Home

Naast deze vrouw loopt een boa in burger die op jacht is naar de sisser

Nafluiten, sissen, achtervolgen. Nu het nieuwe verbod op seksuele straatintimidatie van kracht is, proberen undercoverboa’s in drie steden helder te krijgen welk gedrag precies strafbaar is. ‘Geef via de portofoon het signalement door.’

‘You’re beautiful!’, zegt een hippe jongeman met lang krullend haar en een zwarte capuchontrui tegen een stel blonde meiden dat door winkelcentrum Hoog Catharijne in Utrecht slentert. En dan nog eens: ‘You’re beautiful!’

Het voorval trekt direct de aandacht van een van de undercover-boa’s die op deze vrijdagavond door het stadscentrum lopen. Hij besluit de man en zijn vriend te volgen om te zien of ze de meiden lastigvallen. Ondertussen meldt hij zijn observatie aan de vijf collega’s die in de buurt surveilleren, eveneens in burgertenue. ‘Ik loop achter deze twee jongens aan’, zegt hij door de portofoon.

Over de auteur
Rik Kuiper is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.

Hij ziet hoe de twee zich net buiten het winkelcentrum aansluiten bij een groepje jongeren dat op een rand van een vijver is gaan zitten. Een andere undercover-boa gaat vlak naast ze zitten om de boel in de gaten te houden.

En jawel, al snel hoort hij een van de jongens over een voorbijganger praten. ‘Iemand moet die meid gaan neuken.’

Vrijheid van meningsuiting

Sinds 1 juli is seksuele straatintimidatie strafbaar in Nederland. Wie zich er schuldig aan maakt, kan een geldboete krijgen van maximaal 10 duizend euro of een celstraf van ten hoogste drie maanden. Maar welk gedrag is precies strafbaar? En hoe kan hierop worden gehandhaafd?

Om zulke vragen te beantwoorden, doet Utrecht mee aan een pilot. Acht boa’s kregen een vijfdaagse opleiding waarin ze leerden hoe ze seksuele straatintimidatie kunnen herkennen en wanneer ze moeten ingrijpen. Na de opleiding gaf de hoofdofficier van justitie de boa’s toestemming om hierop te handhaven. Arnhem en Rotterdam doen ook mee aan de pilot, die tot 1 juli 2025 duurt.

Seksuele straatintimidatie is een groot probleem. Uit talloze onderzoeken bleek de afgelopen jaren dat veel vrouwen zich niet veilig voelen op straat omdat ze worden nagefloten, nagesist, nageklakt, nageroepen of achtervolgd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceerde in 2022 een onderzoek waaruit bleek dat twee op de drie vrouwen tussen 12 en 25 jaar het jaar daarvoor minstens één keer was lastiggevallen op straat. Mannen overkomt dit veel minder vaak.

In het verleden zijn al pogingen gedaan het probleem aan te pakken. Amsterdam en Rotterdam voerden een lokaal ‘sisverbod’ in, zoals het in de volksmond werd genoemd. Dit hield geen stand. In 2019 oordeelde de rechter dat het in strijd was met de vrijheid van meningsuiting. Die vrijheid van meningsuiting kon alleen via landelijke wetgeving worden ingeperkt. Met de nieuwe Wet seksuele misdrijven is dat gebeurd.

Signalement

Voordat zes Utrechtse boa’s deze vrijdagavond de straat op gaan, komen ze samen in een zaaltje op de elfde verdieping van het Stadskantoor. Ze dragen gemakkelijke kleding over het verplichte steekvest. Sommige boa’s hebben een attribuut meegenomen: een viooltas bijvoorbeeld, of een hip tasje diagonaal over de borst. De enige vrouw in het gezelschap heeft een linnen tasje mee.

Een van de boa’s – die vanwege de herkenbaarheid geen van allen met hun naam in de krant willen – legt de ploeg uit wat de bedoeling is. Ze beginnen straks onder het zogenoemde bollendak naast het Centraal Station, waar geregeld overlast is. Daarna nemen ze een kijkje in winkelcentrum Hoog Catharijne, op het Vredenburg en rond de Oudegracht. De locaties en het tijdstip van handhaving zijn mede gebaseerd op meldingen van inwoners.

‘Zie je dat iemand baldadig of intimiderend gedrag vertoont, blijf in de buurt’, zegt de boa. ‘En geef via de portofoon het signalement door, zodat iedereen die persoon in de gaten kan houden.’

Als ze even niet door de portofoon willen praten, omdat ze dicht bij een groep mensen staan, kunnen ze ook via een appgroep met elkaar communiceren.

Even voor 19 uur stappen de boa’s naar buiten, waar ze oplossen in het mengsel van forensen, toeristen en jongeren. Eentje gaat in kleermakerszit op een randje zitten, een ander leunt nonchalant tegen een pilaar. Ondertussen houden ze – zo onopvallend mogelijk – de omgeving in de gaten.

Etnisch profileren

Deskundigen kijken met veel interesse naar de pogingen het verbod op straatintimidatie te handhaven. Neem socioloog Mischa Dekker van de Universiteit Leiden, die onder meer onderzoek deed naar een vergelijkbaar verbod in Frankrijk. Daar werden in de eerste vier jaar drieduizend personen beboet. ‘Heel weinig.’

Dit kwam volgens Dekker onder meer doordat veel Franse agenten onvoldoende bekend waren met de wetgeving. Ook bleken ze de regels niet altijd serieus te nemen. ‘Er werden grappen over gemaakt’, zegt hij. Lastig was bovendien dat er geen duidelijke richtlijnen waren over wat strafbaar was en wat niet. ‘Elke agent gaf er een eigen invulling aan.’

Dekker wijst verder op het risico van etnisch profileren. ‘Rechtse partijen presenteren straatintimidatie vaak als een integratieprobleem. Ik ben dus benieuwd hoe de handhaving verloopt. Worden jongeren uit bepaalde groepen vaker gestraft? En is daar discussie over?’

Dit vraagt ook Tamar Fischer van de Erasmus Universiteit zich af. Uit haar onderzoek naar straatintimidatie in Rotterdam bleek dat vrouwen worden nagesist, nageroepen en achtervolgd door jongeren en ouderen, door individuen en groepen en door mensen met en zonder migrantenafkomst.

‘Ook in de Nederlandse cultuur is grensoverschrijdend gedrag jarenlang genormaliseerd’, zegt Fischer. ‘Op straat, maar bijvoorbeeld ook op de werkvloer. Kijk maar naar de publieke omroep.’ Ze waarschuwt dan ook voor een heksenjacht. ‘Je moet je echt op gedrag richten, niet op een doelgroep waarvan je misschien denkt dat die bepaald gedrag vertoont.’

Heterdaad

De undercover-boa’s hebben geen eenvoudige opdracht: ze moeten hier onder het bollendak proberen daders van seksuele straatintimidatie op heterdaad te betrappen. Dat kan alleen als ze dicht op een incident staan, want ze moeten zien en horen wat er gebeurt. Sist die man naar een vrouw? Roept hij dat ze een lekker kontje heeft? Schuift hij steeds iets dichter naar haar toe?

‘Ze zijn getraind om de situatie echt op te zoeken’, zegt projectleider Rogier ter Hall van de gemeente Utrecht. ‘Als ze afwijkend gedrag zien, gaan ze in de buurt hangen. Al moet dit natuurlijk niet opvallen.’

Of het geobserveerde gedrag strafbaar is, luistert nauw. Iemand moet een ander volgens de nieuwe wet niet alleen ‘indringend seksueel’ benaderen, maar dat moet ook op een wijze gebeuren die ‘vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend’ is. Alleen een keertje fluiten of een enkele schunnige opmerking is niet voldoende. Pas als ze ‘alle bestanddelen van het wetsartikel kunnen aanvinken’, gaan de boa’s over tot een staandehouding.

Ze roepen op zo’n moment de hulp in van collega’s in uniform. Vervolgens maken ze een proces-verbaal op, waarin de gebeurtenissen minutieus staan beschreven. Dit proces-verbaal wordt aan de officier van justitie voorgelegd en daarna moet de dader zich verantwoorden bij de rechter. Die zal beoordelen of er inderdaad sprake was van strafbare feiten.

Omdat de wet pas kort bestaat, is nog niet helder wat nodig is om iemand te kunnen veroordelen. In juridisch jargon: er ligt nog geen jurisprudentie. En daar is het om te doen in de pilot in Arnhem, Rotterdam en Utrecht. ‘Het doel is om een aantal processen-verbaal op te stellen waarmee een dader veroordeeld kan worden’, zegt Ter Hall. ‘Zodat we de reikwijdte van de wet leren kennen.’

Net geen 18

Met die processen-verbaal loopt het niet bepaald storm. Sterker: ze hebben in Utrecht nog geen enkele undercovercasus om aan een rechter voor te leggen, al waren ze wel twee keer dichtbij.

Een paar weken geleden zag Ter Hall onder het bollendak twee meiden uit de fietsenstalling komen met twee jongens erachteraan. Een van de jongens riep het meisje na in het Arabisch, waarbij hij ‘neukbewegingen’ maakte en met zijn tong tussen zijn vingers ‘een gebaar maakte van: ik ga je beffen’.

Ter Hall, die als projectleider zelf geen boa is, riep er een collega bij. Die constateerde dat een van de jongens tegen zijn vrienden zei dat hij een van die meiden een beurt zou geven. ‘Daarna begon hij ze aan te roepen. Ze gingen met drie jongens om die meiden heen staan, zodat ze geen kant op konden. En die ene jongen bleef opmerkingen maken. Ook greep hij weer naar zijn kruis.’

Toen de jongens de meiden verder insloten, besloten de boa’s in te grijpen. Ze hadden ‘voldoende bestanddelen’ voor het proces-verbaal en gingen dus over tot een staandehouding. En daar ging het toch nog mis. De jongen bleek nog geen 18 te zijn. En de afspraak met het Openbaar Ministerie is dat minderjarige verdachten vooralsnog alleen een corrigerend gesprek en een waarschuwing krijgen.

Ja, dat was een teleurstelling, erkent Ter Hall, zeker omdat ze eerder een vergelijkbaar geval hadden met een minderjarige dader. ‘Beide casussen waren compleet. Precies waarnaar we op zoek zijn.’

Veel nuances

Ook in Arnhem, waar vier undercover-boa’s twee keer op pad zijn geweest, hebben ze nog geen proces-verbaal kunnen opstellen om aan de rechter voor te leggen, zegt een woordvoerder van burgemeester Ahmed Marcouch, die als Kamerlid in 2012 een initiatiefwet indiende om seksuele intimidatie strafbaar te stellen. Zijn wet haalde het destijds niet.

De dertien boa’s in Rotterdam hebben iets meer succes. Daar zijn vier acties geweest, wat resulteerde in één casus die aan de rechter zal worden voorgelegd. Daar is de gemeente tevreden mee, zegt een woordvoerder. ‘Het is een nieuw wetsartikel dat veel nuances kent. We hadden niet de verwachting dat we in korte tijd meerdere processen-verbaal zouden opstellen. Bij elke actie worden we wijzer.’

De politie laat weten dat wel wordt bijgehouden hoe vaak agenten hebben opgetreden tegen seksuele straatintimidatie, maar dat de cijfers pas begin volgend jaar naar buiten komen. Of er door de politie al processen-verbaal aan de rechter zijn voorgelegd, kan een woordvoerder niet zeggen.

Ze staan in Utrecht overigens niet helemaal met lege handen. De enige vrouwelijke boa uit het undercoverteam werd tijdens reguliere werkzaamheden in uniform zelf lastiggevallen. De dader werd staande gehouden. In oktober legt het OM de zaak voor aan de rechter.

Frustrerend

Op de rand van de vijver even buiten Hoog Catharijne houden de undercover-boa’s de groep jongelui al zeker een kwartier vanuit verschillende hoeken in de gaten.

De dichtstbijzijnde handhaver appt zijn bevindingen aan de anderen. De jongeren hebben hem gevraagd of hij illegale sigaretten wilde kopen, schrijft hij. Ze overhandigen pillen aan elkaar. Er wordt een telefoon te koop aangeboden. Maar dat is niet waarvoor dit team vanavond op pad is, dus ze laten het lopen.

Dit wil niet zeggen dat de boa’s wegkijken voor andere overtredingen. Geregeld informeren ze de meldkamer, die vervolgens geüniformeerde collega’s of politie op raddraaiers afstuurt. Bij extreme incidenten grijpen ze zelf in, wat betekent dat ze de undercoveroperatie moeten opgeven.

Als er meerdere vrouwen langs de vijver zijn gelopen, zonder dat dit een reactie bij de jongeren oproept, besluiten de boa’s de blik te verleggen. ‘Jongens, we gaan richting Oudegracht’, zegt Ter Hall door de portofoon.

De rest van de avond lopen de boa’s nog achter een schaars geklede vrouw aan die mogelijk reacties zal uitlokken, ze posten bij twee mannen voor de bibliotheek op de Neude en ze achtervolgen een kerel die minderjarige meiden aansprak voor de Albert Heijn.

Om half elf keren ze terug naar het Stadskantoor, waar ze de avond nabespreken, een avond die weer geen proces-verbaal opleverde. En ja, dat is best frustrerend. ‘Maar goed’, zegt een van hen, ‘we weten na de staandehoudingen van die minderjarigen dat we het kunnen. We moeten alleen een beetje meer geluk hebben.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next