Home

Voorpret, teleurstellingen, niets dan mooie herinneringen: zo vierden Nederlanders vakantie

Elk aspect van de manier waarop Nederlanders vakantie vieren heeft een designgeschiedenis, toont De grote vakantietentoonstelling in Den Bosch. Daarmee is de bescheiden expositie óók een nostalgiemachine.

Er is wat voor te zeggen dat we vooral op vakantie gaan om ons later die vakantie te herinneren. Want het plannen, boeken, reizen, arriveren en verwerken van teleurstellingen in alle formaten, is eerlijk gezegd nogal een stressvolle bezigheid. Maar herinneringen ophalen aan een vakantie is daarentegen een ongelimiteerd genot, niet meer gehinderd door welke calamiteit dan ook. In die zin is De grote vakantietentoonstelling in Design Museum Den Bosch een nostalgiemachine van formaat.

Over de auteur
Mark Moorman schrijft voor de Volkskrant over series, films, fotografie en populaire cultuur.

‘Hoe wij vakantie vieren onthult onze verlangens, vergroot het contrast met, maar weerspiegelt ook ons dagelijks leven,’ schrijft het Design Museum in een inleidende tekst. Want hoe gaat dat bij vakanties? Denk, als ik even persoonlijk mag worden, aan deze drietrapsraket. 1. Het verheugen op de zes uur durende treinreis naar Berlijn, en de leestijd die je in de schoot krijgt geworpen. 2. De treinreis zelf, waar maar geen einde aan lijkt te komen. En wat is er tegenwoordig met de Deutsche Bahn aan de hand!? 3. De herinnering aan die treinreis, waarna het verheugen op de volgende treinreis weer kan beginnen.

Onvergetelijke zomer

Het Design Museum wijst er ons in de bescheiden tentoonstelling allereerst op dat er iets aan de beleving vooraf gaat: het maken en ontwerpen van de vakantie, van posters tot vakantiecomplexen tot caravans. Het ligt er bij deze expositie nogal aan van welke jaargang u bent, maar bij deze bezoeker sloeg de nostalgiekoorts vooral toe bij een aantal posters van de NS uit de jaren zeventig waarin de interrailkaart wordt aangeprezen: ‘’n maand kriskras door Europa voor maar 312 gulden.’

De kaart kwam in de vorm van een stempelboekje dat na een maand kriskras het volgestempelde dagboek van een onvergetelijke zomer werd (inmiddels kwijtgeraakt). Op de poster staat de kaart van Europa met de twintig landen die toegankelijk waren voor de interrailer, met Hongarije, Roemenië en Joegoslavië als de drie landen waar je je West-Europese blik kon verruimen.

Van loodzwaar naar vederlicht

Bij de ingang van de expositie staat een Kuiken-model van de bekende Nederlandse Kip-caravan uit 1954, het eerste model met een hefdak (aerodynamisch en toch kunnen staan). De Kip-caravan (van carrosseriebouwer Jan Kip) was pas vijf jaar oud in 1954; klaar voor die eerste generatie die met een huisje achter de auto op stap zou gaan.

Wat vooral opvalt is hoe voltooid of volmaakt het design van deze caravan zeventig jaar geleden al was. We bezoeken de tentoonstelling met de bezitter van een vrijwel gloednieuwe Kip en de conclusie is: ‘Niets veranderd’. Nou ja, wat zich een beetje aan het oog onttrekt is de materiaalrevolutie die ondertussen heeft plaatsgevonden, grof gezegd, van loodzwaar naar vederlicht.

Ford Taunus door z’n assen

Nog een herinnering aan talloze kampeervakanties in de jaren zestig en zeventig met alle types bungalowtenten, vouwwagens en caravans: allemaal niet te tillen en niet te manoeuvreren. Hoe de Ford Taunus 12 M door zijn assen zakte als de tent op de imperiaal werd gebonden; en dan moesten we nog over de Alpen!

Schitterende foto op de expositie uit een reclamecampagne van Kip uit de jaren zestig; de gelukkige bezitters van een Kip worden uitgezwaaid door hun buren in de straat. Want was vakantie ook niet het vooruitzicht op een setje nieuwe buren, al was het maar tijdelijk? En ondertussen markeert de opmars van de Kip in de jaren zestig ook de wettelijke invoering van vakantiedagen met behoud van loon. Het betekende het begin van het Nederlandse massatoerisme – en het klagen over de vele Nederlanders die je altijd en overal tegen het lijf loopt.

Gecontroleerd avontuur

Uit de collectie van het Spoorwegmuseum Utrecht komt een schitterende poster van Willy Sluiter waarop namens de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij de dienstregeling per trein naar Zuid-Frankrijk wordt aangekondigd. ‘Naar Marseille en de Rivièra via Parijs en terug zonder overstappen (slaaprijtuig).’ Wie ’s ochtends vertrok uit Amsterdam arriveerde een etmaal later in de Zuid-Franse havenstad. Niets stond deze trip in de weg voor de welgestelde klasse die het zich kon veroorloven, behalve dan het feit dat dit de dienstregeling van 1913 is en dat een zomer later de Eerste Wereldoorlog uitbrak.

Zo loopt de geschiedenis van ons vakantieverlangen (of reislust, zo u wilt) voortdurend parallel met de politieke en economische geschiedenis. Met altijd een aspect van het gecontroleerde avontuur dat zich laat samenvatten in het ontwerp van Van den Broek en Bakema, die in 1976 in opdracht van Sporthuis Centrum het vakantiepark Eurostrand in Valkenswaard opzetten. De bungalowtjes in een bosachtige omgeving werden zo neergezet dat je vanuit de woonkamer en het terras de illusie kon omhelzen dat je je eigen exclusieve relatie met de natuur had. Een illusie die je dan vervolgens in het nabijgelegen zwemparadijs weer volledig kon loslaten.

Vakantiekoortsdroom

Hoogtepuntje van de expo is een Fiat Panda uit 1981, een no-nonsense-ontwerp van de legendarische ontwerper Giorgetto Giugiaro. Het kleine betaalbare autootje werd in Nederland in 1983 met een geniale campagne over de forse laadruimte aan de man gebracht. Het herzien van de klassieke, inmiddels ruim veertig jaar oude commercial levert het zoveelste proustiaanse moment op deze expo op.

In ‘Met een Panda lach je iedereen uit’ zien we hoe de onuitstaanbare bestuurder van de Panda voortdurend redenen heeft om niet Panda-rijders uit te lachen. Terwijl een storm op de camping de tenten wegblaast ligt de bestuurder vrolijk achterin zijn wagentje omdat de achterbank een soort hangmat was die je plat kon leggen. Het bleek meer een sterke campagne dan een praktisch idee, want de verkoop van speciale Panda-voortenten kwam nooit echt van de grond.

Aan het slot van de rondgang heeft het Design Museum een aantal privécollecties van souvenirs bij elkaar gezet, van sneeuwbollen tot ijskastmagneten, en een wand vol ansichtkaarten, als in een felgekleurde vakantiekoortsdroom. Wat proberen we hier eigenlijk vast te houden? Of proberen we hiermee de tijd te overbruggen tot we de volgende keer de straat uitrijden?

De Grote Vakantietentoonstelling, Design Museum Den Bosch, t/m 10 november.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next