Home

Met cursussen binden naaiateliers de strijd aan met ultra-fast fashion: ‘We zijn ergens onze waardering voor kleding verloren’

Nederlanders brengen oude kleding vaker naar de textielcontainer. Dat lijkt positief, maar inzamelingsbedrijven hebben moeite om tweedehands textiel te slijten. ‘Vroeger was het nog heel gewoon om zelf je sokken te stoppen.’

Op de toonbank van naaiatelier de Naaierij in het Haagse Regentessekwartier ligt een stapel kapotte spijkerbroeken. ‘Deze zijn denk ik niet meer te redden’, zegt Lieke (28), die vanavond haar eerste les kledingreparatie volgt. ‘Onzin’, roept Roosmarijn van Soest (28), terwijl ze haar hand door een groot gat in een van de broeken steekt. ‘Het is zonde om dit in een textielbak te gooien.’ Gewapend met een stuk denim en een rol vliesofix loopt ze naar de strijkplank die achter in het duurzame naaiatelier staat. ‘Alles is te repareren.’

Hergebruik staat centraal bij de Naaierij, die Van Soest samen met Isabel van der Meijde (32) runt. Door kleding te repareren en naaicursussen te geven, gaan ze de strijd aan met de wegwerpmode die vandaag de dag zo populair is. Dat blijkt hard nodig, want de kledinginzamel- en recyclingindustrie heeft het zwaar.

Per jaar gooien Nederlanders gemiddeld 17 kilo textiel weg. Het grootste gedeelte daarvan, ongeveer 10 tien kilo per persoon per jaar, belandt in de vuilnisbak. Zonde, want kleding kan vaak nog prima worden gerepareerd of gerecycled als je het inlevert bij een textielbak.

De afgelopen jaren zijn er allerlei campagnes opgezet om mensen aan te sporen hun ‘oude’ textiel gescheiden in te leveren. Daardoor komt er steeds minder herbruikbare kleding bij het restafval terecht. Op zich een positieve ontwikkeling, maar de kledinginzamel- en recyclingsector klaagt steeds vaker over de groeiende voorraad tweedehands kleding. Er liggen naar schatting 28 miljoen kledingstukken in grote opslagloodsen tevergeefs op een nieuwe bestemming te wachten.

Veranderende markt

Ingezamelde kleding kan op verschillende plekken terechtkomen. Een klein deel blijft in Nederland en belandt in tweedehandswinkels. Kleding die niet meer bruikbaar is, wordt gerecycled tot isolatiemateriaal. Wat nog in goede staat is, maar niet geschikt voor de Nederlandse markt, gaat naar India, Bangladesh of voorheen Oost-Europa, waar het op markten wordt verkocht.

Op papier lijkt het een mooi systeem, waarbij weinig verloren gaat. Maar de praktijk blijkt minder rooskleurig. ‘Als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de exportbeperkingen naar Rusland is een deel van de afzetmarkt verdwenen’, legt Mariska Boer uit. Als voorzitter van de Vereniging Herwinning Textiel heeft ze de markt de afgelopen jaren snel zien veranderen.

‘En door de opkomst van ultra-fast fashion-bedrijven als Shein en Temu is nieuwe kleding opeens voor het eerst betaalbaar voor veel mensen in Afrikaanse landen.’ De keuze tussen nieuw of tweedehands lijkt snel gemaakt, en dus blijft de tweedehandskledingsector in Nederland steeds vaker met grote voorraden zitten.

Dat probleem is deels op te lossen door de voorraden te verwerken tot vezels en daarmee nieuwe kleding te maken. Maar er is weinig vraag naar die vezels. En kleding die nog goed genoeg is om gedragen te worden, mag niet zomaar worden gerecycled.

Kledingtrends

Het probleem met de inzameling en recycling van tweedehands kleding staat volgens de oprichters van de Naaierij symbool voor een groter probleem dat speelt in de kledingindustrie: kleding is een wegwerpproduct geworden.

‘Vroeger was het nog heel gewoon om zelf je sokken te stoppen’, vertelt Van Soest, terwijl ze een cursist voordoet hoe hij makkelijk een draad door het oog van een naald krijgt. ‘Maar ergens zijn we de afgelopen jaren onze waardering voor kleding verloren, waardoor we het eerder weggooien.’

Wie TikTok of Instagram gebruikt, zal daar niet verbaasd over zijn. ‘Die platforms staan vol met filmpjes van influencers’, zucht Van Soest. ‘Elke week is er wel een nieuwe kledingtrend. Brat Summer, librarian core, old money aesthetic, je kunt het bijna niet meer bijhouden.’ Het nadeel van al die trends is volgens haar dat mensen in een opwelling kleding kopen om ‘ergens bij te horen’.

‘Die kleding ziet er cool uit bij een influencer die precies voldoet aan de standaard confectiematen. Maar iedereen heeft een ander lichaam, waardoor dat ene trendy truitje opeens een stuk minder goed past als je het zelf aan hebt.’ Vaak is de kleding ook nog eens van slechte kwaliteit, gaat het snel stuk en belandt het soms al na een paar keer dragen in de textielbak.

Repareren

Kleding doneren is natuurlijk beter dan weggooien, maar wat de Naaierij betreft zou het goed zijn als daar nog een stap aan voorafgaat. ‘Het komt vaak niet in mensen op dat je kleding ook prima zélf kunt hergebruiken of repareren.’

Dat is soms ook een financiële afweging. ‘Een kledingstuk van polyester is vaak goedkoper dan iets van hoogwaardig materiaal. En kleding laten repareren is tegenwoordig bijna net zo duur of zelfs duurder dan iets nieuws kopen. Dat moet echt anders.’

Aan het einde van de basisles van de reparatiecursus buigen de leerlingen zich over een wollen babypakje dat cursist Younes (43) heeft meegebracht. Het blijkt al jaren oud te zijn. ‘Kijk hoe mooi dit is gemaakt’, glimlacht Van Soest, terwijl ze aan het materiaal voelt. ‘Met een beetje liefde en aandacht kan dit nog jaren mee.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next