Tussen het vrijuit praten over demografische ontwikkelingen en de deur openzetten voor omvolkingstheorieën loopt een dunne lijn, tussen het voorspellen van culturele problemen en racisme eveneens. Waar bevinden zich precies de woorden van Pieter Omtzigt over Nederlands lage kindertal?
Dat politici die zorgen hebben over ‘demografische ontwikkelingen’ vaak beroering teweegbrengen, komt doordat mensen achter het adjectief ‘demografisch’ een boodschap kunnen horen: dat bepaalde bevolkingsgroepen te weinig kinderen krijgen en andere te veel.
In het voormalige Joegoslavië hadden communistische politici ‘demografische zorgen’ over de toenmalige autonome Servische provincie Kosovo en de deelrepubliek Macedonië. Op straat formuleerden mensen die zorgen minder omfloerst en zeiden: ‘De Albanezen fokken als konijnen.’ In 1987 werd een Servische communistische politicus, Slobodan Milosevic, immens populair door te roepen dat de demografische zorgen van de mensen moesten worden weggenomen.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw lag het geboortecijfer in Frankrijk al erg laag. Langs de snelwegen verschenen toen billboards met de boodschap La France a besoin d’enfants, Frankrijk heeft kinderen nodig. Dat die beroering veroorzaakten, was omdat automobilisten van Algerijnse origine vermoedden dat er niet werd gedoeld op kinderen van hen. De Roemeense communistische leider Nicolae Ceausescu was in zijn bevolkingspolitiek heel expliciet: hij wilde kinderen van etnisch Roemenen. Abortus en voorbehoedsmiddelen werden in heel Roemenië verboden, maar in gebieden met een grote Hongaarse bevolking waren voorbehoedsmiddelen te krijgen voor wie de Hongaarse taal machtig was: die mochten uit Hongarije worden geïmporteerd.
Zorgen van beleidsmakers in de Volksrepubliek China over demografische ontwikkelingen in de provincie Xinjiang leidden eerst tot verspreiding van voorbehoedsmiddelen en daarna tot gedwongen abortussen onder Oeigoeren, en sterilisatie. Het wemelt van de historische voorbeelden van grimmige politieke maatregelen die voortvloeiden uit wat aanvankelijk slechts ‘demografische zorgen’ waren van machthebbers.
Maandag waarschuwde Pieter Omtzigt in zijn HJ Schoo-lezing dat Nederland ‘aan de vooravond staat van een razendsnelle demografische krimp, die buiten tijden van oorlog en zeer dodelijke ziektes als de pest nog nooit is voorgekomen’. Het geboortecijfer in Nederland bedraagt nog maar 1,43 kinderen per vrouw. Als Omtzigt het bij die constatering had gelaten, had zijn lezing minder beroering veroorzaakt. Hij ging evenwel óók in op de gevolgen van de krimp: er zullen steeds meer arbeidsmigranten nodig zijn, en Nederland moet er rekening mee houden dat ook in Oost-Europa sprake is van demografische krimp. ‘Dat betekent dat arbeidsmigranten uit andere landen zullen komen, en dat zijn landen buiten Europa’, aldus Omtzigt. ‘De geopolitieke implicaties’ daarvan zijn ‘moeilijk te onderschatten.’
In een reactie in deze krant stelde economisch geograaf Ton van Rietbergen dat het zinspelen op geopolitieke implicaties door stromen migranten van buiten Europa weinig anders is dan ‘het zaaien van angst en de zoveelste klap in het gezicht van de hardwerkende Afrikaan’. In andere media verschenen volop vergelijkbare reacties. Van Rietbergen concludeerde: ‘Pieter Omtzigt laat in de HJ Schoo-lezing zijn ware gezicht zien, en dat stemt niet vrolijk.’
Of Omtzigt zijn ware gezicht toonde, valt te bezien – zeker is dat hij zijn demografische zorgen niet omzichtig genoeg formuleerde om boven de verdenking verheven te zijn dat hij hoge geboortecijfers vreest van een andere etnische groep dan de zijne. Zinsneden als ‘ik laat u raden wat dat betekent over twintig, dertig jaar’ hielpen niet bij het geruststellen van mensen dat het hier een neutrale boodschap betrof.
Tussen het vrijuit praten over demografische ontwikkelingen en de deur openzetten voor omvolkingstheorieën blijkt steevast een dunne lijn te lopen; tussen het voorspellen van culturele problemen en racisme eveneens. Veel politici en publicisten ondervonden al dat je die dunne lijn kunt overschrijden zonder dat je dat van plan was.
Een van de bekendste Europese voorbeelden is dat van oud-topambtenaar en SPD-politicus Thilo Sarrazin, auteur van het boek Deutschland schafft sich ab (‘Duitsland schaft zichzelf af’) uit 2010. Er gingen anderhalf miljoen exemplaren over de toonbank, maar in de kringen waarin hij verkeerde was Sarrazin daarna persona non grata. Behalve zorgen over verslechterend Duitse onderwijs en toenemend Duits overgewicht uitte Sarrazin in dit boek volop zorgen over het lage geboortecijfer onder hoogopgeleide Duitsers. Behalve bezorgd over de oververtegenwoordiging van Turkse Duitsers in de criminaliteitsstatistieken was hij óók bezorgd over hun hoge geboortecijfer. Een van de ideeën uit Deutschland schafft sich ab die voor opschudding zorgden was het toekennen van een premie van 50 duizend euro voor elk kind dat een afgestudeerde moeder voor haar 30ste ter wereld brengt.
Wim Willems, emeritus hoogleraar sociale geschiedenis, schreef naar aanleiding van Deutschland schafft sich ab in deze krant: ‘Het vragen van aandacht voor een gerichte bevolkingspolitiek heeft vrijwel altijd te maken met de angst voor een onderklasse, al dan niet etnisch gekleurd. Dat was al zo in het Europa van vóór de Tweede Wereldoorlog en dat is ook nu het geval.’
Een bekende Nederlandse ervaringsdeskundige van wat je met een pleidooi voor gerichte bevolkingspolitiek over jezelf kunt afroepen, is Paul Scheffer, oud-wetenschappelijk medewerker van de PvdA en tot voor kort hoogleraar Europese Studies in Tilburg. Zijn veelbesproken essay Het multiculturele drama uit 2000 leverde hem behalve veel lof ook veel verwijten van racisme op. Sindsdien spande Scheffer zich in om de discussie over democratische ontwikkelingen te voeren zonder te worden verdacht van het overschrijden van ‘een dunne lijn’.
In 2020 trad hij toe tot de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, die begin dit jaar met het rapport Gematigde groei kwam. Daarin worden politieke middenpartijen opgeroepen migratie en vergrijzing niet af te doen als dingen die ons nu eenmaal overkomen, maar als demografische ontwikkelingen waar je beleid op kunt maken: er is in Nederland wel degelijk steun voor beperkte arbeidsmigratie en opvang van vluchtelingen, het gaat om het tempo.
In een interview met de Volkskrant in januari sprak Scheffer zijn verbazing uit dat het rapport ondanks de toon en het appel op het politieke midden in veel commentaren toch weer werd omschreven als een cadeau voor extreemrechts. ‘De sfeer is zo giftig. (…) Te vaak ben ik bezig met de vraag: hoe voorkom je dat wat je schrijft kan worden toegeëigend door de mensen waar je niet bij wilt horen?’
Pieter Omtzigt verwees donderdag naar het rapport van Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 in een blog waarin hij uitlegt dat zijn woorden van maandag helemaal verkeerd zijn begrepen: ‘Nieuwsuur ging de straat op en stelde de vraag: ‘Pieter Omtzigt vindt dat Nederlanders meer kinderen moeten krijgen. Wat vindt u daarvan?’ Vooropgesteld: dit heb ik niet gezegd.’ Toch was dat wat veel mensen hoorden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant