De Democratische Republiek Congo staat te springen om de komst van vaccins tegen mpox. Maar ook als die er eenmaal wel zijn, is het de vraag of de uitbraak de kop kan worden ingedrukt. ‘Sommigen verkiezen hekserij of alternatieve geneeswijzen.’
Mpox kende Jaime Saidi al langer. Dat virus, voorheen bekend als apenpokkenvirus, komt al decennialang voor in de Congolese provincie Zuid-Kivu. ‘Maar het aantal gevallen groeit nu met de week’, zegt de hulpverlener aan de telefoon vanuit Uvira – bijna nergens komen zoveel mpox-gevallen voor als in en rondom zijn stad. Het isolatiecentrum van het regionale ziekenhuis waar hij werkt, zit al wekenlang vol. ‘Een epidemie van deze omvang hebben we hier nog nooit meegemaakt.’
Saidi merkt dat er steeds meer jonge kinderen, vooral tussen de 5 en 15 jaar oud, worden opgenomen – volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het sterftecijfer bij kinderen onder de 15 jaar 8 procent. ‘Vorige week werd er een kindje van 11 maanden binnengebracht’, zegt Saidi. ‘Haar kleine lijf zat vol bulten.’ Het meisje heeft de besmetting niet overleefd. ‘Het doet pijn om een kind te zien sterven. Ik ben er nog steeds door geschokt.’
Mpox, een virus waarbij de drager koorts en zweertjes kan krijgen en wordt doorgegeven via via nauw huid-op-huidcontact (inclusief seks), kreeg internationale belangstelling nadat de WHO de mpox-uitbraak op 14 augustus als een noodsituatie voor de internationale volksgezondheid had bestempeld. Dat heeft vooral te maken met een nieuwe, veel besmettelijker mpox-variant, ‘clade 1b’, die al verantwoordelijk is voor achttienduizend gevallen en 629 doden sinds het begin van het jaar. De variant is ook al buiten Congo aangetroffen.
Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
Tegen mpox is een vaccin ontwikkeld, maar nog geen enkel Afrikaans land dat getroffen is door de uitbraak van de nieuwe variant heeft het vaccin ontvangen.
Armere landen als Congo kunnen de vaccins amper betalen; ze zijn gepatenteerd door farmaceutische bedrijven en blijven daardoor erg duur. Zo kost het Jynneos-vaccin 100 tot 200 dollar per dosis (per behandeling zijn twee doses nodig). Congo is volledig afhankelijk van vaccindonaties uit de voorraden van rijkere landen, maar die worden maar mondjesmaat beschikbaar gesteld – de Nederlandse minister Fleur Agema (Volksgezondheid) wil zelfs helemaal geen vaccins naar Afrika sturen, uit angst voor een vaccingebrek bij een mogelijke uitbraak in Nederland.
‘Het is teleurstellend en verontrustend dat rijke landen niets van corona hebben geleerd’, zegt epidemioloog en viroloog Salim Abdool Karim, aan de telefoon vanuit Johannesburg. ‘Sindsdien weten we dat de beste manier om een pandemie te voorkomen, is om deze zo snel mogelijk in te dammen zodra deze ontstaat.’ Volgens Karim proberen Afrikaanse landen te voorkomen dat de rest van de wereld met dit virus te maken krijgt. ‘Maar we verspelen die kans doordat rijke landen zeggen; laat het zich maar verspreiden, we hakken wel met dit bijltje als het virus ons land bereikt.’
Volgens het Afrikaanse agentschap voor volksgezondheid CDC zijn tien miljoen doses nodig om de verspreiding van mpox op het continent in te perken; 4 miljoen vaccins zijn momenteel in aantocht. ‘Tegen regeringen zoals die van Nederland zou ik zeggen: stuur wat je kunt missen naar de bron van het probleem’, zegt Karim. ‘Dan kun je helpen voorkomen dat het virus ooit naar jouw land komt, en je je eigen voorraad moet aanbreken’.
De bron van het probleem die Karim noemt, ligt in het oosten van Congo. Volgens de viroloog is het nodig om alle mpox-gevallen daar in kaart te brengen, zodat besmette Congolezen zich kunnen isoleren. Na het contactonderzoek weten hulpverleners dan ook wie zij moeten vaccineren; alleen de mensen die het meeste risico lopen op een besmetting, bijvoorbeeld omdat zij in huis wonen met een besmet persoon, krijgen dan het peperdure vaccin. Zo hoeft niet de hele bevolking gevaccineerd te worden.
Toch blijkt het opsporen en isoleren van gevallen in de praktijk lastig. Het virus waart rond in een gebied waar gevochten wordt tussen rebellen en het Congolese leger, waardoor ruim 7 miljoen mensen ontheemd zijn. Veel Congolezen leven in vluchtelingenkampen, wat hulpverlening bemoeilijkt.
‘In Oost-Congo leven mensen van dag tot dag’, zegt Katharina von Schroeder, die vanuit de Congolese hoofdstad Kinshasa werkt voor hulporganisatie Save the Children. ‘Zij staan onder enorme economische druk’, zegt zij. ‘Als in de ziekenhuizen blijkt dat zij mpox hebben, vertrekken sommige mensen terwijl ze nog besmettelijk zijn’, vertelt Von Schroeder. ‘Want als zij in quarantaine zitten, kunnen zij geen geld verdienen om voedsel te kopen voor hun families.’
In heel de Democratische Republiek Congo, het op een na grootste land van Afrika, zijn maar twee testlaboratoria waar op mpox kan worden getest. ‘Bovendien zijn maandag de scholen weer opengegaan’, zegt Von Schroeder, ‘waardoor we bang zijn dat het virus zich nog sneller verspreidt onder kinderen.’ Hulporganisaties proberen scholen nu aan schoon water en zeep te helpen, zodat besmetting op school kan worden voorkomen. Ook wordt informatie over het virus gedeeld met leraren, gemeenschapsleiders en religieuze leiders, die mensen moeten uitleggen wat mpox is en hoe het zich verspreidt.
Die informatie is nodig, ziet hulpverlener Jaime Saidi. Hij zegt dat veel Congolezen in complottheorieën geloven. ‘Op sociale media circuleert de theorie dat mpox een gefabriceerde ziekte is’, zegt hij, ‘dat volgens de theorie net als ebola is bedoeld om de Afrikaanse populatie uit te dunnen.’ Als hulpverleners naar hun dorpen komen, verstoppen de bewoners zich. ‘Zij verkiezen hekserij of alternatieve geneeswijzen om van de symptomen af te komen’, verzucht hij. ‘Daardoor komen zij te laat in het ziekenhuis aan, waar ze niet meer behandeld kunnen worden en sterven.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant