Robert Gesink (38), icoon van het Nederlandse wielrennen, fietst zondag in de Vuelta zijn laatste kilometers na een profbestaan van achttien jaar. Gesink was de belofte die ooit de Ronde van Frankrijk zou winnen. In 2010 had dat zomaar gekund.
Na Jan Janssen in 1968 en Joop Zoetemelk in 1980 won Robert Gesink in 2010 als derde Nederlander ooit de Tour de France. Met die zin had een afscheidsprofiel van de 38-jarige wielrenner uit Varsseveld kunnen beginnen als de wielersport in 2010 volledig schoon was geweest en Gesink niet in dienst van een gedopeerde kopman had moeten rijden.
In werkelijkheid werd de renner, die zondag na achttien profjaren, 1.094 wedstrijddagen en 171 duizend koerskilometers afscheid neemt van het professionele wielrennen, in die Tour de France zesde.
Gesink moest zich wegcijferen voor Denis Mensjov. De Russische kopman van de Rabobankploeg werd echter uit de einduitslag geschrapt, net als ‘winnaar’ Alberto Contador. Gesink staat dan ook in de boeken als vierde, zijn beste resultaat in de 24 grote ronden waarin hij startte; in vijf ervan eindigde hij in de top tien.
Over de auteur
Robert Giebels is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over wielrennen en Formule 1.
‘Robert had de Tour van 2010 zomaar kunnen winnen’, zegt Tom Leezer, die vanaf de junioren in 2003 tot en met zijn eigen afscheidsjaar 2020 met Gesink in de ploeg heeft gereden. Een andere oud-ploeggenoot van Gesink, Bauke Mollema, laat zich in het boek De Raboploeg van Maarten Kolsloot vergelijkbaar uit over de gevolgen van vals spel: ‘Robert is daardoor echt overwinningen misgelopen en misschien zelfs wel het podium in de Tour.’
Waarom de toen 24-jarige Gesink zo’n goede Tour reed, is voor zijn leeftijdgenoot Leezer zonneklaar. ‘Samen met Louis Delahaije, zijn trainer, steun en toeverlaat, was Robert een van de eersten die een of meerdere hoogtestages deden en daarvoor wedstrijden uit hun programma schrapten. Dat was toen bijzonder en gek. Je kon toch beter honderd koersen per jaar rijden?’
‘Volgens mij was Robert al in 2007 voor het eerst op hoogte, in zijn eerste profjaar’, herinnert Delahaije (58) zich. ‘Met circa vijftien jonge kereltjes, Tom was erbij, een paar weken in een spartaans flatgebouw met wc op de gang: een fantastische tijd. Ik had dat overgenomen van de triatlon.’
Delahaije heeft het moment ergens in 2005 nog op zijn netvlies: met toenmalig Raboploegleider Nico Verhoeven draait hij met de auto een parkeerplaats op waar ‘een heel jong mannetje’ zich warmdraait voor een etappe van Olympia’s Tour. ‘Dat is Robert Gesink, zegt Nico, die moet je in de gaten houden, die is écht goed. Een jaar later zat hij bij ons in de opleidingsploeg.’
Weer een jaar later werd de 20-jarige Gesink al prof. ‘Dat was snel,’ zegt Leezer, ‘want toen bestond nog het ouderwetse idee dat je vier, vijf jaar moest rijpen voordat je naar de profs mocht. Maar Robert had dan ook al veel bijzondere dingen laten zien.’
Twee weken voor zijn 18de verjaardag won Gesink in Tsjechië zijn allereerste koers, een maand later gevolgd door zijn eerste kampioenschap. Hij werd Nederlands kampioen tijdrijden bij de junioren en versloeg daarbij ene Sven Kramer.
In 2006 eindigde hij als tweede in de Ronde van de Toekomst, vaak een voorbode van groot profsucces. Zilver in de Tour de l’Avenir krijgt extra cachet als de nummer 1 een enorme topper wordt. Echter, voor de Spanjaard Moisés Dueñas bleek zijn zege tevens het belangrijkste wapenfeit van zijn carrière.
Nederland zat in die jaren te springen om een renner van eigen bodem die mee kon komen met de top, het liefst in een grote ronde en het allerliefst in de Tour de France. Tegen die achtergrond van verlangen en verwachtingen bij publiek en hemzelf, begon Gesink aan zijn profcarrière.
Koos Moerenhout, in Gesinks eerste vier profjaren diens ploeggenoot, nu bondscoach, herinnert zich een jonge renner met grote beroepsernst bij hem op de kamer. ‘Gedreven, bewijsdrang, legde zichzelf druk op, voortdurend op zoek naar manieren om zichzelf te verbeteren’, somt Moerenhout op. ‘Hij was een van de eersten in Nederland die fietsten met een vermogensmeter.’
Gesinks start was veelbelovend met toptienplekken in klassiekers en een eerste profzege in de Ronde van België. ‘Voor mij was het eigenlijk meteen duidelijk’, zegt Delahaije: ‘Die gaat wel een keer de Tour winnen.’
Dat dachten op den duur heel wielerminnend Nederland en Gesink zelf ook. Daarom was hij ooit gaan fietsen – een poster van ronderenner Michael Boogerd, in diens laatste jaar zijn ploeggenoot, hing in zijn jongenskamer. ‘Ik wilde de beste worden en ik denk dat ik dat in Nederland ook jarenlang geweest ben’, zegt hij in De Raboploeg.
In de laatste jaren van de Rabobankploeg, die in 2013 overging in Blanco en daarna Belkin, was Gesink voor de buitenwereld bepaald niet het zonnetje in huis. De negatieve reacties van het naar Toursucces smachtende publiek als Gesink eens zijn dag niet had, konden de complimenten voor zijn veel meer goede dagen niet compenseren.
‘Het voelde alsof ik mezelf moest uitleggen, terwijl dat helemaal niet hoeft’, zei hij daar veel later over. Bovendien: ‘Bij Rabobank waren we naar buiten toe vrij gesloten. Ik had mij opener kunnen opstellen.’
De Tour van 2010 was achteraf het laatste hoogtepunt van de ploeg, maar voor Gesink leek zijn vierde plek het begin van succes. ‘Zoals hij daar rondreed, jongen’, zegt Delahaije nu, ‘die is over een à twee jaar onverslaanbaar, dacht ik.’ Twee gebeurtenissen binnen een jaar zetten daar een streep door.
In 2011 werd de volledige negenkoppige Raboploeg van de Tour rond Gesink gebouwd. Achteraf was het een inschattingsfout om zo veel druk op de schouders van een 25-jarige renner te leggen. Toen was het, gezien Gesinks uitstekende resultaten voorafgaand aan de Tour, een logische keuze.
Topklasseringen in de Ronde van Oman, de Tirreno-Adriatico en de Ronde van het Baskenland maskeerden dat Gesink een groot verdriet aan het verwerken was. In oktober 2010, een dag nadat hij de Ronde van Emilia had gewonnen, was zijn 51-jarige vader Dick bij een mountainbiketoertocht hard gevallen en later in het ziekenhuis overleden.
Gesink werd tot teleurstelling van alles en iedereen 33ste in de Tour, reisde daarna naar zijn geliefde Verenigde Staten voor de Ronde van Colorado en bereikte daar volgens Delahaije ‘de bodem’. ‘Hij had al die goede resultaten behaald om zijn vader te eren en ik dacht: er komt een keer een klap.’
Aanvankelijk zouden de trainer en de ploeg teruggaan naar Nederland. ‘Maar we zijn met een aantal jongens daar gewoon gebleven om Robert te steunen. Beetje aan het water zitten vissen en uiteindelijk ook weer een stukje fietsen zonder dat iets moet – als therapie. Zo is het altijd gegaan bij Robert met tegenslagen: de oplossing zat hem altijd in de fiets.’
Tegenslagen: de site Wielerflits maakte er een lijst van, zowel fysieke als mentale, en die is lang en gevarieerd. Gesink had een ongebruikelijk lange wielerloopbaan, en reed – een zeldzaamheid – al die tijd bij dezelfde ploeg. Een lullig valletje in september 2011 dat ook op de lijst voorkomt, was de oorzaak voor het uitblijven van ultiem groterondesucces, zo hebben Delahaije en Gesink samen vastgesteld.
‘Robert was in de herfst in de buurt van zijn huis aan het trainen en is met minimale snelheid uitgegleden over bladeren toen hij een auto wilde laten voorgaan. Gewoon, op een fietspad.’ De breuk in het bovenbeen was complex, hoorde Gesink van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort.
‘Ze hebben het supergoed gefixt’, zegt Delahaije, ‘maar in de biomechanica bleef toch net een millimeter afwijking zitten. Daardoor had Robert nooit meer die versnelling, die overdrive, waarmee hij daarvoor zijn tegenstanders serieus pijn kon doen. Dat heb je wel nodig als je een grote ronde wil winnen.’
In de jaren erna verschoot de ploeg van Gesink van kleur en heeft nu de gedaante van Visma-Lease a Bike. Er waren aanbiedingen van andere ploegen, maar Gesink bleef waar hij zich thuis voelde. In meerdere opzichten werd hij een andere renner: van absolute kopman werd hij knecht van zijn opvolgers.
En van norse oester die gebukt ging onder zelfopgelegde druk, veranderde hij in een open boek, die zijn fotografietalent royaal deelt op sociale media. Hij is een veteraan die jonge renners in wie hij zichzelf van vroeger herkent, er subtiel op wijst dat ze minder op hun fietscomputer moeten kijken en meer naar die schitterende natuur waarin ze zich mogen onderdompelen – en daar nog voor betaald worden ook.
Gesink haalde ook als eerste zijn gezin naar zich toe bij lange trainingskampen en koersen ver van huis. Toen hoogst ongebruikelijk, nu doodnormaal en logisch. ‘Renners die gelukkig zijn, durven zichzelf pijn te doen op het juiste moment’, weet Delahaije.
Zo’n transformatie, analyseert oud-ploeggenoot Leezer, is het fascinerende aan de wielersport: ‘Door het succes dat je samen bereikt, zet je jezelf buitenspel.’ Gesink was er ook bij toen zijn ploeg steevast achteraan fietste, maar klom uit het dal met de komst van Primoz Roglic. ‘Er kwam meer geld en er kwamen meer talenten en beter betaalde renners, die op den duur ook de cultuurdragers van de ploeg gingen vervangen. Zo ging Robert van kopman in de Tour, via schaduwkopman in de Vuelta, naar knecht van Primoz in de Tour. Totdat hij de Tourselectie niet meer haalde.’
‘Maar het mooie aan Robert’, zegt Delahaije, de man die Gesink als jongeling vertelde wat hij moest doen en achttien jaar later zijn vertrouwenspersoon is, ‘is dat hij met dezelfde overgave voor de kopmannen van nu rijdt als toen hij zelf wilde winnen – geen halve procent minder. Zijn carrière ging van potentiële Tourwinnaar naar helper en in beide gevallen was hij wereldtop.’
Robert Gesink
Geboren: 31 mei 1986 Varsseveld
Prof vanaf 1-1-2007 bij dezelfde ploeg:
2007-2012 Rabobank
2013 Blanco
2014 Belkin
2015-2018 LottoNL-Jumbo
2019-2023 Jumbo-Visma
2024 Visma-Lease a Bike
24 deelnamen aan grote ronde (18 uitgereden):
10x Tour de France
3x Giro d’Italia
11x La Vuelta Ciclista a España
Beste klasseringen:
4de in Tour de France 2010
6de in Vuelta van 2009 en 2012, etappezege in 2016
23ste in Giro d’Italia van 2018
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant