Filosofie toegankelijker maken, dat hoopt Julian Baggini met zijn nieuwste boek Leer denken als een filosoof. Maar helemaal door de knieën gaat hij niet voor zijn lezers. ‘Filosofie maakt niet altijd gelukkig. Integendeel, soms kun je er best depressief van worden.’
Filosoof en schrijver Julian Baggini volgde als student in Rotterdam een cursus Spinoza bij de filosoof Wim Klever. ‘Daarin vertelde Klever eigenlijk alleen maar hoe geweldig Spinoza was’, zegt Baggini. Toen Klever zijn studenten vroeg een essay over Spinoza te schrijven, vermoedden Baggini en zijn medestudenten dat een kritisch betoog niet op prijs zou worden gesteld. Dus schreven ze dat Spinoza overal gelijk in had. ‘Onze strategie werkte’, zegt Baggini. ‘We kregen allemaal een 10.’
Wim Klever, de vader van Reinette Klever, de huidige minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, was ‘een slaafse volgeling van Spinoza’, zegt Baggini. ‘Hij was totaal niet kritisch. En dat is geen filosofische houding. Zo blijkt maar weer dat er niet-filosofische mensen met filosofische banen bestaan.’
Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur bij de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.
Klevers aanbidding strookt niet met het motto van Baggini, ‘think for yourself, not by yourself’ (‘denk zelfstandig, niet eenzelvig’), een tekst die staat afgedrukt op de merchandise – een koelkastmagneet – die hij na afloop van het gesprek meegeeft als souvenir.
Hij heeft de magneet laten ontwikkelen ter promotie van zijn nieuwste boek, Leer denken als een filosoof – 12 essentiële principes voor mentale weerbaarheid. Elk principe heeft een eigen hoofdstuk, met titels als Let op je woorden, Stel overal vragen bij (ook bij je vragen), Ontdoe je van je ego en, uiteraard, Denk zelfstandig, niet eenzelvig. Baggini heeft ze opgesteld op basis van gesprekken die hij voerde met grote hedendaagse denkers als Martha Nussbaum, Peter Singer en Kwame Anthony Appiah.
‘Baggini is een innemende schrijver, en zijn betogen zijn gelardeerd met verwijzingen naar de populaire cultuur en de actualiteit, flarden intellectuele geschiedenis en herkenbare persoonlijke ervaringen’, schrijft de Times Literary Supplement in een recensie.
Het is bepaald niet zijn eerste boek. Baggini publiceerde meer dan twintig werken, waaronder Hoe de wereld denkt – een mondiale geschiedenis van de filosofie, Een evangelie zonder God – wat heeft Jezus ons nog te zeggen? en Herwonnen vrijheid – de mogelijkheid van een vrije wil. De thematiek van de boeken verschilt, maar hun doel is hetzelfde: filosofie toegankelijk maken voor een groot publiek.
De Volkskrant spreekt Baggini in zijn woonplaats Bristol, een groene universiteitsstad met zo’n half miljoen inwoners in het westen van Engeland. Baggini heeft een zonnig terras uitgekozen dat uitkijkt op een oude werf waar laad- en loskranen herinneren aan de haven waar tot de jaren zeventig handel werd gedreven.
De titel, Leer denken als een filosoof, doet denken aan het zoveelste filosofische zelfhulpboek, erkent Baggini, een vrolijke verteller met pretogen. ‘Maar de mensen die op zoek zijn naar trucjes om slim te denken, probeer ik al in de inleiding af te schrikken’, zegt hij. ‘Goed, zorgvuldig nadenken is nu eenmaal ingewikkeld en vergt veel tijd. Ik hoop dat mijn boek dient als cognitieve snelheidsdrempel.’
Eerst vertelt Baggini, tijdens het eten van met boter besmeerd bananenbrood, wat zijn boek de lezer níét toereikt. ‘Mijn boek biedt geen hapklare antwoorden op de grote levensvragen, want filosofie biedt geen hapklare antwoorden op de grote levensvragen’, zegt hij. ‘Sommige mensen doen alsof een filosofisch onderzoek naar ‘het goede’ hetzelfde is als een wetenschappelijk onderzoek naar water. Maar het goede is een abstract concept waarover geen eensluidend oordeel te krijgen is. Filosofen zijn er na tweeduizend jaar discussiëren nog steeds niet over uit wat een ethisch leven is.’
Ook wie simpelweg gelukkig wil zijn, is bij Baggini aan het verkeerde adres. ‘Filosofie maakt niet altijd gelukkig. Integendeel, soms kun je er best depressief van worden.’ Volgens veel Engelse vertalingen van Aristoteles zou de Griek hebben geschreven dat geluk het grootste goed is, maar dat irriteert Baggini, een bewonderaar van Aristoteles. ‘Hij schreef namelijk over eudaimonía, wat geen geluk betekent maar iets als menselijk bloeien, leven naar je mogelijkheden.’
Hij noemt Vincent van Gogh. ‘Heeft hij een bloeiend leven geleid? Als iemand dat heeft gedaan, dan was hij het. Heeft hij een gelukkig leven geleid? Ik denk het niet.’ Als geluk werkelijk het hoogste goed was geweest, had iedereen het leven verkozen van een zonaanbidder, die zijn dagen vult door te pendelen tussen het strand en de clubs van Ibiza. ‘Maar ik kan me goed voorstellen dat mensen liever het leven van Van Gogh willen leiden, ook al was dat getourmenteerd. Het leven draait om meer dan geluk.’
Wat we wél van Baggini’s boek kunnen leren, wordt onthuld door de titel ervan: denken als een filosoof. Maar welke filosoof? Immanuel Kant, die geloofde in universele morele wetten, hield er heel andere denkbeelden op na dan Friedrich Nietzsche, voor wie moraal een verderfelijk middel is dat schaamte aanwakkert en mensen van grootse prestaties weerhoudt.
‘Ik heb een geïdealiseerde filosoof in mijn hoofd’, zegt Baggini, ‘die intellectuele kracht combineert met deugden zoals oprechtheid, het gebrek aan een ego en het onderdrukken van vooroordelen. Alles draait om zuiver en eerlijk denken.’
Wie denkt als een filosoof, ervaart meer controle over zijn leven, zegt Baggini. ‘Mensen kunnen gefrustreerd raken als ze op het ene moment horen dat we geen boter zouden moeten eten, en vervolgens dat we juist méér boter moeten eten. Wie meer vertrouwen krijgt in het eigen vermogen om feit en fictie van elkaar te onderscheiden, voelt zich minder machteloos.’
De voordelen van filosofisch denken beperken zich niet tot alledaagse zaken als het op waarde kunnen schatten van de schijf van vijf. ‘In 1919 schreef Max Weber over de onttovering van de wereld, omdat de wetenschap het had gewonnen van het magische denken – van religie dus’, zegt Baggini. ‘Op een bepaalde manier herbetovert filosofie de wereld. Zij herinnert ons eraan hoe mysterieus de fundamentele realiteit kan zijn.’
Maar hoe doe je dat, filosofisch denken? Aan de basis ervan ligt volgens Baggini niet de logica, maar juist soft skills zoals ‘aandachtig zijn’, meteen de titel van het eerste hoofdstuk van het boek. ‘Het ‘Cogito, ergo sum’ van Descartes, ‘Ik denk, dus ik ben’, klinkt als een logische redenering, toch?’, zegt Baggini. ‘Daarom staat Descartes ook bekend als rationalist. ‘Ik denk’ is de premisse, ‘ik ben’ de conclusie.’
Fout, zegt Baggini. ‘Het is geen redenering, maar een observatie. Alles draaide om het zo zorgvuldig mogelijk beantwoorden van de vraag: wat kunnen we zeker weten? Daarbij vroeg hij zich voortdurend af waaraan hij kon twijfelen. Descartes kwam erachter, en hier speelt aandachtig zijn een cruciale rol, dat het antwoord was: aan bijna alles. Hij zou kunnen betwijfelen dat hij nu met jou op een terras zou zitten. Dit zou ook een levendige droom kunnen zijn, of een hallucinatie.’
Aan één ding kon Descartes niet twijfelen, en dat was aan dat hij dacht. ‘Probeer dat maar eens’, zegt Baggini. ‘Het lukt je niet, want twijfelen staat gelijk aan denken.’
Minutieuze introspectie kan er ook toe leiden dat de mens zijn vooroordelen overwint. De Franse 17de-eeuwse denker Blaise Pascal zei dat ‘het hart zijn redenen heeft, waarvan de rede geen weet heeft’. Baggini is dat niet helemaal met hem eens. ‘Uit onderzoek weten we dat iedereen vooroordelen heeft, zeker als het gaat om thema’s als gender. Zelf ben ik natuurlijk ook niet immuun.’
Hij weet niet precies wanneer zijn vooroordelen tot uiting komen, maar hij sluit niet uit dat hij tijdens colleges eerder geneigd is om een man het woord te geven.
Bekend is ook, zegt Baggini, dat vrouwen minder snel hun hand opsteken, maar dat als een vrouw eenmaal een vraag heeft gesteld, er daarna andere vrouwen volgen.
Met die wetenschap in het achterhoofd geeft Baggini nu altijd een vrouw het woord, ‘ook als vijf mannen en alleen die vrouw hun vinger hebben opgestoken’. Hij zegt: ‘De realiteit, waarin we vooroordelen nooit volledig zullen overwinnen, moet niet leiden tot fatalisme waarin we niets kunnen doen om de gevolgen ervan tegen te gaan.’
Organisaties als de BBC doen hun best om voorheen gemarginaliseerde groepen, zoals vrouwen en mensen van kleur, een eerlijker kans te geven, zegt Baggini. De ultieme elite – witte mannen die naar Oxford en Cambridge zijn gegaan – heeft zulke goede connecties dat zij hier weinig last van zal ondervinden, denkt hij. ‘Het is goed mogelijk dat mensen zoals ik, witte mannen uit de arbeidersklasse, wél een stapje terug zullen moeten doen en worden getroffen.’
Dat is prima, zegt Baggini. ‘Ten eerste heb ik als witte man alsnog veel privileges. Ten tweede zal de wereld nu eenmaal altijd oneerlijk zijn. Politieke filosofie is begonnen met de vraag: hoe ziet de ideale staat eruit? Vervolgens heeft men geprobeerd die te bewerkstelligen. Maar het is veel productiever om te kijken waar het grootste onrecht zit, en daaraan iets te doen.’
Als dat gebeurt, zegt Baggini, volgen vaak er klachten omdat het resultaat niet perfect is, en er nog steeds onrechtvaardigheid bestaat. ‘Maar dat maakt niet uit’, zegt Baggini. ‘Er heeft verbetering plaatsgevonden.’ ‘Het beste is de vijand van het goede’, een uitspraak die wordt toegeschreven aan de Franse verlichtingsfilosoof Montesquieu, en die volgens Baggini op alle T-shirts zou moeten staan.
Meer dan de westerse stelt de Aziatische filosofie aandacht centraal, zegt Baggini. Dat is te zien tijdens Hanami matsuri (‘kijken naar bloemen’), een van de belangrijkste Japanse feestdagen, waarop mensen samenkomen om te picknicken. Ze observeren daarbij de bloei van de kersenbloesem, die maar een week of twee duurt – na de eerste stevige bries is-ie alweer voorbij.
Voor Japanners symboliseert de korte bloeiperiode de vergankelijkheid van het leven, zegt Baggini. ‘Dat besef is bitterzoet. Aan de ene kant de schoonheid van de kersenbloesem, aan de andere kant het verdriet dat alles eindig is. Dit is het behulpzaamste perspectief dat ik in mijn leven aangereikt heb gekregen. Vrijwel elke dag word ik getroffen door een vreugdevolle droefheid: dit is een mooie dag en binnenkort zijn we allemaal dood. Ik waardeer het leven zonder me eraan vast te klampen.’
Dergelijke filosofische levenslessen – de dood moet blijmoedig tegemoet worden getreden – zijn ook te vinden in de populaire cultuur. Zoals in Monty Python’s Life of Brian, waarbij een gekruisigde Always Look on the Bright Side of Life begint te zingen. ‘De hele situatie is absurd’, zegt Baggini. ‘Die man hoort daar niet eens te hangen, er is sprake van persoonsverwisseling. En de mensen die hem kunnen redden, redden hem niet omdat ze denken dat hij een martelaar moet zijn.’
Filosofisch gezien is Monty Python briljant, zegt Baggini. ‘Het idee van het heelal als een groot kosmisch ontwerp maken ze niet alleen belachelijk, maar ze laten ons ook zien wat onze reactie moet zijn op een wereld die krankzinnig en wreed is. Franse existentialisten deden dat met wanhoop en angst. Het Angelsaksische existentialisme, waartoe Monty Python behoort, deed dat door erom te lachen. Als Albert Camus een komiek zou zijn geweest, had hij bij Monty Python gezeten.’
Ook andere films bieden waardevolle lessen. Zoals die van Joel en Ethan Coen. ‘Vaak zitten daar drie soorten personages in’, zegt Baggini. Ten eerste heb je de psychopaten. Dan heb je de mensen die niet per se slecht zijn, maar door kleine, karakterologische zwaktes uiteindelijk rampzalig eindigen. Ten slotte zijn er de goede mensen. Zij volgen geen morele theorie, maar slagen erin een fundamenteel gevoel van fatsoen te behouden.’
Neem Marge, een personage gespeeld door Frances McDormand, uit Fargo, een film uit 1996. ‘Ze kan maar niet begrijpen waarom mensen alle slechte dingen doen die ze doen.’
Hiermee leert het personage kijker een belangrijke morele les, zegt Baggini. ‘Er zijn situaties waarin het moeilijk is om te bepalen wat in moreel opzicht de beste beslissing is, maar in de meeste gevallen is duidelijk wat goed en fout is. Op die momenten is het zaak om niet te bezwijken voor kleine verleidingen. Ik denk dat dat een belangrijker moreel inzicht biedt dan de theorieën van Kant.’
Julian Baggini: Leer denken als een filosoof – 12 essentiële principes voor mentale weerbaarheid. Uit het Engels vertaald door Rogier van Kappel. Ten Have; 400 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant