Home

Pim de la Parra was een filmrebel zoals die er nog amper zijn

Met de erotische bioscoophit Blue Movie werd begin jaren ‘70 de filmcarrière van Pim de la Parra gelanceerd. Als de helft van het rebellenduo Pim & Wim schudde hij de Nederlandse cinema wakker. Vrijdag overleed de regisseur na een kort ziekbed in Paramaribo.

Ze kwamen vanuit Vlaanderen per touringcar naar Sluis om zelf het wonder te aanschouwen. Busladingen vol, met z’n allen naar Blue movie. En in Amsterdam en omstreken trouwens ook, al zal dat dan op de fiets geweest zijn. De seksuele revolutie is inmiddels allang vervlogen, maar dit schandaalstuk staat met 2,3 miljoen bezoekers nog steeds in de Top-5 van best bezochte Nederlandse films ooit.

In feite een grap, gemaakt door Pim & Wim van de Rebellenclub. Met deze Hollandse variant van de Duitse sexploitation-films was het Pim de la Parra en Wim Verstappen naar eigen zeggen vooral te doen om die suffe en bevoogdende Nederlandse filmkeuring op te blazen.

Daartoe werd onder meer een veelbesproken erectie van hoofdpersoon Hugo Metsers ingezet, en na veel gehakketak – een afkeuring op 24 mei 1971 door de Centrale Commissie voor de Filmkeuring, groen licht van de Herkeuringscommissie op 28 juli 1971 – slaagden deze PROVO-cineasten glansrijk in hun opzet.

Over de auteur
Rob van Scheers schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.

In feite was het een verhaaltje van niks, maar dat gaf niet. De veelbelovende openingsshots tonen een nog heel jonge Bijlmer, badend in het zonlicht. We zien hoe het personage Michael (Metsers) na een paar jaar brommen voor ontucht de gevangenis verlaat, en door zijn reclasseringsambtenaar naar een flat in de Bijlmer wordt gebracht.

Daar blijkt het een losgeslagen bende. Buurvrouw Elly (Carry Tefsen), buurvrouw Julia (Ine Veen), de alleenstaande bewoner met kind, kennen allemaal de code: ‘Heeft u een kopje suiker?’ Tussendoor kletst Kees Brusse met wat academische prietpraat als de zoöloog Bernard Kohn de boel aan elkaar, terwijl cameraman Jan de Bont voor de erotisch bedoelde scènes nog wat extra vaseline op de lens smeerde.

Pim & Wim cashten er een paar miljoen mee, maar die bom duiten ging helemaal op aan hun volgende projecten. Niet alles wat ze aanraakten veranderde in goud, of eigenlijk bijna niets, maar dat mocht de filmpret verder niet drukken.

Rebellen

Wim Verstappen (1937, geboren in Gemert, maar opgegroeid in Curaçao) was al in 2004 overleden, Pim de la Parra (1940, Paramaribo) is ons vrijdag in zijn geboorteplaats ontvallen, inmiddels 84 jaar oud. Het eerste wat je bij zo’n bericht denkt, is: waar zijn dit soort aanstekelijke rebellen binnen de Nederlandse filmwereld eigenlijk gebleven? Want tussen alle gekkigheid door konden ze met hun productiehuis Scorpio Films (met een ironisch dollarteken in de $) echt wel iets, natuurlijk.

Allebei waren ze student aan de Nederlandse Filmacademie, maar ze leerden elkaar kennen bij het pas opgerichte filmblad Skoop. Dat was in 1964, het klikte, en als filmgekken onder elkaar besloten ze vol in de aanval te gaan op de cinéma de papa – een soort artistieke vadermoord, vooral op Bert Haanstra en Fons Rademakers, de toen zo leidende figuren. Liever hielden zij zich vast aan Franse filmmakers als Jean-Luc Godard of François Truffaut, en Alfred Hitchcock vonden ze trouwens ook heel goed.

In hun jeugdige overmoed kwamen ze in 1966 met hun nouvelle vague néerlandaise: De minder gelukkige terugkeer van Joszef Katús naar het land van Rembrandt. Alles uit de hand gedraaid, in grofkorrelig zwart-wit, met acteur Rudolf Lucieer als een dolende Hongaar (‘Joszef Katús kwam terug naar Amsterdam om er dood te gaan’) op Koninginnedag, achterna gezeten door de BVD. Of zoiets – de plot laat zich lastig navertellen, maar dat deze experimentele rolprent revolutionair was binnen de Nederlandse filmwereld staat wel vast.

Pim & Wim werden een begrip, afwisselend namen ze productie en regie voor hun rekening, het scenario schreven ze doorgaans samen. In hoog tempo volgde een reeks speelfilms, zoals de vrolijke erotische komedie Liefdesbekentenissen (1967, met hoofdrollen voor Ramses Shaffy en Kitty Courbois), en de hitchcockiaanse thriller Obsessions – Het gat in de muur (1968).

Bij die laatste titel schreef de toen 25-jarige, nog aankomende succesfilmer Martin Scorsese, die per ongeluk in hippie Amsterdam verzeild was geraakt, op verzoek van Pim mee aan de dialogen.

Terugblikkend in de Volkskrant, februari 2017, vertelde Scorsese: ‘Ik was een naïeve provinciaal, om het zo maar eens te zeggen, voor het eerst buiten New York. En ik vond Amsterdam heel mooi. Ik probeerde wat commercials te regisseren, en ik ontmoette allerlei mensen. Pim en Wim, ik heb daar dierbare herinneringen aan. Een opwindende tijd. We probeerden gewoon films te maken, waar dat ook maar kon.’

Wan pipel

Aan dat rock-’n-roll-achtige filmsprookje kwam in 1976 abrupt een einde. Na een tiental Scorpio speelfilms had het Blue movie-bedrijfsbuffertje eerst al door Verstappens mislukte droomproject Dakota (1974) een opdoffer gekregen, Pim de la Parra kwam daar in 1976 met zijn grote Surinamefilm Wan pipel (‘Eén volk’) nog eens overheen.

Het verhaal, heel in het kort: Roy (Roger Breeveld) verlaat de Bijlmer om te helpen bij de opbouw van het zojuist onafhankelijk geworden Suriname, en wordt daar verliefd op de Hindoestaanse Rubia (Diana Gangaram Panday). Het brengt een boel complicaties met zich mee – niet in de laatste plaats door de moeizame interetnische werkelijkheid van Suriname: een zwarte man die het bed deelt met een Hindostaanse, dat was not done.

Complicaties troffen ook de film zelf: budget flink overschreven, weinig aanloop in de bioscoop, Pim & Wim die uit elkaar vielen. Maar zie: toen het Eye Filmmuseum Wan pipel in 2010 restaureerde zei conservator Emjay Rechsteiner: ‘dat je zelden een film treft, gemaakt tijdens een historische gebeurtenis – de wording van de Surinaamse staat – die zo treffend dat proces reflecteert en er vervolgens zelf weer in een hoofdrol in vervult.’

Wel mooi dat Pim de la Parra die herwaardering nog heeft meegemaakt, want hij zag de film als zijn levenswerk. Zo vertelde hij aan iedereen die het maar horen wilde, alsook in zijn (rommelige, maar geestige, in zijn onnavolgbare idiolect gestelde) autobiografie Prins PimOverdenkingen van een levensgenieter (1978).

Na Wan pipel maakte hij in de jaren 80, 90 nog een handvol Nederlandse no budget-films, waarvan Paul Chevrolet en de ultieme hallucinatie (1985; met Peter Faber en Liz Snoijink) waarschijnlijk wel de leukste is, maar juist door Wan pipel zal Pim de la Parra herinnerd worden als de allereerste grote Surinaamse filmpionier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next