Home

Opinie: Te duur? Medicijnen die extra levensjaren opleveren mogen heus wat kosten

Een stuk brood en een huis kosten tegenwoordig het dubbele ten opzichte van 2006. Het is dus tijd om de maximumprijs die in datzelfde jaar werd afgesproken voor medicatie die extra gezonde levensjaren oplevert, te indexeren.

In de zomer van 2012 stonden de kranten maandenlang in het teken van een maatschappelijke discussie rond de vraag: wat is een mensenleven waard? Meer of minder dan 80 duizend euro? De aanleiding was een advies van het Zorginstituut Nederland (ZIN) om dure medicijnen voor de ziekte van Pompe en de ziekte van Fabry niet te vergoeden vanwege de hoge kosten.

De grens van 80 duizend euro, volgens de zogeheten qaly (quality-adjusted life years), was in 2006 genoemd door de Raad voor Volksgezondheid en Zorg in het rapport Zinnige en Duurzame Zorg. De qaly is daarbij de prijs die een jaar extra in goede gezondheid zou mogen kosten bij een zware ziektelast, zoals kanker of een zeldzame aandoening waarvoor geen behandeling is.

Over dit artikel
Cees Smit heeft een ernstige vorm van hemofilie, is gebruiker van
dure geneesmiddelen en schreef samen met Annemarie van Eekelen in
2024 het boek Gen- en celtherapie, van droom tot praktijk.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Als de ziektelast minder is, gelden grensbedragen van 50 duizend en 20 duizend euro. Theoretisch betekent dit dat bij iemand van 18 jaar, die nog vijftig jaar leeft, ieder jaar 80 duizend euro aan medicijnkosten wordt betaald. Verspreid over die vijftig jaar zou dat om een bedrag gaan van 4 miljoen euro. In werkelijkheid zal de prijs van die medicijnen in de loop van die vijftig jaar wel goedkoper worden, omdat medicijnen uit patent gaan en goedkopere vervangers komen.

Meer en meer dure medicijnen

De grens van 80 duizend euro is door de politiek nooit als zodanig als grens vastgesteld, maar is een eigen leven gaan leiden. Anno 2024 beoordeelt ZIN de prijs van nieuwe, dure geneesmiddelen nog steeds op basis van die in 2006 genoemde 80 duizend euro. De vraag is of dat nu, bijna twintig jaar later, nog wel terecht is.

Sinds de discussie over de ziekten van Pompe en Fabry in 2012 zijn er meer en meer dure geneesmiddelen voor zeldzame ziekten en kanker op de markt gekomen. Voor een aantal zeldzame ziekten komt gentherapie beschikbaar en voor mensen met kanker komen er CAR-T-celbehandelingen op de markt. Dure behandelingen van soms wel 1- of 2 miljoen euro.

Omdat het hier om zeer dure, maar als eenmalig bedoelde behandelingen gaat, pleiten betrokken artsen, patiëntenorganisaties en producenten ervoor om een gespreide betaling in te voeren, over een periode van bijvoorbeeld vijf of tien jaar. De samenleving vraagt zich intussen af of deze behandelingen zo duur moeten zijn, en of het niet wat minder kan.

Onderhandelingen

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in 2022 een rapport laten opstellen over de kosten van het ontwikkelen van een geneesmiddel (The financial ecosystem of pharmaceutical R&D). Het op de markt brengen van een enkel geneesmiddel kost 2,4- à 3,2 miljard dollar. In dat bedrag zitten ook de kosten van geneesmiddelen verwerkt die de markt niet halen – één op de twintig – en de kapitaalkosten.

Gezien die enorme bedragen is het vreemd dat in Nederland de prijs van een geneesmiddel niet geïndexeerd wordt en dus nog steeds is gebaseerd op de in 2006 genoemde prijs. Sinds die tijd is de prijs van een brood ongeveer twee keer zo hoog geworden, en kost ook een huis twee keer zoveel. Maar Zorginstituut Nederland blijft vasthouden aan die 80 duizend euro. De prijs van een qaly zou in Europa inmiddels op 168 duizend euro moeten liggen, zo hebben Duitse gezondheidseconomen berekend.

Bovengenoemde cijfers van VWS geven inzicht in wat het op de markt brengen van een geneesmiddel kost. Maar welke prijs er werkelijk betaald wordt voor een geneesmiddel weten we niet, want op allerlei niveaus worden prijsonderhandelingen over medicijnen gevoerd: door zorgverzekeraars, zorginkopers van ziekenhuizen en ook door het ministerie van VWS.

Referentielanden

VWS komt tot maximumprijzen voor geneesmiddelen door te kijken naar de prijzen in vier zogeheten referentielanden.

Hoe de prijsonderhandelingen echter precies verlopen, is onbekend, ook voor de premie betalende burger en de patiënt als gebruiker. Ik roep de minister en de Tweede Kamer op om de qaly drastisch naar boven bij te stellen en een einde te maken aan de geheime prijsonderhandelingen bij medicijnen. Op die manier kan het debat over de vergoeding van dure geneesmiddelen worden gevoerd op basis van feiten over de prijs, en niet op basis van ongefundeerde meningen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next