Verfblikken, sausflessen, lantaarnpalen: grote kans dat ze worden getooid door een etiket van drukkerij Geostick. Het bedrijf drukt jaarlijks vijf miljard stuks, en dat is er geen één te veel, vinden ze zelf. ‘Zonder etiketten loopt de hele wereld vast’.
In de lange productieketen van Remia Fritessaus, zijn Sulaiman Bah (42) en zijn collega’s maar een piepklein schakeltje. De saus – ‘de enige echte’ – gaat door talloze handen: hij wordt geproduceerd, getest en in flessen gegoten, voordat hij in de supermarkt belandt.
En toch zijn er weinigen zo belangrijk voor de herkenbaarheid van de frietsaus als Bah en zijn collega’s. Ze werken voor Geostick, een van de grootste etiketproducenten van het land.
Het bedrijf bedrukt jaarlijks een duizelingwekkende vijf miljard etiketten, en drukt daarmee zijn stempel op talloze producten uit het alledaagse leven. Niet alleen Remia’s knijpflessen, maar ook Flexa-verfblikken, kruidenzakjes van Verstegen en Eat Me-mango’s worden met Geostick’s etiketten beplakt – zonder dat die naam ergens op staat.
In de wekelijkse rubriek De onderneming vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Geostick, opgericht in 1924, met driehonderd werknemers en een jaarlijkse omzet van 70 miljoen euro.
Bijna al die etiketten worden gedrukt in twee gigantische productiehallen in Uithoorn – met moderne printers of met traditionele verfbakken. Hier, onder wit ledlicht en begeleid door het gebrom van machines, staan de medewerkers ieder naast hun eigen machine, waar lange rollen van heel dun kunststof of papier doorheen draaien. De geur van lak en inkt hangt in de ruimte.
Het digitale drukproces bestaat uit twee verschillende stappen, legt Bah uit, die ter illustratie zijn eerste order van de dag erbij pakt. Verfconcern AkzoNobel wil nieuwe etiketten hebben voor 250 antracietgrijze verfblikken. Het etiket – ‘RAL 7016, beschermt en verfraait al je houten buitenoppervlakken’ – wordt op de computer geopend en afgedrukt. Binnen een mum van tijd worden de rollen kunststof door de printer heengetrokken. Het apparaat, ter waarde van meer dan een miljoen euro, heeft 10 minuten nodig om ze te bedrukken.
De gedrukte rollen worden dan verplaatst naar een tweede apparaat, waar ze op nog hoger tempo doorheen schieten. De machine drukt er een laklaag overheen, dat met uv-licht direct wordt gedroogd en vervolgens op maat wordt gesneden. Bah houdt het eindresultaat trots omhoog. ‘Zie je hoe het glimt?’ Het etiket zal voor 1,5 eurocent worden verkocht aan de klant.
Dat Geostick, opgericht in 1924, na honderd jaar nog altijd bestaat, is weinig verbazingwekkend, zegt directeur Armand van Huut (54). Hij zou de etikettenbusiness bijna ‘eeuwigdurend’ willen noemen, ‘want in een wereld zonder etiketten, kun je eigenlijk niets’. Stel je nu eens voor, zegt hij, dat er in een keukenkastje drie blikken staan zonder etiket. ‘Hoe weet je nou wat erin zit? En of het niet bedorven is? Er staat zoveel informatie op een etiket. Dat is ook de reden dat je er wereldwijd zoveel nodig hebt.’
In Uithoorn voorzien ze een stralende toekomst. Over een gebrek aan klanten maken ze zich geen zorgen, en ook van de concurrentie hebben ze weinig te vrezen. ‘Klanten stappen na een jarenlange samenwerking niet snel over van leverancier’. Het is bovendien ‘geen markt waar je elkaar tot op het bot beconcurreert’. Dat klanten de productie van etiketten ooit in eigen hand zullen nemen, is ook ondenkbaar. ‘Dat zien we absoluut niet gebeuren. Daar hebben ze geen kennis van, of ervaring of interesse in.’
Veel aandacht gaat voorlopig uit naar een feestelijke bijeenkomst in november. De firma viert honderd jaar en als kers op de taart krijgt het dan het predicaat Koninklijk uitgereikt. Dat wordt niet alleen een hoogtepunt voor het personeel, maar ook voor de familie Berveling, die al die tijd eigenaar is geweest van Geostick. Van de jongste generatie werken inmiddels ook alle drie mannen in het bedrijf.
Familiebedrijven hebben doorgaans een uitstekend imago. Ze nemen weinig financieel risico en sturen het bedrijf aan de hand van een langetermijnvisie. Dat geldt ook voor Geostick, zegt directeur Van Huut. ‘Onze eigenaren houden de banken het liefst buiten de deur, dus ze proberen zoveel mogelijk zelf te financieren. Hierdoor, en omdat we veel verschillende sectoren bedienen, konden we financieel de coronaperiode met twee vingers in de neus doorkomen.’
Ook roemt hij de persoonlijke aandacht die medewerkers krijgen. ‘Op verjaardagen krijgen alle driehonderd medewerkers van de eigenaar een handgeschreven kaartje en een cadeau. Bij grote ondernemingen of in de accountancywereld, waar ik eerder heb gewerkt, gebeurt dat niet.’
Maar Van Huut heeft één ding geleerd waar iedereen wat van kan opsteken. ‘Er zijn veel bedrijven met een agressieve groeistrategie, die almaar groter willen worden. Maar vaak is wat je nu hebt, ook wel goed genoeg.’
Hij moet denken aan een lezing van Midas Dekkers, waarin de bioloog vertelde over de vogeltrek. ‘Ze hadden onderzocht welke vogels zo’n trek overleefden. De kleinsten en zwaksten uiteraard niet, maar dat gold ook voor de allergrootste vogels. Juist de groep in het midden, die precies de juiste omvang had, niet teveel energie nodig had, niet teveel energie verspilde, daar zat de goede balans.’
‘Dat is volgens mij ook de manier hoe je naar bedrijven moet kijken. Je moet ambitie hebben, maar tegelijkertijd de juiste omvang behouden zodat het beheersbaar blijft. Dan houd je het honderd jaar vol.’
Waar: Uithoorn
Sinds: 1924
Aantal werknemers: 300
Jaaromzet: 70 miljoen euro
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant