Al vanaf de openingsscène loert het bureaucratische monster, als we zien hoe alleenstaande moeder Meral wordt begluurd en achtervolgd door de sociale dienst.
De eerste Nederlandse speelfilm over het toeslagenschandaal is een sober horrordrama geworden. Dat moest ook wel, getuige het omvangrijke leed dat talloze mensen werd aangedaan in de nietsontziende jacht op mogelijke gevallen van fraude, waarbij de aandacht opvallend vaak uitging naar mensen met een migratieachtergrond.
In De jacht op Meral Ö. is dat niet anders. Al vanaf de openingsscène loert het bureaucratische monster, als we zien hoe alleenstaande moeder Meral (knappe rol van Dilan Yurdakul) wordt begluurd en achtervolgd door een overijverige opsporingsambtenaar van de sociale dienst (gespeeld door Gijs Naber, die vaak zijn fysiek inzet om zijn machtspositie duidelijk te maken).
Meral heeft een schuld van 34.000 euro bij de Belastingdienst voor zogenaamd onrechtmatig verkregen kinderopvangtoeslag, en is nu de pineut: door haar belastingschuld wordt beslag gelegd op haar inkomen, raakt ze haar baan als thuiszorgmedewerker kwijt en worden al haar acties gemonitord om te kijken of ze de regels niet overtreedt. Voor de opsporingsambtenaren is alles daarbij geoorloofd, tot graaien in de wasmand aan toe.
Regisseur Stijn Bouma maakte meerdere documentaires (Alleen tegen de staat en Sheila versus de staat) over het onrecht dat veel toeslagenouders werd aangedaan, en beeldt ‘het systeem’ hier niet voor niets voortdurend uit als een bloeddorstig monster.
De instanties, dat zijn de haaien, continu om Meral heen cirkelend, net zolang tot ze heel even kwetsbaar is, en ze kunnen happen. Nee mevrouw, u kunt die toelage vergeten als u uw neef een handje helpt in zijn winkel. En misschien kunt u beter op uw rug gaan liggen dan schoonmaakwerk doen? Dat betaalt veel beter, zolang u het maar wel netjes bij ons opgeeft. Tja, mevrouw, wij hebben het ook niet bedacht.
De systemische wurggreep om Meral wordt daarbij steeds verstikkender, haar wanhoop steeds beter invoelbaar. De jacht op Meral Ö. is een (terecht) kwade film, die weinig probeert te vergoelijken. Zelfs als er bij Nabers opsporingsambtenaar toch iets van een greintje mededogen zichtbaar lijkt, wordt dat snel de kop ingedrukt.
Ook voor hem is het systeem onverbiddelijk: als hij niet levert (lees: ‘fraudeurs’ aanlevert), kan hij een eventuele promotie vergeten. Blijven graven dus, want dan vindt hij vanzelf iets. Vraagtekens worden uiteindelijk altijd wel een constatering.
De film laat goed zien hoe dat structurele, soms kwaadaardige wantrouwen talloze levens sloopte. Dat gebeurt nooit in één klap, maar zeer methodisch, doelmatig en bedachtzaam. De jacht op Meral Ö. is pure bureaucratiehorror.
Over de auteur
Alex Mazereeuw schrijft voor de Volkskrant over film en televisie.
Drama
★★★★☆
Regie Stijn Bouma
Met Dilan Yurdakul, Gijs Naber, Raymond Thiry, Olga Zuiderhoek
91 min., in 81 zalen
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant