Home

Nu inzetten op méér Nederlandse kinderen is onzin, dat weet Omtzigt ook wel

Deze week wordt mijn dochter 1 jaar oud. Omdat ze al loopt, mag ze vanaf volgende week naar de kinderopvang – de bewierookte en vrijwel gratis Zweedse ‘dagis’ (het Zweedse koosnaampje voor de dagopvang, red.) Daarmee zijn we aan de vroege kant; de meeste Zweden houden hun kind tot 1,5 jaar thuis. Maar als ze eenmaal naar de opvang gaan, gaan ze vrijwel allemaal fulltime, vijf dagen per week.

Door het afgelopen jaar ben ik het Zweedse systeem ontzettend gaan waarderen. Ik wist al dat het royale ouderschapsverlof, gevolg door vrijwel gratis kinderopvang, het beste aansluit bij de wetenschap, die voorschrijft dat kinderen tot 1,5 jaar vooral thuis moeten zijn en daarna juist baat hebben bij de socialiserende werking van de opvang. Maar het was ook ontzettend goed voor mijzelf.

Toen ik vader werd, zeiden mijn Nederlandse vrienden vrijwel allemaal dat je als vader het eerste jaar ‘nog niet zoveel hebt’ met ‘die baby’. Nu snap ik waarom ze dat zeiden: omdat ze nauwelijks tijd met die baby doorbrengen. Het Zweedse systeem, waar je als ouders achttien maanden verlof te verdelen hebt, dwong mij véél meer tijd door te brengen met mijn dochter dan ik in Nederland zou hebben gedaan.

Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.

In Nederland lijkt het kindertal opeens een politiek onderwerp te worden, aangejaagd door een merkwaardig verhaal van Pieter Omtzigt. Hij waarschuwde dat men in Ethiopië net zo veel kinderen krijgt als in de gehele EU –‘dan weet u wel wat dat betekent’. Nou, eigenlijk niet, heer Omtzigt, maar laten we maar doen alsof u dat alleen in sociaal-economische zin een probleem vindt.

De vergrijzing is inderdaad een probleem, maar nu inzetten op méér Nederlandse kinderen is onzin; die kinderen zijn pas over een jaar of 25 productief, en daarmee mosterd na de maaltijd. Dat weet Omtzigt ook wel, maar omdat hij nu eenmaal tegen (arbeids)migratie is en als conservatief ook niet zal pleiten voor méér uren en productiviteit, blijft er voor hem maar één knop over om aan te draaien: het kindertal.

Nederlanders willen geen migranten, ze willen niet harder werken en ze willen ook niets inleveren. Dat kan natuurlijk niet. Wanneer conservatieven menen dat méér baby’s, al dan niet wit, bijdragen aan de oplossing, zullen zij moeten vertellen hoe dat dan zou moeten. Conservatief beleid, dat gericht zou zijn op de ‘bescherming van het leven’, heeft namelijk dikwijls tegenovergesteld effect. In Polen leidde de strenge abortuswetgeving van de vorige regering tot angst bij vrouwen om zwanger te worden, waarmee het kindertal alleen maar verder zakte.

Ook ‘babypremies’, zoals Zuid-Korea doet (70 duizend dollar per baby), blijken niet te werken. Vrouwen blijken überhaupt niet erg gevoelig voor financiële prikkels; wanneer de kinderopvang gratis zou zijn, willen Nederlandse vrouwen alsnog nauwelijks méér werken. Mannen zijn daarentegen wél gevoelig voor financiële prikkels. Wanneer het conservatieven als Omtzigt menens is, zullen zij dus mannen moeten overtuigen méér voor kinderen te zorgen, zonder dat dat financiële consequenties heeft. Bijvoorbeeld met een royaal verlof zoals in Zweden.

Nederland zucht onder moeders die de kinderen toe-eigenen en de vader buitensluiten, als sukkels die er geen gevoel voor hebben. Daarop maken die vaders zichzelf wijs dat een kind nu eenmaal liever de moeder heeft. Hoewel ik het onbegrijpelijk vind dat de Nederlandse vrouw zo massaal kiest voor financiële afhankelijkheid, begrijp ik inmiddels óók niet waarom Nederlandse mannen zich zo makkelijk neerleggen bij de dominantie van vrouwen in de opvoeding.

Ik vind het ouderschap veel leuker dan ik ooit had gedacht, en daar speelt het verstandige Zweedse beleid een grote rol in. Misschien neem ik er nog wel eentje.

Source: Volkskrant

Previous

Next