Presidentskandidaat Donald Trump is het middelpunt van enkele opzienbarende rechtszaken. De afgelopen maanden wisten zijn advocaten belangrijke successen te boeken voor hun cliënt. Zo staat het ervoor met de vier grootste zaken waarin hij verwikkeld is.
Een eerdere versie van dit artikel op 2 april op NU.nl. Na een aantal nieuwe ontwikkelingen hebben we het geactualiseerd en opnieuw gepubliceerd.
Trump werd vorig jaar in staat van beschuldiging gesteld omdat hij probeerde de uitslag van de vorige presidentsverkiezingen te dwarsbomen. Dat mondde uit in de bestorming van het Capitool in Washington op 6 januari 2021. Daar werd de uitslag van de verkiezingen bevestigd. Aanhangers van oud-president Trump probeerden dat met geweld te voorkomen.
Trump wordt ervan verdacht dat hij zijn aanhangers rechtstreeks heeft opgeroepen het Capitool te bestormen. Daarmee zou hij schuldig zijn aan het opzetten van een opstand. De advocaten van Trump beweren dat hij daarvoor niet kan worden aangeklaagd, omdat hij op dat moment nog de zittende president was. Trump zou "presidentiële immuniteit" hebben.
In juli oordeelde het Amerikaanse hooggerechtshof hof dat Trump als oud-president deels presidentiële immuniteit geniet. Daarmee is hij gedeeltelijk onschendbaar tegen strafrechtelijke vervolging voor zijn acties rond de inmenging in de presidentsverkiezingen van 2020 en zijn rol bij de Capitool-bestorming. Dat houdt in dat Trump niet strafrechtelijk vervolgd kan worden als zijn acties onder officiële handelingen van een president vallen. Dat geldt in ieder geval voor zijn gesprekken met het ministerie van Justitie, waarin ze het onderzoek naar vermeende verkiezingsfraude bespraken.
Speciaal aanklager Jack Smith diende in augustus een aangepaste aanklacht in tegen voormalige president Trump in de zaak. Een van de grote aanpassingen in de aanklacht is dat Trump niet meer wordt beschuldigd van pogingen om het ministerie van Justitie onder druk te zetten. In de uitspraak van het hooggerechtshof staat dat Trump niet strafrechtelijk kan worden vervolgd voor contact met ambtenaren van dat ministerie. Dat zou tot de kerntaken van een president behoren. De oorspronkelijke aanklachten blijven grotendeels overeind.
In de staat Georgia wordt Trump ook beschuldigd van verkiezingsfraude. Samen met veertien anderen wordt hij ervan verdacht dat hij de uitslag wilde beïnvloeden. Trump zelf wordt onder meer verdacht van "het leiden van een criminele organisatie met onwettige doeleinden".
De aanklacht vanwege deelname aan een criminele organisatie vormt de kern van de beschuldigingen aan het adres van Trump. Het komt erop neer dat hij en de anderen worden beschuldigd van een samenzwering met als doel verkiezingsfraude te plegen.
Eerst had Trump 41 aanklachten aan zijn broek hangen, maar halverwege maart heeft een rechter er daar 6 van geschrapt. De aanklachten zouden niet gedetailleerd genoeg zijn.
Rond diezelfde tijd besloot een rechter dat de openbaar aanklager in de zaak, Fani Willis, mocht aanblijven. In januari werd openbaar dat ze een relatie heeft gehad met iemand binnen haar team. Volgens Trumps advocaten en acht medeverdachten was er sprake van belangenverstrengeling. De rechter ging daar niet in mee. Het lid van haar team met wie ze een relatie had, moet wel opstappen.
Trumps advocaten en acht medeverdachten gingen met succes in beroep tegen dat besluit. Een commissie van rechters moet nu besluiten of Willis mag aanblijven. Dat besluit wordt pas volgend jaar verwacht. Daardoor kwam de zaak in juni stil te liggen.
Een rechtszaak in de staat Florida draaide om het achterhouden van geheime documenten in zijn woonresort Mar-a-Lago. Daarnaast zou Trump de autoriteiten hebben tegengewerkt toen die de documenten kwamen ophalen. De rechter besloot in juli de strafzaak te verwerpen.
De door Trump aangestelde rechter Aileen Cannon vond dat de speciaal aanklager in de zaak, Jack Smith, onrechtmatig was benoemd. De benoeming van Smith zou ingaan tegen de grondwet, omdat hij die functie niet eerst officieel heeft gekregen van de president of de Senaat.
Smith is ook speciaal aanklager in de landelijke zaak, tegen onder anderen Trump, die draait om verkiezingsfraude en de Capitool-bestorming.
In mei werd de zaak al tot nader order uitgesteld door rechter Cannon. Voor het nemen van die beslissing gaf zij toen geen verklaring.
De aanklagers in de zaak gingen in augustus in beroep tegen de uitspraak van Cannon. Rechtbanken in andere zaken hebben meerdere keren de bevoegdheid van het Amerikaanse ministerie van Justitie om speciale aanklagers aan te stellen toegestaan. Daarbij gaat het vooral om zaken die politiek gevoelig liggen.
Trump wordt ervan verdacht dat hij documenten heeft vervalst om te verhullen dat hij zwijggeld betaalde aan pornoster Stormy Daniels. Die beweert dat zij in 2006 een affaire had met Trump.
Trumps toenmalige advocaat Michael Cohen betaalde Daniels 130.000 dollar zwijggeld. Dat bedrag kreeg hij terugbetaald van Trump, die daarvoor mogelijk campagnegeld gebruikte. Cohen heeft al toegegeven dat hij schuldig is.
De zaak begon op 15 april. De zaak had eigenlijk 15 maart moeten beginnen, maar werd een maand uitgesteld door de rechter. In mei werd Trump als eerste Amerikaanse oud-president ooit schuldig bevonden in de strafzaak. De jury achtte hem schuldig aan alle 34 aanklachten in de zaak.
Trump noemde de uitspraak zelf een schande en "gemanipuleerd". Hij zei onschuldig te zijn. Wat Trumps straf precies gaat inhouden, is nog altijd niet bekend. De uitspraak zou op 11 juli zijn, maar werd vervolgens uitgesteld tot 18 september.
Vrijdag werd duidelijk dat Trump pas na de Amerikaanse presidentsverkiezingen zal horen wat zijn straf wordt. De advocaten van Trump hadden om uitstel gevraagd na een uitspraak in juli van het Amerikaanse Hooggerechtshof over de onschendbaarheid van presidenten. Rechter Juan Merchan in Manhattan heeft de datum van de veroordeling nu verplaatst naar 26 november.
Source: Nu.nl algemeen