willen de overheid en de werkgevers wel grenzen stellen om te voorkomen dat de regelingen zo royaal worden opgetuigd dat er toch weer een ‘eerder stoppen met werken-cultus’ ontstaat. Dat zou ook niet in het algemeen belang zijn, gezien de personeelstekorten in vrijwel alle sectoren.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De tijdelijke Regeling Vervroegde Uittreding bood in de afgelopen jaren soelaas: werknemers die daar onder vallen kunnen drie jaar voor hun AOW-leeftijd met een belastingvrije uitkering van 1.200 à 1.500 euro netto per maand naar huis. Maar het einde van de regeling is in zicht en nu begint het hele debat dus weer opnieuw.
Op één punt kreeg de vakbeweging al snel haar zin: alleen al de politiestaking was genoeg om het kabinet te bewegen tot een nieuw bod, dat maandag via de FNV naar buiten kwam. Volstrekt onvoldoende, was daarbij de reactie: de stakingen gaan gewoon door.
Op één punt is dat logisch: minister Eddy van Hijum (Sociale Zaken) wil opnieuw een tijdelijke regeling, die na drie jaar weer herzien zou moeten worden. Dat is vragen om onrust. Pensioen is bij uitstek een kwestie van planning. Mensen moeten weten waar ze aan toe zijn, ook als ze pas over vijf jaar willen stoppen met werken. Een kabinet zou ook niet het risico moeten willen lopen dat er over drie jaar weer wordt gestaakt.
Of het kabinetsvoorstel ook op andere punten onvoldoende is, valt nog te bezien. Van Hijum zou grenzen willen stellen aan de regeling, opdat er maximaal 15 duizend mensen per jaar gebruik van kunnen maken. Ook suggereert hij een inkomensgrens aan te houden van maximaal 74 duizend euro per jaar.
Over grenzen en bedragen valt te onderhandelen, maar de grondgedachte is niet slecht: de meest slijtende beroepen zitten doorgaans niet aan de bovenkant van de loongebouwen. En wie wel vindt dat ie hard slijt maar ook genoeg verdient, moet zelf in staat worden geacht om een vervroegd pensioen te financieren.
Mits het kabinet de tijdelijkheid van het voorstel intrekt, ligt de weg naar de onderhandelingstafel open.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant