Home

In de regen dansen Jay, Indra en Serena hun jeugdzorgtrauma’s van zich af

Veel jongvolwassenen die in de gesloten jeugdzorg hebben gezeten, komen daar met een beschadiging uit. Met een ‘nazorgweek’ probeert ervaringsdeskundige Jason Bhugwandass hen te helpen bij de verwerking. ‘Het is heel raar dat de tralies weg zijn.’

In een plotseling losgebarsten zomerbui voeren Serena en Indra, beiden 20 jaar, een uitbundige regendans uit in de tuin van een vakantiehuis in Lichtenvoorde. Luidkeels blèren ze mee met Davina Michelles Het duurt te lang. ‘Een toepasselijke tekst’, zegt Indra, gierend van de lach. ‘Sinds mijn veel te lange opsluiting in de jeugdzorg ben ik regen enorm gaan waarderen.’

Van een afstandje ziet het tafereel van de dansende jonge vrouwen er vrolijk uit. Van dichtbij springen de littekens op hun armen in het oog, het gevolg van jarenlange zelfverminking. Met vijf jongeren met een verleden in de gesloten jeugdzorg nemen Indra en Serena deze zomer deel aan een zogenoemde nazorgweek. Vijf dagen verblijven ze in het vakantiehuisje in de buurt van de gesloten jeugdzorginstelling in Harreveld – om de trauma’s te verwerken van hun verblijf daar.

Deze trip is niet door een zorgorganisatie geregeld, maar door Jason Bhugwandass (26), een bekende ervaringsdeskundige. Hij bekritiseert de gesloten jeugdzorg publiekelijk sinds hij er zelf op zijn 18de uitkwam. Omdat een dergelijke nazorg er destijds niet was toen hij er behoefte aan had, heeft hij deze nu zelf opgezet.

Nachtmerries en angsten

De afgelopen jaren kwam er steeds meer kritiek op het repressieve karakter van de gesloten jeugdzorg. Deskundigen bevestigden dat veel jongeren met al ernstige problemen er vaak nog slechter aan toe waren nadat zij in zo’n grote, met hoge hekken omheinde instelling hadden gezeten. Daarom laat de overheid sinds de zomer van 2022 de grote gesloten complexen ombouwen tot kleinere, meer open woongroepen. Het aantal gesloten plaatsingen na een rechterlijke machtiging nam af van 1.706 in 2019 naar 891 vorig jaar.

Maar daar hebben de jongvolwassenen die er hebben gezeten weinig aan. Veel van hen kampen jaren later nog met de gevolgen ervan, zoals nachtmerries en angsten. Dat bleek ook uit het onderzoek dat Bhugwandass eerder dit jaar deed naar de zogenoemde Zikos-afdelingen in Harreveld en Zetten, waar jongeren met de zwaarste problemen worden opgesloten, als ze bijvoorbeeld suïcidaal zijn of zichzelf verminken. Ze zaten er bijna de hele dag op hun kamer. En bijna allemaal hielden ze daar een extra trauma aan over.

Het roept de vraag op of de jeugdzorg zelf ook nazorg zou moeten bieden. Maar pas sinds enkele jaren komt vanuit de sector zelf langzaamaan de erkenning dat deze opsluiting de jongeren meestal geen goed heeft gedaan.

Dat dat besef indaalt, blijkt ook uit het feit dat de jeugdzorgorganisaties meewerken aan een belangrijk onderdeel van de nazorgweek: het bezoek aan de betreffende instelling. Daar kunnen de jongeren dan ook spreken met medewerkers. ‘Dit verzoek komt van de jongeren zelf’, zegt een woordvoerder van jeugdzorgorganisatie Pactum, van de instelling in Zetten. ‘Als het de jongeren helpt in hun herstel, zeggen wij ja.’ Een woordvoerder van iHub, de organisatie achter Harreveld vult aan: ‘Juist door de samenwerking met ervaringsdeskundigen werkt zo’n nazorgweek.’

Zonder professionals

Vorig jaar ging Bhugwandass voor het eerst op pad met een groep jongeren met een gedeeld jeugdzorgtrauma. Omdat dat goed werkte, organiseerde hij deze zomer twee nazorgweken; behalve deze week in Lichtenvoorde was er ook een voor jongeren die in Zetten opgenomen zijn geweest.

Van de vijf deelnemers in Lichtenvoorde is de 17-jarige Jay de enige minderjarige, diens moeder is mee. Ook heeft een voormalige zorgmedewerker zich aangesloten, als ondersteunende vrijwilliger.

Die extra steun is hard nodig, want met getraumatiseerde jongeren op pad gaan, is geen sinecure. Op woensdagavond brak paniek uit omdat een jongere zichzelf had beschadigd. IJlings werd zij naar het ziekenhuis gebracht. Daar bleek dat haar gezondheid niet acuut in gevaar was. Ook bij de andere nazorgweek gebeurde het dat een jongere zichzelf beschadigde.

De incidenten maken ook duidelijk dat nazorg bieden aan deze doelgroep niet zonder risico’s is. Bhugwandass zegt dat het een bewuste keuze is om geen professionals te laten meegaan, ‘omdat die de trauma’s hebben veroorzaakt’. ‘Zonder risico’s is er ook geen kans op herstel.’

‘Ik heb hier van geleerd’, zegt Bhugwandass. Vooraf spreekt hij met alle geïnteresseerden. ‘Ze hoeven niet volledig stabiel te zijn om mee te gaan. Ik weet dat er incidenten kunnen plaatsvinden en dat wil ik tolereren. Deelnemers moeten wel kunnen functioneren in een groep.’

Op hun gemak

Vinden andere deskundigen zulke nazorg ook verantwoord zonder inbreng van professionals? Kinderpsychiater en jeugdzorgdeskundige Peter Dijkshoorn vindt dat het kan, ondanks de risico’s, met ‘een slimme ervaringsdeskundige’. ‘Een goed aanmeldbeleid is dan wel van belang. De meeste van deze jongeren zijn niet beter geworden van de vaak vele overplaatsingen in de professionele zorg. Nazorg krijgen zulke jongeren waarschijnlijk liever van een andere partij.’

‘Veel jongeren lopen een fors trauma op van de gesloten jeugdzorg’, zegt lector residentiële jeugdzorg Peer van der Helm. Bij zulke nazorg is volgens hem goede begeleiding nodig, omdat er veel emoties kunnen loskomen wat tot incidenten kan leiden. ‘Misschien is het verstandig om een psychiater mee te nemen. Maar je moet het ook niet medicaliseren.’

Jays moeder Esther zegt dat ze blij is dat juist Bhugwandass deze nazorg organiseert. ‘Deze jongeren hebben vaak nauwelijks nog vertrouwen in professionele hulpverleners en voelen zich veel meer op hun gemak bij een ervaringsdeskundige als Jason.’

Het voelt voor haar bovendien als erkenning, zegt Esther. ‘De jeugdzorgorganisaties willen niet onder ogen zien met welke trauma’s zij jongeren achterlaten. Dat jongeren met dezelfde heftige ervaringen elkaar zo kunnen ontmoeten, draagt enorm bij aan hun herstel. Door hun gesprekken begrijpen ze dat ze niet de enige zijn die zo zijn behandeld.’ Ook Jay ervaart de week als zeer waardevol. ‘Het doet me goed’, zegt Jay. ‘Ik heb er veel aan.’

156 dagen

Jay, blond, steil haar, omschrijft zichzelf als non-binair. Als 15-jarige kwam die, depressief en suïcidaal, in de gesloten jeugdzorg terecht in Harreveld, op de Zikos-afdeling. Daar ging het alleen maar slechter. Net als de andere deelnemers kent die de precieze datum van diens ‘vrijlating’ uit het hoofd: 18 juni 2023, na 156 dagen.

Jay zit in een rolstoel en heeft last van spasmen vanwege een functionele neurologische stoornis (FNS). Soms bewegen diens armen zomaar omhoog, dan valt die met diens gezicht naar voren op tafel. Jay wijt diens aandoening aan het verblijf in de gesloten jeugdzorg. ‘Er is daardoor zo veel stress in mijn brein gekomen dat de verbinding met mijn zenuwstelsel verstoord is. Het lichaam doet dan niet meer wat je opdraagt.’

Ook deelnemer Indra, die eveneens een rolstoel nodig heeft, lijdt aan deze stoornis. Zij zegt eveneens dat haar lichamelijke problemen het gevolg zijn van het stressvolle verblijf in de jeugdzorg. De twee zijn deze week goede vrienden geworden.

Dat mensen hun ervaringen kunnen delen, kan een werkzaam element zijn bij traumaverwerking, zegt kinderpsychiater Dijkshoorn. ‘Het kan als erkenning voelen. En ook het blootstellen aan hetgeen waarvoor iemand bang is, in dit geval een bezoek aan de plek, is een bekende aanpak bij de verwerking.’

Weerzin met de instelling

Het bezoek aan de instelling is het meest beladen onderdeel van de week. De meeste jongvolwassenen zijn er sinds hun ontslag niet meer geweest. Vorig jaar is de nazorgweekgroep op bezoek geweest in de instelling in Harreveld, maar dit keer is de afspraak afgezegd.

‘De timing was ongelukkig, er waren onvoldoende medewerkers aanwezig om hen te ontvangen’, zegt een woordvoerder van jeugdzorgorganisatie iHub. ‘Vorig jaar hebben de jongeren het bezoek aan ons als helpend ervaren in hun herstel, en daarom werken we zeker mee. Maar daarvoor moeten we dan wel de juiste collega’s beschikbaar hebben, het zijn niet zomaar bezoekjes.’

Omdat de deelnemers in Lichtenvoorde toch graag samen naar de kliniek wilden, zijn ze dinsdag op de bonnefooi naar het jeugdzorgcomplex gereden. Dat heeft veel indruk gemaakt. Eerst maakten ze nog vrolijke foto’s bij het blauwe plaatsnaambord Harreveld met een streep erdoor. Maar toen ze dichter bij de ingang kwamen, voelden de meeste jongeren het in hun buik.

‘Voor mij is het allemaal niet zo lang geleden’, zegt Jay. In mijn hoofd zit dat ik daar zomaar weer kan worden opgesloten. Dan is het bijzonder dat ik weer weg kan gaan, zonder dat er iemand achter me aan komt.’

Ook de bedachtzaam ogende Serena kent de datum van wat zij haar ‘vrijlating’ noemt uit haar hoofd: 23 maart 2020. ‘Net voor de lockdown.’ Daarna had ze gezworen dat ze nooit meer terug zou gaan naar die plek. ‘En nu zijn we toch geweest. Het is heel raar dat de tralies weg zijn. Ik zag er kinderen spelen. Het idee dat daar nu nog jongeren zitten, raakte me diep.’

‘Tijdens corona was alles dicht. Toen zaten we echt alleen maar op de kamer’, vertelt Indra – 28 september 2022 mocht zij het Zikos-deel verlaten. ‘Ik zag de plek waar ik in de isoleercel had gezeten en ik dacht: wauw.’

‘Ik ben weggerend, toen ervaarde ik hoe vrij ik nu ben’, zegt Serena. ‘Ze hadden met mij in gesprek moeten gaan toen, en me niet moeten isoleren. Ze namen zelfs mijn bril af. Ik had geen klok. Gelukkig hoorden we de kerkklokken slaan.’

Scheurjurk

Met de sluiting van de Zikos-afdelingen buigt een team van deskundigen, onder wie Dijkshoorn, zich over de vraag waar jongeren met ernstige problemen dan heen moeten. Het begint er volgens Dijkshoorn mee dat de zorg in een vroeger stadium veel beter moet onderzoeken waar het gedrag van een jongere vandaan komt en wat hij nodig heeft.

Zulke aanbevelingen om de jeugdzorg te verbeteren zijn al veel vaker gedaan, erkent hij. Maar de kinderpsychiater is optimistisch: met veel eerdere adequate analyses waarna passende zorg geboden kan worden, kunnen volgens hem veel gesloten opnames worden voorkomen.

In hun regendans trekken Indra en Serena ondertussen een blauwe scheurjurk aan, een onscheurbaar kledingstuk dat ze in de jeugdzorg aan moesten bij isolatie om te voorkomen dat ze zichzelf iets zouden aandoen. ‘Deze zijn wel anders dan die in Harreveld’, zegt Indra. ‘Ik had niet gedacht dat ik ooit uit eigen beweging zo’n ding zou aantrekken.’

‘Ik heb hem zelf aangedaan en ik mag hem zelf uitdoen’, vult Serena aan. Deze week heeft haar niet meteen genezen van haar trauma’s. ‘Maar het helpt wel. Nu heb ik een positieve herinnering aan Harreveld. We hebben heel veel gelachen met deze groep. Dat is toch een andere herinnering dan dat ik had.’

‘Als ik nu een flashback heb naar Harreveld, kan ik nu ook denken aan de leuke tijd die ik met deze groep heb gehad’, zegt ook Jay. ‘Dat voelt veel beter.’ Die wil eigenlijk nog zo’n week. ‘Dan wil ik alsnog de instelling in. En daar de deur van kamer 3 zelf openen en sluiten. Dat gaat me goed doen, denk ik.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next