Pijn op de borst, maar niets te zien in de kransslagaders? Dat overkomt jaarlijks duizenden patiënten. Sinds deze week moeten zij allemaal worden doorverwezen voor aanvullend onderzoek, waarmee vaak wel de oorzaak kan worden achterhaald.
is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.
‘Goed nieuws, u heeft de bloedvaten van een 30-jarige, niets aan de hand.’ Hoe vaak de Nijmeegse interventiecardioloog Peter Damman dat niet heeft horen zeggen als hij in zijn opleidingstijd assisteerde bij een hartkatheterisatie. Patiënten hadden last van benauwdheid of een zwaar gevoel op de borst, de klassieke symptomen van vernauwde kransslagaders, de vaten die het hart van bloed voorzien. Toch werden ze met een schouderklopje naar huis gestuurd.
Bij de helft van alle patiënten die zo’n hartkatheterisatie laten doen, is op het filmpje niets te zien. Dat gaat alleen al in Nederland, waar jaarlijks 120 duizend hartkatheterisaties worden gedaan, om tienduizenden patiënten per jaar. Lange tijd dachten artsen dat de klachten van die groep goedaardig waren. Totdat grootschalig internationaal onderzoek een paar jaar geleden duidelijk maakte dat er met die patiënten wel degelijk iets aan de hand is.
Over de auteur
Ellen de Visser is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over medische ontwikkelingen.
Zij kampen vaak met zogeheten vaatkramp: hun kransslagaderen of de kleinere vaten in hun hart knijpen samen op momenten dat het niet nodig is, en dat belemmert de bloedcirculatie. Dat gedrag komt bij een hartkatheterisatie alleen niet aan het licht. Zo’n onderzoek is een momentopname en bovendien blijft 90 procent van het bloedvatenstelsel van het hart op het filmpje uit zicht. Om te ontdekken wat er speelt, is een heel ander onderzoek nodig: een zogeheten coronaire functietest, waarbij wordt bekeken hoe bloedvaten zich gedragen.
Lang niet alle cardiologen verwijzen patiënten door voor zo’n functietest. Het ziektebeeld is nog niet zo bekend en treft veel vrouwen van middelbare leeftijd. Hun klachten worden nogal eens toegeschreven aan de menopauze of aan stress, zegt Hester den Ruijter, hoogleraar hart- en vaatziekten bij vrouwen in het UMC Utrecht. Terwijl internationaal onderzoek laat zien dat die groep een hoger risico loopt op ernstige complicaties, zoals een hartinfarct of een beroerte.
In die praktijk komt nu verandering. Vorig weekend is op het Europese congres voor cardiologen de internationale richtlijn aangepast. Patiënten bij wie een hartkatheterisatie niets laat zien en die toch klachten hebben, moeten zo'n functietest krijgen. De aanpassing kwam er dankzij een Nederlandse pionier, emeritus hoogleraar cardiologie Jan Piek (Amsterdam UMC), die zich er jarenlang hard voor heeft gemaakt. Een hartkatheterisatie is ‘een boobytrap’, zegt Piek. ‘Cardiologen zien een keurig filmpje en gaan ervan uit dat alles in orde is. Daardoor blijven patiënten jaren rondlopen met klachten.’
Anoca of Inoca heet het ziektebeeld (afhankelijk van de klachten) en lang niet alle cardiologen zijn er kennelijk van overtuigd dat het bestaat. Voordat patiënten eindelijk aanvullend onderzoek krijgen, hebben ze jaren met hun klachten rondgelopen, blijkt uit onderzoek van Den Ruijter.
Na dat (onterechte) schouderklopje melden ze zich steeds opnieuw bij de huisarts, met aanhoudende klachten. Dan krijgen ze vaak psychologische hulp aangeboden, zegt Den Ruijter: ‘Want de huisarts denkt na die goede uitslag natuurlijk niet meer aan het hart.’ De patiënten die uiteindelijk worden doorverwezen, hebben dat vaak aan hun eigen doorzettingsvermogen te danken.
Daarom is de nieuwe richtlijn zo belangrijk, zegt Damman. ‘Tot nu toe waren patiënten afhankelijk van een doorverwijzing van hun cardioloog.’ Damman, deels opgeleid door hoogleraar Piek in Amsterdam, heeft de afgelopen jaren tal van collega’s in andere ziekenhuizen getraind om de aanvullende test te kunnen doen. Die wordt nu in twintig Nederlandse ziekenhuizen aangeboden.
Het gaat om een ingewikkeld ziektebeeld, zegt Damman. Hij wordt vaak door collega’s geraadpleegd voor hulp bij de interpretatie van de testresultaten. Het gaat niet om een statische bevinding, zoals een dichtgeslibde kransslagader – zo’n blokkade is op een filmpje altijd zichtbaar. Nee, het gaat om een dynamische uitkomst, om het gedrag van de vaten in het hart. Het kan zijn dat die bloedvaten spontaan samenknijpen of dat haarvaten niet open gaan staan op momenten van stress, als er meer bloed nodig is.
Bij het onderzoek spuit een interventiecardioloog twee geneesmiddelen in de kransslagaders. Als daardoor de typische klachten ontstaan die patiënten thuis zo vaak hebben, weet de arts genoeg. ‘Patiënten worden daar soms zelfs emotioneel van’, zegt Piek.
De nieuwe richtlijn zal tot gevolg hebben dat veel meer patiënten een diagnose krijgen, zegt Den Ruijter, en dat zal nieuw wetenschappelijk onderzoek op gang brengen. Dat is hard nodig, benadrukt ook Damman, want over de oorzaak van de problemen die diep in het hart zitten, tasten wetenschappers nog in het duister.
Het is onbekend waarom bloedvaten zich spastisch gedragen en zich soms samentrekken. Vernauwingen in de kleine vaten van het hart zien er bovendien anders uit dan die in de grote vaten, zegt Den Ruijter, die daar met haar team in het UMC Utrecht onderzoek naar doet. ‘We zien niet de klassieke plaques die de grotere vaten verstoppen. We denken dat de binnenbekleding van de vaten problemen veroorzaakt. In het lab zien we dat er ontstekingscellen actief zijn, mogelijk komen die vast te zitten.’
Zolang de oorzaak onbekend blijft, belemmert dat de zoektocht naar een behandeling. Schots onderzoek heeft laten zien dat patiënten gebaat zijn bij vaatverwijders, maar andere medicatie die wordt voorgeschreven bij pijn op de borst (zoals cholesterolverlagers en bètablokkers) blijkt weer weinig effect te hebben, zegt hoogleraar Piek. Tegen vaatspasmen zullen andere geneesmiddelen nodig zijn dan tegen vaatvernauwingen.
Sinds vorig jaar houdt interventiecardioloog Damman een landelijke registratie bij van patiënten bij wie aanvullend onderzoek is gedaan. Daaruit blijkt dat het onderzoek veilig is, maar toch wil je het liefst ‘met je handen uit het hart blijven’, zegt Den Ruijter. Daarom doet ze onderzoek naar signaalstofjes in het bloed, die duiden op problemen diep in het hart. De eerste resultaten zijn beloftevol, zegt ze.
De nieuwe richtlijn betekent eindelijk erkenning voor patiënten, zegt ze. ‘Hoe vaak zij niet te horen hebben gekregen dat ze helemaal niets mankeert. Met soms verstrekkende gevolgen. Je zult maar arbeidsongeschikt raken terwijl er voor je klachten geen oorzaak is gevonden. Het staat nu op papier: zij hebben het altijd bij het juiste eind gehad.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant