Wil Strijbos is een legendarische puzzelontwerper, wiens ontwerpen bekender zijn dan hijzelf. Jan van Tienen raakte gefascineerd door zijn puzzels en ging op zoek naar de mysterieuze man.
Ik had niet veel met puzzels, en toch schotelde het YouTube-algoritme me een paar jaar terug video’s voor waarin mensen mechanische puzzels oplossen: driedimensionale exemplaren van hout, plastic en metaal, die je uit elkaar moet draaien, schuiven, pielen of schroeven en dan weer in elkaar moet zetten.
Het blijkt dat er veel meer bestaat dan enkel legpuzzels, sudoku’s en Rubiks kubussen. Je hebt burrpuzzels, eindeloze Rubiksvarianten, twisty puzzels, puzzeldozen met prachtig houtsnijwerk, verrassende varianten op ‘ordinaire’ legpuzzels en metalen sequential discovery-puzzels (waarbij de puzzel zelf steeds nieuw gereedschap biedt om een ander deel van de puzzel op te lossen). Een puzzel uit die laatste categorie greep me: de zogeheten Lotus Puzzel.
Ik leerde hem kennen door een video die inmiddels 20 miljoen keer is bekeken op het YouTubekanaal van de Canadese goochelaar, puzzelaar en youtuber Chris Ramsay, en ik begrijp waarom er zo’n aantrekkingskracht van uitgaat: de Lotus is een zware, in prachtig blauw aluminium uitgevoerde rechthoekige puzzel, ongeveer zo groot als een afstandsbediening of een kleine smartphone.
Aanvankelijk speel je niets klaar, maar zodra je na enige tijd dingen proberen, draaien, pielen, voelen en trekken een soort schroef los krijgt uit de puzzel, dien je erachter te komen dat – spoiler alert! – er in die schroef een verborgen compartiment zit, waar dan weer een nieuw staafje uit komt dat je moet gebruiken om een ander gedeelte van de puzzel te openen! Toen ik dit zag, was ik verkocht. Wie maakt dit? Wie verzint dit?
Er waren nog meer van zulke fascinerende puzzels te vinden op het kanaal, met namen als First Cross, Pachinko Box en Cilinder Puzzle. ‘Another great design by Wil Strijbos’, zei Ramsay – hij sprak Strijbos uit als ‘Strayboohs’. Dat had ik niet verwacht. Een Nederlandse ontwerper?
Toen ik kort daarna bij Schaak- en Gowinkel Het Paard in Amsterdam was om een legpuzzel aan te schaffen kwam ik Strijbos’ werk in het echt tegen. In een vitrinekast lagen de mooie aluminium puzzels die ik herkende van YouTube. Strijbos’ puzzels zijn ‘high-end’, begrijp ik van winkeloprichter Marianne Diederen.
Het Paard verkoopt ook puzzels van Hanayama, een Japanse producent die veel zachter geprijsde ontwerpen (tussen de 12,50 en 20 euro) fabriceert, voor een veel breder publiek. Je vindt ze soms zelfs in reguliere speelgoedwinkels. Maar ik wilde een echte Wil Strijbos bezitten. De Lotus Puzzel hadden ze op dat moment niet, dus ik kocht voor 89,95 euro een exemplaar met de naam First Cross.
First Cross meet 6 x 6 x 3,5 centimeter en is een aluminium kruis, met twee messing staven erdoor. Het kruis bestaat uit twee rechthoeken die je uit elkaar moet zien te krijgen, en daarna ook weer in elkaar moet zetten. Zoals bij alle puzzels van Wil Strijbos staat zijn signatuur erop gegraveerd: een zwierige kringellijn, die de hoofdletters S en W en daarna een kleine s vormen.
De messing staven trekken de aandacht van de puzzelaar. Zodra je daarmee speelt, hoor je vanbinnen getik en voel je dat er van alles verschuift. Spelenderwijs ontwikkelt zich een rudimentaire logica: als ik dit doe, gebeurt er dit. Er zit iets geestigs aan het werk, de puzzels van Wil Strijbos bevatten valstrikken die je laten denken dat je vooruitkomt, terwijl je op het verkeerde pad zit.
De puzzel weer in elkaar zetten kost meer tijd dan hem uit elkaar halen. Bijkomend aan het puzzelplezier is de opwinding die ik voel omdat ik met een raadsel bezig ben waarvan ik niet snap hoe iemand het bedenkt.
Maar uit welk brein zijn deze puzzels ontsproten? Wie is Wil Strijbos? Online is er niet veel te vinden: er zijn YouTubevideo’s van mensen die zijn puzzels oplossen, er zijn puzzelwinkels die zijn werk aanbieden (‘Revenge Lock aka The Wanderer’ kost je tussen de 270 en 400 euro, ‘Pachinko Box’ tussen de 1.250 en 2.000 euro) en er zijn stokoude blogs van puzzelfanaten die zijn werk hebben gerecenseerd.
Een paar velden diep in de zoekresultaten stuit ik op een blog van Britse puzzelliefhebber Allard Walker. Die was op bezoek geweest bij een ‘puzzelparty’ bij Strijbos thuis: bijeenkomsten waar, zo neem ik aan, samen wordt gepuzzeld. Op dit blog staat de enige foto van Strijbos die ik ben tegengekomen: een vriendelijk kijkende man, die na afloop van een puzzelparty in een Chinees restaurant is gefotografeerd terwijl hij iets aan het uitleggen is. Hoog voorhoofd, flinke, zwartgrijze wenkbrauwen en grijs hoofdhaar.
Op een overduidelijk in de jaren negentig ontworpen website vind ik wat biografische gegevens: ik lees dat Strijbos sinds 1972 puzzels verzamelt en in 1979 kennismaakte met Pentangle Puzzles, een Engelse producent van puzzels. Er staat een mailadres van Strijbos bij.
Opgetogen schrijf ik hem dat ik gefascineerd ben geraakt door zijn First Cross-puzzel, en vraag of ik hem mag spreken over zijn werk. Op mijn mailtje krijg ik snel antwoord:
Beste Jan
Bedankt voor je belangstelling maar ik heb in het totaal geen interesse in deze betreffende een interview. Op het Internet valt er al genoeg over mijn ontwerpen te ontdekken. Veel succes daarmee.
Hartelijke Groet - Wil
De Lotus Puzzel en de First Cross zijn op een bepaalde manier uitnodigende objecten. Pak me op, speel met mij, lijken ze te zeggen. Waarom gooit de maker ervan dan de deur dicht? Zou het niet logischer zijn meer aandacht voor zijn werk te willen, aangezien hij zijn puzzels kennelijk ook zelf verkoopt? Hij wenst me in ieder geval wél succes met de ontdekkingstocht. Ik besluit dat als aanmoediging te zien.
Ik keer terug naar Het Paard om te vragen hoe ik meer over de puzzelscene te weten kan komen. ‘Oskar van Deventer is beeldbepalend geweest voor het Nederlandse puzzelwezen en hij heeft samen met Strijbos en anderen de kar getrokken’, zegt Diederen. Ze wijst op een van de Hanayamapuzzels die ik in handen heb om bij haar af te rekenen: ‘Design by Oskar van Deventer’, staat er op de Cast Nutcase-puzzel.
Over Van Deventer is wél veel te vinden. Op zijn YouTubekanaal publiceerde hij voor zijn 108 duizend abonnees in meer dan achthonderd video’s zijn puzzelontwerpen, als een soort opensourceonderzoek. Hij begon jong: als 16-jarige scholier stond hij al in de krant met een zelfbedachte puzzel. Voor zijn werk voor TNO deed hij tientallen uitvindingen en Van Deventer werkte samen met een hele trits namen in de puzzelwereld: wiskundigen, hoogleraren, uitvinders – en Wil Strijbos.
Van Deventer schrijft op zijn website dat Strijbos hem heeft geadviseerd bij het ontwerpen van een van zijn puzzels (de Cast Twist, een puzzel van Hanayama waarbij je twee ringen uit elkaar moet zien te draaien).
‘Wil is een echte verbinder in de puzzelgemeenschap’, vertelt Van Deventer als ik hem videobel. ‘Hij was onder meer puzzelhandelsreiziger. Hij kwam soms met de auto naar puzzelbijeenkomsten, kocht flink in en verkocht de puzzels dan elders weer door. Als ik zeg dat hij een verbinder is, bedoel ik dat hij leuke nieuwe dingen ziet en die weer introduceert bij een bredere kring mensen, zoals bij zijn eigen jaarlijkse puzzelparty’s.’
Als ik hem vraag hoe hij denkt dat Strijbos de First Cross-puzzel heeft bedacht, zegt hij dat hij niet weet, omdat hij zich zelf niet zo veel bezighoudt met sequential discovery-puzzels. Ik krijg niet de indruk dat Van Deventer zich heel intens bezighoudt met de ontwerpen van Strijbos.
Helemaal verrassend is dat niet. Oskar van Deventers ontwerpen voelen open aan, logisch, wiskundig. Zijn ontwerpen bevatten zelden verborgen mechanismen of verborgen compartimenten. Van Deventers Topsy Turvy-puzzel bijvoorbeeld is een ronde schijf met twaalf elementen die je opnieuw kunt rangschikken en waarbij je direct elke mogelijke beweging die je kunt maken ziet.
Maar de puzzel kun je haast alleen maar oplossen als je bekend bent met de M12-groep, een speciale set getallen binnen de wiskundige tak van sport die groepentheorie wordt genoemd. Dat dan weer wel.
‘Een puzzel ontwerpen draait om het vormgeven van ‘moeilijkheid’’, zegt Van Deventer. ‘Iemand die daar veel over heeft geschreven is professor Bret L. Rothstein, van de Universiteit van Indiana. Hij benadert puzzels academisch en stelt dat puzzelontwerp is als een kunstvorm, waarbij je met vorm moeilijkheid creëert, zoals muziek door middel van klank, ritme en compositie een emotie oproept. Mijn ideeën voor puzzels komen wat praktischer tot stand. Ik kom tot een puzzelontwerp door mezelf de vraag te stellen: is het mogelijk om dit wiskundige of logische probleem tot een uitdaging voor anderen te maken?
‘Een keer stelde ik mezelf de vraag of een ketting kon maken met meerdere schakels, waarbij ik de schakels van volgorde zou veranderen, zonder dat de ketting in z’n geheel zou loskomen. Ik ben daar meer dan een jaar mee bezig geweest. Het resultaat was de Hanayama Cast Chain. Dat werk is al twee decennia op de markt, het is mijn bestverkopende puzzel, er zijn honderdduizenden van verkocht.’
Na het gesprek met Van Deventer contacteer ik Rothstein. Hij is kunsthistoricus en specialiseerde zich in Nederlandse kunst uit de 15de en 16de eeuw voor hij overstapte op het bestuderen van puzzels. Zijn boek The Shape of Difficulty – A Fan Letter to Unruly Objects is een academisch werk over mechanische puzzels en de subcultuur van de ‘enigmatologists’ die ze ontwerpen. Ik bestel het, het is een obscure titel die per boot uit Amerika moet komen. ‘Wil Strijbos, de sfinx van Venlo!’, mailt Rothstein terug als ik hem mail om te vragen of hij meer weet over Strijbos.
‘Ik heb me voor een gedeelte van mijn boek laten inspireren door de puzzels van Wil’, zegt Rothstein tijdens het videobellen. ‘Toch wilde hij ook door mij niet worden geïnterviewd, hoewel hij een van de ontwerpers is waardoor ik echt verslaafd raakte aan puzzels.’ Ik vraag wat hem zo aantrekt in het werk van Strijbos en hij zegt: ‘Er zit geen grammetje vet aan zijn ontwerpen, ze zijn erg elegant. Ook zitten er heel interessante grappen in zijn werk, die je niet altijd begrijpt als je ze tegenkomt. Zijn puzzels hebben een soort thematische eenheid die je niet vaak tegenkomt bij andere puzzelontwerpers: de vorm, betekenis en inhoud van de puzzel maken samen iets groters.’
Door de gesprekken met Oskar van Deventer en Bret Rothstein begrijp ik iets beter hoe puzzelmakers denken, wat ze doen als ze een puzzel ontwerpen en hoe de scene in elkaar zit, maar ik heb ook het gevoel dat ik nog iets belangrijks mis. Het gaat over de manier waarop moeilijkheid vorm krijgt, maar die vorm zelf heeft ook een schoonheid. Anders gezegd: de puzzels van Wil Strijbos zijn ook gewoon mooi om te zien. Hoe denkt een puzzelmaker na over schoonheid?
Als ik nog eens bij Het Paard kom, spreek ik Marieke, de dochter van Marianne Diederen, die de winkel inmiddels heeft overgenomen, en leg ik uit dat ik nog iemand in de puzzelwereld wil spreken met wie ik het over esthetiek kan hebben. Ze denkt even na en zegt dan dat ze net puzzels zijn gaan verkopen van Anne Nederkoorn, die de zogenoemde Tri Angel ontwierp. Nederkoorn is een van de weinige vrouwelijke puzzelontwerpers die Diederen kent. Nederkoorn is ongeneeslijk ziek en net opgenomen in een hospice, maar Diederen wil me wel met haar in contact brengen – en Nederkoorn, die blijkt best nog met mij te willen spreken.
Een week later bel ik aan bij Joods Hospice Immanuel. Nederkoorn zit op haar kamer. Ze is neerlandicus, dichter, ze werkte aan educatieve boeken en ontwerpt puzzels. Het voelt ongemakkelijk om het over puzzels te hebben met iemand die doodgaat, merk ik, maar Nederkoorn heeft daar in het geheel geen last van.
Zittend op haar bed toont ze haar laatst ontworpen puzzel. Tri Angel bestaat uit zeven puzzelstukjes die elk een andere vorm hebben, maar die allemaal zijn gemaakt door gelijkbenige driehoeken te combineren. In een bijbehorend boekje staan meer dan vijfhonderd figuren die je, naast een driehoek, nog meer met de zeven stukjes kunt maken: een rennende man, een muzieknoot, een zwaan, de letter p. Je moet alle stukjes die je hebt gebruiken en die stukjes mogen elkaar niet overlappen, pas dan heb je de vorm ‘opgelost’ of ‘gevonden’.
‘Het is een beetje als een tangram’, legt ze uit, ‘alleen is het principe waarmee de stukjes zijn gemaakt anders, en zijn de stukjes ook anders, waardoor de vormen die je met de puzzelstukjes kunt leggen weer anders zijn.’
Vol vuur praat Nederkoorn over de ontstaansgeschiedenis van de puzzel. ‘Ik had een paar jaar terug pijn in mijn buik – toen wisten we nog niet dat het die kanker was. Als ik pijn heb, leid ik mezelf af door aan puzzels te denken. Ik vroeg me af hoeveel verschillende figuren ik zou kunnen maken van gelijkbenige driehoeken als ik ze aan elkaar legde en geen vormen zou herhalen. Vervolgens ging ik met schaar en karton aan het werk en bleek dat ik op een nieuwe vorm was gestuit. Die vorm is nu de Tri Angel. Ik was zo gelukkig.’
Ik vraag hoe die vormen met schoonheid samenhangen. Ze zegt: ‘Voor mij zit er grote schoonheid in geometrische patronen. Alles is wiskunde. Ik had dat als kind al: als ik een vorm zag die ik interessant vond, dacht ik na over hoe je daar anderen mee kon uitdagen.’ Ze pakt haar puzzel. ‘De gelijkbenige driehoeken die ik voor Tri Angel heb gebruikt doen me denken aan vormen in de natuur. Zie de succulenten hier in de kamer. Die groeien uit eenzelfde soort basisprincipe in vaststaande patronen.
Ik vind het mooi hoe die dingen met elkaar samenhangen: hoe de bladeren van een boom en het bladerdak zelf met een bepaalde symmetrie groeien, en hoe je die symmetrie terugziet in het menselijk oog. Die wiskunde – en schoonheid – is overal.’
Nederkoorn ziet grote schoonheid in de wereld, en die schoonheid komt weer in haar puzzels terecht. Het is ontroerend: ze is stervende, maar wil het met haar laatste krachten over haar puzzel hebben. Vreemd genoeg is het niet zozeer de schoonheid waarover ik nu iets leer, maar juist de betekenis van puzzels.
Over puzzels wordt tot nu toe door iedereen die ik sprak toch een beetje gedaan alsof ze niet belangrijk zijn, alsof het eigenlijk schunnig is om je zo lang bezig te houden met iets wat vaak gewoon als kinderspeelgoed wordt gezien, en wat in essentie ‘nutteloos’ is. Ik voel het soms zelfs bij mezelf, omdat ik achter Wil Strijbos aan ga: een puzzel is een ingewikkelde manier om iets in elkaar te zetten en weer uit elkaar te halen, kun je niet beter geld gaan verdienen, of zo?
Maar terwijl Nederkoorn op haar sterfbed vertelt over de hoop die ze heeft dat ze om deze puzzel wordt herinnerd, als ze vertelt hoe haar Oekraïense buurvrouw zo heerlijk met de Tri Angel heeft gespeeld en ermee tot rust komt, als ik zie dat ze kort voor haar dood nog de moeite neemt om een wildvreemde te spreken over juist die puzzel, merk ik dat ze iets wezenlijks in haar puzzelontwerpen heeft gelegd.
Als ik met de Tri Angel speel, voelt dat open, vriendelijk, en op die manier voelt het ook alsof ik iets van Nederkoorns persoonlijkheid of zelfs ziel in die puzzel voel. Een puzzel kan ook een medium zijn om een ander mens beter te leren kennen, besef ik. Daardoor bedenk ik dat ik te weinig vragen heb gesteld bij Strijbos’ persoonlijkheid.
Wat een puzzelmaker denkt, is één ding, maar wie de puzzelmaker ten diepste ís, is een tweede. Ik wil weten wat voor soort ziel, wat voor persoonlijkheid Wil Strijbos in zijn werk legt, want dat is denk ik boven alles waarom het mij zo aantrekt. Maar ja. Wat nu?
En dan: bericht van Het Paard. Ze vonden mijn zoektocht sympathiek en hadden Strijbos toch nog maar eens een bericht gestuurd om te vragen of ik hem echt niet kon spreken. Hij schrijft terug dat hij me tegemoet wil komen: ik mag langskomen op een puzzelparty bij hem thuis. ‘Let wel, dit is géén interview!’, voegt hij eraan toe. Ik ben euforisch. Het voelt alsof ik lang genoeg heb gedraaid en geschoven en er ergens in de puzzel een verborgen compartiment is opengeklapt.
Met een bak soesjes uit de aanbieding en een paar puzzels op zak bel ik op de dag van de puzzelparty aan in een woonwijk in Venlo. Een Britse man doet open. Ik stap binnen in een overweldigende omgeving. Strijbos’ rijtjeshuis ligt tjokvol spulletjes: posters, puzzelboeken, uitgeknipte tijdschriftartikelen, speelgoed en puzzels, puzzels, puzzels.
Van de wc en de keuken tot de woonkamer, en ook op de trap en in de vensterbank. Sommige herken ik – Pachinko Box, de Lotus Puzzel – maar de meeste van die duizenden puzzels niet. Een collectie als deze duidt op jarenlange interesse in en, naar ik aanneem, diepe liefde voor puzzels.
Ik kijk m’n ogen uit, wandel door naar de overvolle keuken, en sta dan oog in oog met de man zelf: Wil Strijbos. Een vriendelijke grijns, hoog voorhoofd, wit haar, ergens in de 60 of 70, hij maakt een zeer energieke indruk. ‘Ah, Jan, leuk dat je er bent’, zegt hij. ‘Wil je koffie? Wil je vlaai?’ Ik knik en dan zegt Strijbos: ‘Het leek mij voor jouw begrip van puzzels het best om gewoon langs te komen bij de puzzelparty.’ Ik knik, en voor ik heb bedacht te vragen waarom hij dat denkt, is Strijbos alweer druk met het verwelkomen van andere gasten.
Deze puzzelparty heeft wat weg van een familieverjaardag. In de tuin wordt door tientallen gasten aan statafels en op tuinstoelen koffie en vlaai genuttigd. Achter in de tuin zit Oskar van Deventer aan een grote tafel met tientallen van zijn 3D-geprinte puzzelprototypen, met om hem heen een soort hofhouding aan mannen die gretig luisteren naar zijn uitleg over de nieuwste ontwerpen. Daar zitten Roxanne en George Miller, puzzelverzamelaars die ik van Van Deventers website herken.
In The New York Times las ik daarna dat het echtpaar onlangs een Italiaans kasteel kocht voor hun collectie, die tachtigduizend puzzels telt. En iemand stelt zich aan me voor als Allard Walker, de man wiens obscure blog over Strijbos’ puzzelparty ik jaren geleden heb gelezen.
Er zijn ook verzamelaars. Een jongen uit Duitsland werkt in sales en heeft ‘bijna alle werken’ van Strijbos compleet. Hij zegt dat hij staat ingeschreven op Strijbos’ mailinglijst, die hij aanspreekt als hij een nieuw ontwerp af heeft dat mensen kunnen kopen. Verder is er een groep Engelse puzzelaars, die identieke blauwe polo’s dragen met de naam van hun Engelse puzzelclub en eruitzien alsof ze bij een ict-bedrijf werken en een bedrijfsuitje hebben.
Ik krijg een puzzel in mijn handen gedrukt door Jaap, de moderator van puzzelsite Jaap’s Puzzle Page. Ik modder wat aan met Jaaps puzzel, krijg aanwijzingen om me op weg te helpen. Strijbos laat later aan de statafel waar ik sta zijn ‘favoriete puzzel van de laatste tijd’ zien: eentje waarbij je witte en zwarte houten vormpjes zó moet leggen dat er twee eendjes te zien zijn. Ik probeer het even, geef het op, waarna Jaap de puzzel in een oogwenk oplost.
Puzzelprofessor Bret L. Rothstein noemt het maken van een puzzel ‘elkaar op vriendelijke wijze het leven even moeilijk maken’, en dat voel ik hier heel sterk, op deze gemoedelijke bijeenkomst van goedgemutste enthousiastelingen, niet zelden mensen met een hoge functie op een universiteit.
Ook interessant: ik voel geen competitie op het gebied van puzzels oplossen, niemand kijkt je raar aan als je er niet uitkomt met een puzzel. Integendeel, iedereen wordt behandeld op zijn of haar eigen puzzelniveau. Dat hoort bij de scene: je probeert iedereen een puzzel te geven die bij haar of zijn niveau past.
En terwijl ik Van Deventer bezig zie, terwijl Strijbos met zijn gasten spreekt, merk ik dat ik nog een aanname die ik had over puzzelontwerpers moet bijstellen. Ik dacht dat puzzelontwerpers introverte mensen waren, die op zolderkamertjes of in souterrains in volstrekte eenzaamheid iets briljants maken, maar zo veel van wat ze doen en maken is juist met elkaar.
Het is een uiterst sociale bezigheid, waarbij de party’s een deel van de drijvende kracht zijn om steeds weer een nieuw puzzelontwerp te maken: op die manier kun je je collega’s in de puzzelscene steeds opnieuw verrassen en uitdagen.
Hoewel Strijbos nog steeds geen officieel interview wil geven, vraag ik me af wat ik via de puzzelparty en het bezoek aan zijn huis over hem leer. Wat is wel of niet relevant in deze zee aan spullen, puzzels en informatie? Neem bijvoorbeeld het lichtkoord op de wc. Dat herbergt een geestige witz: het onderste gedeelte waar je als eerste aan trekt blijkt magnetisch, waardoor je het lostrekt, en het licht aan (of uit) blijft. Misschien is dat het relevantst: zijn gevoel voor humor.
Op een gegeven moment staat Wil in zijn huiskamer te spelen met een Russische houten puzzeldoos, die hij met een ingenieus mechanisme op slot doet en weer van het slot af haalt. Hij doet het met de energie en kunde van een goochelaar; ook dat is denk ik voelbaar in de puzzels. Mensen met humor op het verkeerde spoor zetten, en dat allemaal om te verwonderen en verrukken.
Als de bezoekers van de party hem plotseling toch allemaal vragen stellen, zie ik ook mijn kans schoon. Geen interview, maar wie niet waagt, die niet wint. Ik vraag hem hoe hij zijn eerste mechanische puzzel ooit, de First Cross-puzzel, ontwierp.
‘Dat was eind jaren zeventig’, zegt hij dan. ‘Ik zou naar Londen gaan, naar James Dalgety, de baas van puzzelproducent Pentangle. Hij was zelf ook verzamelaar. Ik dacht: ik moet wat moois voor hem meebrengen. Maar ik kon niks vinden in Nederland, dus moest ik zelf iets maken.’ Hij wenkt ons mee naar zijn slaapkamer.
‘Hier gebeurde het toen’, zegt hij. ‘Ik droomde de First Cross-puzzel. Ik werd wakker en vertelde aan mijn inmiddels ex-vrouw wat ik had bedacht. ’s Ochtends had ik het hele interne mechanisme bedacht. Ik damde toen op hoog niveau en gaf er ook les in, dus ik was gewend om vele stappen vooruit te denken. Op mijn toenmalige werkplaats waren machines om hout en metaal te bewerken. Zo kon ik die puzzel meteen maken.’
Ik vraag waarom hij geen interview wilde geven. ‘Ach’, zegt hij, ‘Ik ben in de jaren tachtig weleens voor een Limburgse krant geïnterviewd en ik ben weleens op de Japanse televisie geweest, maar ze geven je altijd verkeerd weer en daarna herhalen mensen altijd wat ze hebben gezien of gelezen, of het nou klopt of niet. Wat is daar de lol van?’
Dan probeer ik het nog een keer, nu ik hem toch nog spreek, en vraag ik of zijn humor en het feit dat hij goochelaar is van invloed zijn op zijn puzzels. ‘Ik heb geen humor’, zegt hij met een lach.
De dag loopt ten einde. Mensen gaan naar hun hotels in de buurt of rijden terug naar Duitsland. Een select gezelschap gaat nog wat eten, maar ik moet weer naar huis. In de trein speel ik wat met mijn bij Strijbos aangeschafte Lotus Puzzel.
Op een bepaalde manier heb ik gekregen waar ik voor kwam, bedenk ik in de trein. Ik denk terug aan wat ik in het boek van Rothstein heb gelezen. Hij denkt dat puzzels ons betere mensen maken, omdat ze ons confronteren met moeilijkheid en ons daarom nederig houden.
Je denkt dat je weet hoe het zit, maar als je dieper kijkt, blijkt dat het altijd meer werk kost om iets echt te weten te komen. Als ik een paar keer met Strijbos had kunnen bellen over zijn werk, was het schrijven van dit stuk veel makkelijker geweest. Maar wat is daar de lol van?
Op 12 april 2024 overleed Anne Nederkoorn. Op haar rouwkaart staat de Tri Angel afgebeeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant