Voetbal in zijn huidige vorm is een bijzonder onsportieve sport geworden. Het gaat er niet om wat spelers doen, maar vooral om wat ze mógen doen.
De agressie in het amateurvoetbal is afgelopen jaar flink toegenomen, constateerde de Nederlandse voetbalbond KNVB afgelopen week. Op het veld manifesteren zich de ‘problemen die breder spelen in de maatschappij’, aldus de bond. Moeite met autoriteit, korte lontjes, racisme, gescheld met ziektes: soms lijkt een voetbalwedstrijd wel een verkeersopstopping.
Het probleem van agressie op de velden is niet nieuw. Wie in de jaren tachtig en negentig voetbalde weet hoe vaak het toen al (bijna) uit de hand liep. Wie toen een incident meemaakte weet ook hoe lankmoedig de tuchtcommissie in die jaren oordeelde. Het geweld culmineerde in 2012 in de dood van grensrechter Richard Nieuwenhuizen, na een jeugdwedstrijd in Almere.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Sindsdien heeft de KNVB pogingen gedaan om de wetten van het voetbalveld beter te handhaven. Er worden vaker en strenger sancties opgelegd. Niet alleen voor individueel wangedrag, maar ook voor collectieve excessen, waarna soms hele elftallen uit de competitie worden genomen. Toch gebeurt dit kennelijk nog steeds niet zo rigoureus en stelselmatig als nodig is voor een afschrikkend effect.
Zeker, het onderlinge wantrouwen tussen bevolkingsgroepen zal ook zijn weerslag hebben in de confrontatie tussen twee elftallen met een verschillende achtergrond. Dat het aantal incidenten met 10 procent is gestegen past in die lijn. Maar de KNVB mag ook de hand in eigen boezem steken.
Want dat de maatschappij zich in het voetbal manifesteert is triviaal: sport wordt beoefend door mensen, en mensen zijn de maatschappij. Maar waarom gaat het er bij de meeste andere sporten zo veel rustiger en fatsoenlijker aan toe? Rugby is het klassieke voorbeeld van een harde eerlijke sport, maar ook bij basketbal, een wat volksere contactsport die veel botsingen met zich meebrengt, wordt veel minder gejengeld en meer geaccepteerd.
Een mogelijk antwoord: omdat voetbal in zijn huidige vorm – zeker bij de mannen – een bijzonder onsportieve sport geworden is. Schwalbes, altijd appelleren, klagen tegen de scheidsrechter, trekken aan shirtjes, ‘nuttige’ overtredingen, nul excuses: zulk gedrag wordt veelal beloond en op alle niveaus aangemoedigd.
Het gaat er niet alleen om wat spelers doen, maar vooral om wat ze mógen doen. Voetbal heeft altijd een grijs gebied gekend tussen wat onsportief is en wat verboden – een smerige tackle wordt door de vingers gezien zolang ook de bal wordt gespeeld – maar dat grijze gebied is steeds groter geworden. Aanstellerij wordt nauwelijks bestraft, spelbederf bijna nooit, het getrek aan shirtjes is gemeengoed geworden, appelleren een automatisme.
De KNVB wil nu de aanvoerder het alleenrecht geven op gezeur bij de scheidsrechter, een kleine maatregel die bij de profs effect heeft gehad. Het zal de scheidsrechter iets ontlasten maar de onsportiviteit niet wegnemen. Daarvoor zijn échte ingrepen nodig. Geen maatregelen die de kern van het spel aantasten, zoals het door de KNVB geopperde schrappen van de buitenspelregel, maar maatregelen die de cultuur van het spel veranderen. Handhaaf de regels, verbied het appelleren, laat de zuivere speeltijd tellen, en denk misschien na over tijdstraffen. Om te beginnen bij de profs, die door een miljoen KNVB-amateurs als voorbeeld worden gezien.
Een betere maatschappij begint ook op het voetbalveld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant