Zeven jaar na de fatale brand in Grenfell Tower die 72 mensen het leven kostte, ligt er een rapport dat de vuurzee in de Londense woonflat reconstrueert. Volgens nabestaanden is de ‘echte strijd’ nog niet gestreden: er staat nog altijd niemand voor het hekje.
‘Dit is gerechtigheid per kilo.’ Met misnoegen wijst Hisam Choucair woensdagmiddag in een Londens hotel op het dikke rapport over de Grenfell-ramp, het inferno in een West-Londense torenflat die in de nacht van 14 op 15 juni 2017 aan 72 bewoners, onder wie achttien kinderen, het leven kostte. De weegschaal waarop het pak papier door een groep nabestaanden is gelegd, wijst 7,5 kilo aan. ‘Daar staat niets in wat wij nabestaanden zeven jaar geleden niet al wisten,’ zegt de 46-jarige Londenaar die bij de brand zijn moeder, zus, zwager en drie nichtjes verloor.
Eerder op de dag presenteerde de gepensioneerde rechter Sir Martin Moore-Bick de conclusies van zijn 1.700 pagina’s tellende rapport. De vuurzee was het fatale resultaat van ‘decennialang falen’ van de Britse overheid en ‘systematische oneerlijkheid’ van bedrijven. Producenten van de goedkope aluminium panelen van het 24 verdiepingen tellende gebouw, leverden volgens de onderzoeksrechter ‘verreweg de grootste bijdrage’ aan de ramp. Door het brandgevaarlijke materiaal kon het vuur, dat ontstond in een oververhitte ijskast, zich razendsnel verspreiden.
Over de auteur
Patrick van IJzendoorn is correspondent Groot-Brittannië en Ierland voor de Volkskrant. Hij woont in Londen.
In het Lagerhuis verzekerde premier Keir Starmer dat de bouwbedrijven die betrokken waren bij de brand, geen overheidscontracten meer zullen krijgen. Ook bood hij namens de Britse staat zijn excuses aan. ‘Het land heeft gefaald bij het uitvoeren van zijn meest fundamentele plicht: het beschermen van u en uw geliefden, de mensen die we worden geacht te dienen. Ik koester diepe spijt.’ Hij voegde eraan toe dat de nabestaanden continu het gevoel zullen hebben ‘een stap verwijderd te zijn van het volgende verraad’.
Dat laatste gevoel is zeker aanwezig bij twintig nabestaanden die uren na Moore-Bicks presentatie bijeen zijn gekomen in een suite in de Royal Lancaster, een vijfsterrenhotel niet ver van de afgebrande toren.
Bedekt door een wit doek met de beeltenis van een groen hart, is de toren nog altijd te vinden in de wijk Kensington, als aandenken. Vanaf de muur in de hotelruimte kijken de gezichten van de 72 slachtoffers, van wie 85 procent behoorde tot een etnische minderheid, de aanwezigen aan. Daarnaast hangt een diagram van de bedrijven en overheden betrokken bij wat de dodelijkste brand sinds de Tweede Wereldoorlog zou blijken.
‘Het gebouw smeulde nog, en ik was nog op zoek naar mijn geliefden toen premier Theresa May een openbaar onderzoek aankondigde’, zegt Choucair. ‘Dat was bedoeld om sociale onrust te voorkomen en de politiek in te dekken. Ons nabestaanden werd niets gevraagd, we wisten niet eens wat zo’n onderzoek zou behelzen.’ Niemand had kunnen bevroeden dat het onderzoek uiteindelijk zeven jaar zou duren, tegen een prijskaartje van 200 miljoen euro. De advocaat van de nabestaanden, Imran Khan, stelt dat vooral advocaten er wijzer van zijn geworden – financieel wijzer welteverstaan.
Shahrokh Aghlani (56), die bij de brand zijn moeder en tante verloor, wees op de Verenigde Staten. ‘Directeuren van ondernemingen die zo duidelijk verantwoordelijk zijn, zouden daar al lang en breed in de bak zitten. Hier in Engeland komen ze ermee weg.’ Een strafproces zal waarschijnlijk in 2026 of 2027 worden gestart, al verwacht Choucair daar weinig van. ‘Mijn vertrouwen in de Britse rule of law is zeer beschadigd geraakt.’
Het uitblijven van ‘gerechtigheid’ is waar alle aanwezigen over vertellen. Uit hun relazen blijkt dat de tijd de afgelopen jaren stil heeft gestaan. De 45-jarige Maria Jafari getuigde in 2018 reeds tegenover de onderzoeksrechter, aan wie ze vertelde dat ze met haar moeder aan de vlammen had weten te ontkomen, maar dat hun 82-jarige echtgenoot en vader niet snel genoeg had kunnen vluchten. ‘We hebben jarenlang gevochten, maar de ware strijd moet nog beginnen’ zegt ze, vechtend tegen de tranen. ‘Ik ben zo bang dat mijn bejaarde moeder niet meer in leven zal zijn als het strafproces begint.’
Amper in staat te spreken is Flora Neda, die destijds de brandende flat verliet terwijl haar man Saber achterbleef om mensen te helpen. Het zou zijn dood worden. Nog steeds gebruikt ze zijn telefoonnummer om hem foto’s en berichten te sturen. ‘Er is geen gerechtigheid voor ons, niemand gaat naar de gevangenis’, zegt ze. Een openbaar onderzoek had van haar niet gehoeven, temeer omdat het een strafproces in de weg heeft gestaan. Sterker, volgens advocaat Kimia Zabihyan, die optreedt namens belangengroep Grenfell: Next of Kin, heeft het onderzoek van Moore-Bick door de lange duur een open wond achtergelaten.
Ze wijst op een flatbrand in het Spaanse Valencia deze zomer, waar een strafproces al op het punt staat te beginnen. De Britse politie heeft, zo meldde The Sunday Times, inmiddels een warenhuis vol bewijsmateriaal. Naar verluidt zijn er 58 verdachten en 19 bedrijven in beeld voor een proces, maar die zullen waarschijnlijk stuk voor stuk de schuld proberen af te schuiven. Aghlani is sceptisch over de kans dat er iemand wordt veroordeeld. ‘Het zal me niets verbazen als er lichte delicten ten laste worden gelegd omdat doodslag niet te bewijzen zou zijn. Maar het bewijs kijkt ons aan: een torenflat die als een lucifer is afgebrand.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant