Veel kinderen willen niet op school poepen, las ik. Ze vinden de wc’s te vies en er is te weinig privacy. Ook mijn eigen kinderen klaagden daar altijd over. Bij thuiskomst renden ze meestal meteen naar onze eigen wc, tussen de plonsgeluiden door zuchtend van opluchting.
‘Stel je toch niet aan’, zei ik dan altijd. ‘Een wc hoeft toch niet brandschoon te zijn? Het is tenslotte geen aanrecht of zo, (al sprak Gerard Reve over de wc-pot als ‘het aanrecht van de alternatieve keuken’) en iederéén poept toch?’
Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Maar nee, zoiets dóé je niet, vonden mijn kinderen. Poepen doe je thuis. Net zoals je bij het douchen na het sporten je onderbroek aanhoudt: naakt douchen is net zo not done als poepen op school. Wat een vertrutting.
Zelf heb ik liever een beetje een smoezelige openbare plee (al trek ik de grens bij zo’n onverzettelijke, wildvreemde drol die in een plasje bruin water ligt te weken) dan een wc met zo’n eng apparaat aan de deur, dat volautomatisch een plens toiletverfrisser tussen je schouderbladen spuit, waarna je de rest van de dag doordringend naar chemische hyacinten stinkt. (En échte hyacinten hebben al zo’n rotlucht!)
Afgezien daarvan ben ik dol op openbare wc’s, vooral als het er veel zijn, op Schiphol of zo. Je kunt dan volslagen anoniem net zo lang gaan zitten poepen als je wilt. Ook is er meestal een gezellige haak om je tas aan te hangen en een ingenieuze wc-rolhouder met twéé rollen erin, voor als de ene op is. Dat soort fijne dingen heb ik thuis allemaal niet. Bovendien: thuis wil de poes altijd mee naar binnen, en bijt dan, merkwaardigerwijze, tijdens mijn verrichtingen zachtjes doch hinderlijk in mijn knie.
Kortom, openbare wc’s zijn een verademing. En je hoort nog eens wat. Zo stapte ik laatst uit een wc op een theaterfestival. Bij de wastafels stonden twee meisjes van een jaar of 20 hun handen te wassen met de zorgvuldigheid van chirurgen voor een schedellichting. Rillend van afschuw bespraken ze de ‘supersmerige’ wc’s, waar volgens mij niks mis mee was.
‘Weet je wat ook goor is?’, zei het ene meisje, terwijl ze haar handen afdroogde met een papieren zakdoekje uit haar tas. ‘Ik heb een kennis, die werkt in de zorg. En laatst was ik bij haar op een borrel. En ik zag dat ze dus zomaar met haar handen borrelhapjes op een plank legde. Met die handen waarmee ze dus elke dag mensen hun billen wast...’
‘Ieuwwww’, huiverde het andere meisje.
Ik bedoel maar: de mensheid lijkt me geen lang leven meer beschoren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant