De euthanasie van een 17-jarige vanwege ernstig psychisch lijden, mag een hevig debat veroorzaken. Maar de zorgverleners die het OM, zonder kennis van het dossier of contact met betrokkenen, schriftelijk verzochten om een strafrechtelijk onderzoek, gingen hun boekje volledig te buiten.
Euthanasie op basis van psychisch lijden was al mogelijk, en werd ook al toegepast, voor de inwerkingtreding van de Euthanasiewet in 2002. Toch is deze optie binnen de psychiatrie altijd omstreden gebleven. Het recente overlijden van de 17-jarige Milou door euthanasie, wegens ernstig psychisch lijden, leidde de afgelopen maanden tot een verhit debat.
De regionale toetsingscommissie euthanasie oordeelde dat in het geval van Milou aan de wettelijke eisen was voldaan, maar dat weerhield een groep van veertien zorgverleners, onder aanvoering van psychiater Wilbert van Rooij, er niet van om in een brief aan het Openbaar Ministerie (OM) te verzoeken een strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de bij de euthanasie van Milou betrokken psychiater en naar de ouders van Milou.
Dat psychiaters of andere zorgverleners hun zorgen uiten over bepaalde ontwikkelingen en daarover een professioneel of maatschappelijk debat willen entameren, daar is natuurlijk niets mis mee. Maar de genoemde brief is een enorme misstap. Het is volkomen in strijd met de geldende professionele normen dat een zorgverlener, die onder het tuchtrecht valt, uitspraken doet of
verdachtmakingen uit over individuen zonder het dossier te kennen of met betrokkenen te hebben gesproken. In dat licht gezien is de brief aan het OM een uiterst laakbare actie.
Over dit artikel
Johan Legemaate is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht aan het Amsterdam UMC en de Universiteit van Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De meeste briefschrijvers hebben zich tot nu toe nog steeds niet bekend gemaakt. Degenen die dat wel hebben gedaan, en met name de gerenommeerde hoogleraren psychiatrie Damiaan Denys en Jim van Os, kregen en namen de afgelopen weken in de media alle gelegenheid om hun punten naar voren te brengen.
Resultaat was een mengelmoes van op zichzelf gezien begrijpelijke zorgen, misinformatie over de bedoeling of inhoud van de Euthanasiewet (zoals ook staatssecretaris Vincent Karremans aan de Kamer heeft laten weten), bagatellisering van de inhoud van de brief aan het OM en boude uitspraken.
Zo liet Van Os in Trouw optekenen: ‘Wat begon als een
middel om humane stervensbegeleiding te bieden, dreigt te verworden tot een manier om jongeren die niet in de neoliberale maatschappij passen, de dood in te jagen.’ Ja, het staat er echt!
Het zou de media die de briefschrijvers een podium gaven sieren als zij ook aandacht zouden geven aan de vreselijke gevolgen van deze actie voor de ouders van Milou. Een achtergrondverhaal in de Volkskrant van 2 augustus is een van de weinige plekken waar zij aan het woord kwamen.
De beide keren dat ik deel mocht uitmaken van de richtlijncommissie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie over euthanasie in de psychiatrie (in 1998 en 2018), spraken wij wel wat zorgvuldiger over de problematiek dan deze briefschrijvers in hun tekst aan het OM en in hun media-uitingen daarna. Ik hoop dat de beroepsgroep na de commotie van de afgelopen tijd weer een manier vindt om dat te doen. En dan niet als ‘onderonsje’ binnen de beroepsgroep, maar in samenhang met de maatschappelijke discussie.
Het zou van lef getuigen als alle ondertekenaars van de brief aan het OM zich nu eindelijk eens bekendmaken, tenminste aan de ouders van Milou. Zolang de brief niet wordt ingetrokken, is deze een schandvlek voor de beroepsgroep en een groot onrecht, onder meer jegens de ouders van Milou.
Zolang deze brief op tafel ligt, is een goede discussie over de toekomst van professionele en maatschappelijke normering van euthanasie op grond van psychisch lijden niet echt mogelijk.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant