Home

De Amsterdamse beurs krijgt een echte netwerker als baas

René van Vlerken is sinds deze week de nieuwe directeur van Euronext Amsterdam. Collega’s roemen de humor en energie van de Brabander, die nog elk jaar carnaval viert in Den Bosch.

Zijn vader was juwelier in het Brabantse Geldrop, vlak bij Eindhoven. De beurs in Amsterdam was een ver-van-mijn-bedshow in het dorp, waar Philips, DAF Trucks en ontbijtkoekfabrikant Peijnenburg de grootste werkgevers waren.

Als kind ging René van Vlerken bij de scouting, waar ook zijn drie jaar oudere broer Stefan deel van uitmaakte. Dat hoorde bij de opvoeding: vuur stoken en tochten lopen. Over de haute finance en de wereld van het grote geld ging het thuis nooit.

Hun vader had graag gewild dat een van de twee de zaak zou overnemen. Maar dat gebeurde niet. Stefan koos voor een bestaan in de artiestenwereld en ging theatershows en andere evenementen organiseren. René werd bankier. Maar dat hij bij de beurs terecht zou komen, had niemand gedacht. ‘Wat hij daar precies doet? Ik heb nog steeds geen idee. Ik ken die wereld helemaal niet’, zegt Stefan.

Over de auteur

Peter de Waard is journalist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.

René van Vlerken volgde deze week Simone Huis in ‘t Veld op als nieuwe directeur van Euronext in Amsterdam – de beurs aan het Damrak – die onderdeel is van de pan-Europese beurs Euronext.

Uit de eigen organisatie

In tegenstelling tot Huis in ‘t Veld die vijf jaar geleden van buiten werd gehaald, komt hij uit de eigen organisatie. Hij werkt sinds 2017 voor het Nederlandse deel van Euronext. Een jaar later kwam hij al in het managementteam van Euronext Amsterdam.

Hij werd Hoofd Noteringen, wat betekent dat hij verantwoordelijk werd voor alle beursgenoteerde ondernemingen aan de Amsterdamse beurs en het aantrekken van nieuwe bedrijven aan Euronext. Hierbij richtte hij zich niet alleen op Nederland, maar ook op Duitsland en Centraal- en Oost-Europa, gebieden die een eigen beurs hebben en niet tot de thuismarkten van Euronext horen. Maar dat maakt niets uit.

Ondernemingen opereren nu eenmaal niet meer binnen landsgrenzen en kiezen allang niet meer automatisch voor een notering in eigen land. Zij kijken vooral naar de plekken waar de liquiditeit het grootst is en waar de notering het beste aansluit bij de strategie en ambities van het bedrijf. Dat betekent dat ze kiezen voor de plaats waar het meeste vraag en aanbod is voor hun aandelen.

Daarom gaan bijvoorbeeld veel ict-bedrijven naar de beurzen in Londen en de Nasdaq in New York, terwijl voor biotechbedrijven de beurs van Brussel een ideale plek is. Euronext in Amsterdam moet het vooral hebben van gevestigde multinationals en techbedrijven.

Twintig jaar bankier

Voordat Van Vlerken bij Euronext kwam, was hij twintig jaar bankier. In 1996 trad hij in dienst van ABN Amro, waar hij zich drie jaar later zou gaan bezighouden met pan-Europese aandelenverkoop op een moment dat de koersen door het dak gingen. Hij adviseerde vooral binnenlandse pensioenfondsen over hun aan- en verkooptransacties van effecten.

Na tien jaar stapte hij over naar de Rabobank, waar hij hoofd van het aandelensyndicaat werd. In deze functie zou hij zich vooral bezighouden met het plaatsen van grote hoeveelheden effecten bij grote institutionele beleggers.

Willem Kröner, die als global head of Equity Capital Markets Rabobank lang met Van Vlerken werkte, noemt energie en enthousiasme zijn grote kracht. ‘En hij is een verbinder. Hij weet een netwerk van bedrijven, beleggers, advocatenkantoren en accountants bij elkaar te krijgen.’

Nieuwe noteringen binnenhalen

Vanwege dit netwerk werd hij door Euronext aangenomen om nieuwe bedrijven naar de beurs te halen. De Amsterdamse beurs zag het aantal beursnoteringen de afgelopen jaren teruglopen. Vooral Nederlandse bedrijven verdwenen door fusies en overnames. En de nieuwe aanwas was niet groot.

Nederlandse bedrijven zijn huiverig voor een beursnotering, omdat het veel verplichtingen en publiciteit met zich meebrengt. Maar Van Vlerken slaagde er al binnen een jaar in een grote vis te vangen: in 2018 besloot het internationale betaalplatform Adyen voor een notering in Amsterdam te kiezen.

Van Vlerken wist op diplomatieke en niet te opdringerige wijze de directie van Adyen te overtuigen van de voordelen van een notering in Amsterdam. Kröner: ‘Hij weet de voordelen van Amsterdam als plek voor een beursnotering onder de aandacht te brengen. Er is een goede infrastructuur van accountants, advocaten, banken en daardoor internationale beleggers. Daarnaast weet hij ook een goede relatie te onderhouden met toezichthouder AFM.’

Van Vlerken geniet daarnaast ‘de gunfactor’, zoals het Financieele Dagblad het noemde. Bestuurders en beleggers mogen hem graag vanwege zijn humor, optimisme en klantgerichtheid.

Een goede gesprekspartner

Michèle Negen, hoofd investor relations bij klantenservicebedrijf Majorel, kent Van Vlerken van zijn tijd bij de Rabobank.

‘Toen kwam ik hem tegen bij het plaatsen van aandelen voor de Grontmij. Na zijn overstap naar Euronext, kreeg ik met hem te maken bij de beursgang van NIBC in maart 2018. Op die processen staat nogal wat druk. En met René heb je dan een goede gesprekspartner. Hij is een zeer integere, solide persoon die ook vakinhoudelijk sterk is.’

Zij denkt dat hij in de concurrentiestrijd met andere platforms een heel goede ambassadeur voor Euronext Amsterdam is.

Een andere belangrijke nieuwkomer onder Van Vlerken was het Zuid-Afrikaanse beleggingsfonds Prosus, onder meer grootaandeelhouder in het Chinese Tencent en Delivery Hero. Amsterdam was ook enige tijd een pleisterplaats van spacs – investeringsvehikels die hopen na een beursnotering een bedrijf te kunnen overnemen, waardoor de ingewikkelde procedure met een prospectus kan worden vermeden.

Van Vlerken zei niettemin deze noteringen kritisch te beoordelen. ‘We bekijken de beursgang van de spac net zo streng als een gewone beursgang. Er zitten er veel in de pijplijn voor een beursnotering en ik ben niet over alle spacs even enthousiast.’ Later liep het aanbod van spacs ook terug.

Een keurig colbert

René van de Vlerken – vader van twee kinderen – komt dankzij de benoeming tot directeur van Euronext ook automatisch in de tienkoppige raad van bestuur van Euronext NV, de overkoepelende organisatie waar ook de beurzen van Brussel, Parijs, Oslo, Dublin, Lissabon en Milaan onder vallen.

Voorzitter is de Fransman Stéphane Boujnah, die Van Vlerken heeft uitverkoren vanwege zijn kennis van de markt en goede relaties met lokale belanghebbenden.

Van Vlerken heeft zich een beetje aangepast aan de nieuwe positie. Zo heeft hij zijn baard afgeschoren. En voor de foto kleedde hij zich in een hagelwit overhemd, stemmige das en een keurig colbert.

3 x René van Vlerken

Van Vlerken is lid van de vereniging Keep Them Rolling die zich bezig houdt met de instandhouding van militaire voertuigen, vaartuigen en vliegtuigen uit de jaren 1939 tot 1945. De vereniging, die zich ziet als een rijdend museum, telt 1.500 leden in Nederland. Zelf heeft Van Vlerken ook een oude jeep.

Heel jong wilde hij eigenlijk in het hotelwezen. Hij ging na de middelbare school naar de Hotelschool in Maastricht. Maar na stages bij onder meer het Amstel Hotel in Amsterdam en Des Indes in Den Haag zag hij in dat zijn toekomst daar niet lag.

Van Vlerken hecht nog steeds aan Brabantse tradities. Jaarlijks hult hij zich in een boerenkiel en gaat één of twee dagen naar het carnaval in Den Bosch om mee te zingen met Zak es effe door en Bij ons staat op de keukendeur.

Source: Volkskrant

Previous

Next