Met grote investeringen in de krijgsmacht en de terugkeer van een volwaardig tankbataljon neemt Nederland afscheid van een kwarteeuw bezuinigingen. Maar defensie blijft zitten met een knellend personeelsprobleem. Daarom wordt zelfs aan een nieuw ‘dienmodel’ gedacht.
‘De tank was voor velen het symbool van een lange periode van bezuinigingen’, zei minister van Defensie Ruben Brekelmans (VDD) donderdag tijdens de presentatie van de nieuwe defensieplannen op de Bernardkazerne te Amersfoort, de thuisbasis van de Nederlandse cavalerie (‘eerst paarden, later tanks’). Dat hij de terugkeer van een volledig tankbataljon vanaf 2027 kan aankondigen, met 46 tanks (en een optie op nog eens 6 meer), noemt hij dan ook een ‘historische dag voor de krijgsmacht’.
Het kan verkeren. Twee weken na het begin van Poetins grote invasie in Oekraïne zei commandant der strijdkrachten Onno Eichelsheim tegen deze krant dat de oorlog ‘geen gamechanger’ was. Gevraagd of Nederland weer moest nadenken over een tankbataljon antwoordde hij destijds: ‘Nee, zo moet je daar denk ik niet naar kijken.’
Over de auteur
Arnout Brouwers schrijft voor de Volkskrant over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Dat kwam, bleek achteraf, omdat intern binnen Defensie net een akkoord was bereikt over een nieuwe defensienota. Daarin werd niets gedaan met de door de Navo vastgestelde Nederlandse tekorten aan zware gevechtseenheden. Nu is de situatie drastisch gewijzigd en heeft een breed politiek draagvlak ervoor gezorgd dat Nederland eindelijk gaat voldoen aan de 2 procentsnorm van de Navo (defensieuitgaven als percentage van bruto nationaal product) én dat deze norm zelfs wettelijk wordt verankerd. ‘We wisten dat het noodzakelijk was’, zegt Eichelsheim in de Bernardkazerne nu over het tankbataljon, ‘maar nu hebben we ook de financiële middelen om die keus te maken en dat is mooi’.
Met de komst van een nieuw tankbataljon, de aankoop van twee extra fregatten voor onderzeebootbestrijding, zes F35’s en drie NH90-helikopters doet Defensie grote materieelinvesteringen. Maar er wordt ook geïnvesteerd in ondersteunende eenheden, cybercapaciteit, innovatie en in de defensie-industrie. Zo komen er mogelijkheden ‘voor opschaling van de defensie-industrie’, zoals voorfinanciering en subsidiëren van productielijnen.
De aanleiding voor het opkrikken van defensie is serieus, onderstrepen alle sprekers. ‘We lijken in Nederland nog in vrede te leven, maar in feite is dat niet meer zo’, zegt Brekelmans. ‘Helaas bevinden we ons in een grijze zone – er is geen oorlog, maar er is ook geen vrede.’ Staatssecretaris van Defensie Gijs Tuinman (BBB) waarschuwt dat Nederland ‘betrokken kan raken bij een oorlog, en dat vergt een andere mindset.’
Generaal Eichelsheim zegt dat ‘al onze inspanningen erop gericht zijn om oorlog te voorkomen’, maar spreekt ook van een ‘keerpunt’ in de geschiedenis van de krijgsmacht, waarin eenheden binnen tien tot dertig dagen klaar moeten staan voor een groot conflict. ‘Dat vergt een fundamenteel andere manier van denken.’
Hij noemt een concreet voorbeeld. ‘Het Navo-lidmaatschap geeft ons bescherming maar ook een verantwoordelijkheid: een aanval op een is een aanval op allen. Als Poetin na Oekraïne een buurland binnenvalt dat bij de Navo hoort, dan (...) zal een groot deel van onze mannen en vrouwen worden ingezet om de oostgrens van het Navo-grondgebied te verdedigen.’
Misschien de opmerkelijkste paragraaf in de nieuwe defensienota is die over personeel. Defensie kampt al jaren met structurele personeelstekorten – een serieus probleem dat de inzetbaarheid van (delen) van de krijgsmacht bedreigt of echt verhindert. Het vorige kabinet maakte al een voorzichtig begin met het ‘Dienjaar’: jonge mensen kunnen een jaar bij Defensie werken (een ‘snuffelstage’ noemt Tuinman het). Velen willen daarna bij Defensie willen blijven werken.
Het is de bedoeling dit model de komende jaren fors uit te breiden, maar de defensienota flirt ook met serieuzere maatregelen. Defensie wil bij een conflict snel kunnen opschalen, onder andere door afspraken te maken met gespecialiseerd personeel buiten de organisatie en door actievere inzet van van reservisten. Maar het wil ook de ‘mogelijkheden verkennen’ voor ‘een dienmodel dat voorziet in maatregelen met een (gradueel) meer verplichtend karakter tussen vredestijd en oorlogstijd’.
Desgevraagd zegt Tuinman daarover dat het denken in die richting ‘heel stapsgewijs gaat’ en dat ‘de boodschap niet is dat we morgen de dienstplicht gaan herinvoeren’. Binnenkort stuurt hij een brief aan de Kamer met plannen voor een ‘vrijwillige enquête’ voor Nederlanders die de dienstplichtige leeftijd naderen. ‘De volgende stap zou kunnen zijn dat je erover na kunt denken of die enquête een verplichtend karakter kan krijgen en of je deze bijvoorbeeld kunt koppelen aan een dienstplichtbrief.’ Formeel is de dienstplicht in Nederland immers niet afgeschaft, maar opgeschort – iets waar mensen die de dienstplichtige leeftijd naderen nog altijd aan worden herinnerd in een brief.
Volgens Clingendael-onderzoeker en defensiespecialist Dick Zandee wordt met deze defensienota ‘eindelijk’ de krijgsmacht hersteld en krijgt ze er zelfs wat capaciteiten bij. ‘De Navo zal daar best blij mee zijn, maar zal ook constateren dat Nederland nog steeds niet tegemoetkomt aan alle capaciteiten. Dat heeft te maken met twee nog steeds ontbrekende bataljons, in de middelzware 13 Brigade, en het onvermogen van de hele krijgsmacht om een oorlog lang vol te houden.’
De situatie in andere West-Europese krijgsmachten is grotendeels hetzelfde. Zandee vraagt zich dan ook af of je er uiteindelijk niet aan ontkomt om opnieuw te denken aan de invoering van een lichte vorm van dienstplicht.
Gevraagd of ontbrekend personeel een rol speelt bij het besluit die twee andere door de Navo gevraagde bataljons niet op te richten, zegt Tuinman: ‘Deels. We hebben scherp aan de wind moeten varen en niet alle keuzes kunnen maken.’ Hij wijst er wel op dat er zwaarder geschut komt op de Boxer-pantserwielvoertuigen van de 13 Brigade, in lijn met Navo-wensen. ‘De Navo zegt dat we met deze defensienota tien van de twaalf kritieke tekortkomingen hebben opgelost. Dus we maken echt een megagrote slag.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant