Home

Ik wil niet naar huis. Ik wil elke dag pistachenootjes eten op het strand

Ik wil niet naar huis. Ik wil de zomer tot de laatste druppel opslurpen. Elke avond laat naar bed en terwijl de slaap zich langzaam aandient erachter komen dat Spaanse peuters later naar bed gaan dan Nederlandse volwassenen.

Elke ochtend uitslapen. De dagen gevuld met dat troostend voorspelbare ritme van ontbijten, de stranddoeken van het balkon halen, de koelbox vullen, kiezen welk strand het wordt, de auto inladen en dan rustig rijden, geen haast, vers stokbrood kopen, spullen uitpakken, parasol opzetten, kinderen insmeren, de zee in, de zee uit, beachball, voeten in het zand, het ruisen van de oceaan, spullen inpakken, zand van je afkloppen en weer terug in die heel warme auto, stranddoeken op het balkon hangen, kinderen steppen over de camping, spaghetti koken en dan laat eten en laat naar bed.

Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Ik wil niet naar huis. Ik wil elke dag pistachenootjes eten op het strand en de zoete geur van zonnebrand op de smalle schouders van mijn jongste dochter ruiken. Ik wil de blote rug van mijn vrouw voelen die tegen mijn opgetrokken benen leunt.

Ik wil mensen kijken met leuke teksten op T-shirts. ‘Note to self: turn off your phone’, terwijl de eigenaresse van het shirt op haar telefoon zit. ‘Fitness for life’, op het shirt van iemand die verder die filosofie niet echt lijkt uit te dragen. Of, de winnaar van de vakantie: een vrouw die langs de branding loopt met een T-shirt waarop een schreeuwende kat in een doos staat afgebeeld. ‘Tell Schrödinger... I’m ALIVE!!’

Ik wil niet naar huis. Ik wil me ergeren aan de kleine keukentjes van de bungalows waar we slapen en steeds weer na een paar dagen merken dat die keukentjes eigenlijk groot genoeg zijn. Ik wil eindeloos vaak in de auto stappen, om gewoon een beetje rond te rijden en te ontdekken. Ik wil na een wandeling door een bos uitkomen bij een waterval waar we alleen zijn en met zijn vieren naakt in de diepe poel zwemmen terwijl het koele, schone water op onze kruinen klettert. I don’t want to go home, zingt Nick Mulvey steeds maar in mijn hoofd, cause I’m already home.

En dus zoeken we op internet naar huisjes, appartementen, caravans, tenten, containers, dozen. Als we maar langer kunnen blijven, de tijd iets dikker kunnen maken. Asturias, Cantabrië, Baskenland, desnoods Landes. Maar er is niets en alles is te duur.

Aan het eind van weer een vervlogen, warme dag zit ik naast mijn vrouw op het strand. Er is een stevige, frisse wind opgestoken. Handdoeken wapperen aan de waslijnen van de camping, plastic stoeltjes schuiven over de houten vlonders van de bungalows. De zon is al verdwenen, het strand verlaten. Het voelt als een einde. Mijn vrouw vraagt het zonder haar ogen van de zee af te halen. ‘Moeten we niet gewoon naar huis?’


Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next