Het kwam maandagavond ongemakkelijk, zelfs racistisch over: NSC-leider Pieter Omtzigt legde in zijn HJ Schoo-lezing uit dat het dalende geboortecijfer ‘een probleem’ is, omdat dit zal leiden tot een grotere instroom van arbeidsmigranten. Het échte probleem? Dat ook in Oost-Europa minder kinderen worden geboren brengt het sprookje van de witte raciale identiteit in gevaar, want ‘vooral in Afrika en stukken van het Midden-Oosten’ is nog wel sprake van ‘enorme bevolkingsgroei’, zo waarschuwt Omtzigt.
Het is een patroon : als de welvaart en levenskwaliteit stijgen, beweegt een samenleving van veel geboorten en veel sterfgevallen naar minder geboorten en een hogere levensverwachting. Daarbij zijn we op een punt in de geschiedenis aangekomen dat je als Nederlandse vrouw middels abortus en anticonceptie het heft in eigen hand kunt nemen, en dat is in progressieve termen winst.
Toch is de linkse tendens om het dalende geboortecijfer te negeren misplaatst. Het is belangrijk, cruciaal zelfs, om het gesprek te voeren over de redenen waarom mensen die wél een kinderwens hebben het krijgen van kinderen uitstellen, of minder kinderen krijgen dan gehoopt.
Wat betreft gezinsuitbreiding wordt allang met diverse maten gemeten. Voor de vrouw met een laag inkomen die een huurverhoging vreest is het derde kind geen optie. Voor de rijke vrouw met een elektrische bakfiets van 5.000 euro is het derde kind een statussymbool. Voor de alleenstaande vrouw is het moeilijker toegang te krijgen tot een fertiliteitstraject. Feministen hebben in hun strijd voor abortus over het hoofd gezien dat de strijd voor gelijkwaardige omstandigheden voor iedere vrouw die wél een kind wil even fundamenteel is.
Het vruchtbaarheidscijfer wordt per vrouw berekend, het CBS noemt mannen niet eens. Vrouwen zijn verantwoordelijk voor het voorkomen van zwangerschappen én voor het zwanger worden op precies het juiste moment. Het stijgende aantal vrouwen dat eicellen laat invriezen duidt op een mismatch tussen vrouwelijke en mannelijke dertigers. Vrouwen moeten doorpakken, mannen nemen de tijd. Bestaat er wellicht een verband tussen het feit dat we van vaders (iets) meer zijn gaan verwachten en het uitstelgedrag van mannen?
Na de geboorte van een eerste kind daalt het gemiddelde inkomen van moeders bijna met de helft. Vaders leveren geen cent in. In The Guardian schreef columnist Nesrine Malik deze week over de obsessie van radicaal-rechts voor vrouwen en voortplanting. Denk aan hoe Kamala Harris wordt weggezet als ‘kinderloze kattenvrouw’ die geen belang zou hebben in de toekomst van de Verenigde Staten. Volgens Malik is het ‘probleem’ met de vrouw die geen moeder wordt dat ze niet thuis blijft om onbetaalde zorg te verlenen. De vrouw zonder kind toont dat opoffering geen typisch vrouwelijke eigenschap is, maar de voorwaarde voor het moederschap in een kapitalistisch systeem. Dienstbaarheid wordt ons door de strot geduwd.
De politiek heeft niets te zeggen over de persoonlijke kinderwens van burgers. Maar het scheppen van de condities voor een goede toekomst is wel degelijk de plicht van de overheid. Omtzigt, die regeert met de partij die onze verzorgingsstaat heeft afgebroken, was in zijn lezing uiterst somber over de staat van ons land, en zei zelfs dat ‘delen van de samenleving feitelijk vernield zijn’. Mijn eierstokken gaan hier niet van rammelen.
De condities van het ouderschap worden steeds ongunstiger, en de prijs wordt onverminderd afgewenteld op vrouwen. Jengelend aan moeders rokken hangen maar haar niet adequaat belonen en ondersteunen: zó eindigen we met een lege wieg.
Over de auteur
Lotte Houwink ten Cate is historicus en deze zomer columnist voor de Volkskrant. Ze is aan Columbia University in New York gepromoveerd op de tweede feministische golf. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant