De Braziliaanse muzikant Sergio Mendes bereikte een wereldwijd publiek met zijn westerse nummers in een Braziliaans jasje. Zijn eerste hit blijft zijn grootste: Mas Que Nada. Hij overleed donderdag op 83-jarige leeftijd.
‘Hij gaf de wereld de vrolijke klanken van Brazilië.’ Met die boodschap neemt de familie van Sergio Mendes afscheid van een van de succesvolste Braziliaanse muzikanten. Als twintiger ontvluchtte hij de militaire Braziliaanse dictatuur en nam de klanken van huis mee. Geen ander werd zo succesvol in het verbraziliaansen van westerse muziek.
Mendes, die driekwart van zijn leven doorbracht in de Verenigde Staten, is bijna eigenhandig verantwoordelijk voor de wereldwijde liefde voor Braziliaanse bossa nova en samba – luister naar zijn eerste en grootste hit Mas Que Nada (1966, een cover van het origineel van Jorge Ben) en je waant je met je voeten in het warme zand van een tropisch strand, de ondergaande zon aan de kim.
Oariá raiô,
Obá obá obá.
Over de auteur
Joost de Vries is correspondent Latijns-Amerika voor de Volkskrant. Hij woont in Mexico-Stad.
Maar toch ook (deels) op zijn conto te schrijven: de minder positieve associaties die buiten Brazilië kleven aan ‘Braziliaanse muziek’, die haast ondraaglijk lichte deunen, in de lift, de hotelloby, het winkelcentrum, immer repeterende muzak.
Obá obá obá.
Sérgio Santos Mendes werd in 1941 geboren in de gemeente Niteroí, een baai verwijderd van Rio de Janeiro. Aanvankelijk studeerde hij klassieke piano en droomde hij van een carrière als concertpianist. Toch vond hij al snel zijn roeping in de jazz en de opkomende Braziliaanse muziekstijl bossa nova, een combinatie van samba en jazz.
Hij speelde met muzieklegende Antônio Carlos Jobim, grondlegger van de bossa nova en componist van dat ene nummer dat wereldwijd nog groter werd dan Mas que nada: Garota de Ipanema, The Girl from Ipanema.
Op zijn twintigste nam hij zijn eerste geheel instrumentele album op, Dance Moderno, met zijn bossa nova-groep Sexteto Bossa Rio. Drie jaar later, aan het begin van de Braziliaanse militaire dictatuur, vertrok hij naar de Verenigde Staten en nog eens twee jaar later, in 1966, brak hij daar door met de groep Brazil ‘66, het gelijknamige album en bovenal dat ene nummer.
In zijn leven zou hij 35 platen maken. Hij boekte grote successen met warme covers van westerse hits zoals Scarborough Fair van Simon & Garfunkel, (Sittin’ On) The Dock Of The Bay van Otis Redding en The Fool On The Hill van The Beatles. Hij trad op voor de Amerikaanse presidenten Johnson en Nixon en deelde televisiestudio’s met Amerikaanse crooners als Fred Astaire en Frank Sinatra.
Een dip in de jaren zeventig daargelaten, had hij bijna elk decennium hits in de hoogste regionen van de wereldwijde (en vooral westerse) muzieklijsten. In de jaren tachtig was er de Dionne Warwick-cover Never Gonna Let You go. In de jaren negentig won hij een Grammy met zijn album Brasileiro, met daarop het upbeat nummer Magalenha met de Braziliaanse zanger en percussionist Carlinhos Brown.
En Mas Que Nada bleef maar verschijnen in nieuwe versies, als filmsoundtrack (in Austin Powers in 1997) of als hiphop-hit met The Black Eyed Peas (in 2006).
Donderdag 5 september overleed hij, met zijn vrouw Gracinha Leporace Mendes aan zijn zijde. Ze deelden een huwelijk van vijf decennia, zij verscheen als zangeres meermaals in zijn liedjes. De precieze doodsoorzaak is onbekend, sinds de pandemie worstelde Mendes met long covid.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant